Eerste lezing: Hand. 15, 1-2 22-39
Tweede lezing: Apok. 21, 10-14 22-23
Evangelie: Joh. 14, 23-29
Lieve mensen,
‘Vrede laat ik u, mijn vrede geef ik u’, met die woorden komt Jezus voor een laatste maal voordat Hij naar zijn Vader gaat tot ons. Pinksteren is weldra op handen en de Hemelvaart van Jezus kan elk moment plaats hebben. Het afscheid wordt nu zeer reëel. Maar hiervoor hoeven we niet te treuren want weet dat Mijn plaats bij de Vader is.
Met vrede is Jezus in de wereld gekomen, als vredestichter heeft hij onder de mensen geleefd, zijn vrede moet het voedsel zijn opdat wij ook in vrede zouden leven.
En die vrede lijkt soms heel ver weg, en dan niet alleen in de berichten van oorlogen veraf en meer dichtbij. Die vrede is soms ook ver weg in onze eigen kleine wereld. Een kwaad woord is snel gezegd, en een kwade gedachte over een ‘naaste’ komt vaak eerder in ons op dan een liefdevolle gedachte.
Vorige week hoorden we nog een heel eenvoudig gebod dat die vrede maakbaar maakt: ‘Gij moet elkaar liefhebben, zoals ik u heb liefgehad.’ Geen holle frase of korte quote maar een kernachtige boodschap die wij allemaal ieder moment van de dag als moto zouden moeten hanteren in ons handelen, in onze omgang met elkaar. Als een mantra zouden we het moeten laten klinken doorheen onze gedachten zodat het ons aanzet om daadwerkelijk lief te zijn voor elkaar.
Want hoorden we twee weken geleden niet: ‘Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en ze volgen mij, Ik geef hun eeuwig leven.’
In de eerste lezing mogen we getuigen zijn dat het voor de eerste christenen, net als nu, niet eenvoudig was een ‘samenleving’ op te bouwen waarbij elkaars meningen gerespecteerd werden. Een twistpunt ontstaat vaak spontaan als er eeuwenoude wetten in vraag gesteld worden of als er verschillende achtergronden samenkomen. Ook ons vandaag niet vreemd. Weet dat Jezus er voor alle mensen is gekomen, niemand wordt uitgesloten.
Maar we lezen er ook dat door er met elkaar over te spreken, door raad te vragen aan elkaar, door ervaring binnen te brengen, we nieuwe wetten kunnen maken die de oude overstijgen en vaak ook versterken. Liefde, vrede, hoop, gerechtigheid enz. zijn belangrijke pijlers waarop we mogen bouwen. Maar het zijn geen eenduidige woorden die we zomaar kunnen definiëren, laat staan ze in een leefregel samen te vatten. Tijd, plaats en context maken dat ze altijd weer opnieuw onder de aandacht gebracht moeten worden en ons moeten bevragen in hoe wij onze samenleving vorm geven.
Hemelvaart is op handen, de Hoeder van de Schapen, de Richtingwijzer van het goede leven, is weldra niet meer aanwezig op de aarde. Voor velen vandaag lijkt Hij de grote afwezige. Hij die zegt ‘vrede zij met u’ is er niet meer. Het is dan ook aan ons Christenen de taak te laten zien en voelen dat Jezus die teruggekeerd is naar zijn Vader voor altijd onder ons is.
Straks horen we, sta daar niet naar de hemel te staren. Dat wil niet zeggen dat we Jezus en God moeten vergeten, maar het zegt ons wel dat we hier op de aarde een stukje van het beloofde land, het beloofde rijk Gods waar mogen maken.
Want de Heilige Geest zal ons hierin bemoedigen en ons de kracht geven om Lief te hebben en vrede te stichten. (MD)
