Eerste lezing: Rom. 5, 1-5
Evangelie: Joh. 16, 12-15
Vandaag vieren we het feest van de Heilige Drie-eenheid. Het is een moeilijk onderwerp en toch kunnen we er niet omheen. Ik zal dus proberen om een verstaanbaar verhaal te vertellen. En vertellen is dan een verkeerd woord, want dat geeft het gevoel dat het wel eens nìet waar zou kunnen zijn.
De bijbel spreekt niet in dogmatische formules, maar hoofdzakelijk in verhalen over God. Het gaat vandaag over de naam van God en Zijn liefde voor Zijn Zoon en de Geest.
Door wat we meemaken in ons leven wordt het beeld en de voorstelling die we van God maken regelmatig aangepast. En dat gebeurde ook in de geschiedenis van de Kerk en dus ook in onze persoonlijke geloofsgeschiedenis.
Op sommige dagen voelen we een kracht en een enthousiasme die al onze voornemens verjongt en vernieuwt. Op andere dagen ervaren we een innerlijke stem die ons oproept om het beter te doen, om meer christelijk te leven. Dan herkennen we de Mensenzoon Jezus die ons is voorgegaan, die ons de weg toont naar waarachtig leven. Op andere ogenblikken worden we terug geroepen als we zijn afgedwaald om telkens opnieuw Zijn liefde een kans te geven. Zo laat God doorheen de wisselende omstandigheden in ons leven de verschillende facetten van Zijn Mysterie ervaren. Hij is de Geest die ons bezielt, Hij is de Zoon die ons uitnodigt, Hij is de Vader die ons draagt en vergeeft.
Zo laat de Kerk vandaag het feest van de Drie-eenheid vieren als een feest van “gemeenschap”. God ìs gemeenschap”. Niet op zichzelf gericht, niet opgesloten of in zichzelf gekeerd. Hij is een God die Zijn liefde en Zijn leven deelt en doorgeeft. Echte liefde is altijd mededeelzaamheid. Leven is pas leven als het wordt geschonken en gegeven. Wie niet deelt met anderen, leeft niet écht.
En dan komt de vraag: zullen we ooit in staat zijn het christelijk geloof te herontdekken als een levensechte boodschap die ook ons leven kan bevrijden en vernieuwen?
Ons geloof haalt ons weg uit een benauwde wereld waarin we onszelf opgesloten hebben: de wereld van onze beperkte inzichten, van onze vooroordelen, onze angsten, ons narcisme.
In de lezing aan de Romeinen is het Paulus die spreekt over de “genade” waartoe wij gezonden zijn, en de hoop ondanks alles, dat Gods liefde in ons is uitgestort door de H. Geest. En zo berust geloof op vertrouwen, een diep vertrouwen dat onze wereld een goede bestemming heeft. Door ons geloof krijgt de Geestkracht een kans, en via het voorbeeld van Jezus komen we tot Zijn Vader. We mogen ons niet laten ontmoedigen door twijfels en beproevingen, want twijfels en onzekerheden kunnen ons aansporen om ons geloof te versterken.
Ook dat zegt Paulus in de lezing. We mogen er zelfs trots op zijn. In onze twijfels en beproevingen moeten en kunnen we leren waar het op aan komt. Zo zou ik de Geest verwoorden als de kracht om het leven van Jezus op de kaart te zetten en zo dichter bij God te komen. De geest behoedt ons voor verdorring en verstarring van ons geloof.
Dus zou je de volgorde van de Drie-eenheid kunnen omdraaien: het is de Geest die in ons het enthousiasme en ons geloof versterkt om de boodschap van Jezus waar te maken die Hij van God heeft ontvangen. (MS)
