Eerste lezing: Pr. 1,2;2.21-23

Evangelie: Lc 12, 13-21

“Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen”

Laat ik beginnen met een vraag die niet alleen centraal staat in het evangelie van vandaag, maar ook in ons leven. Wat eist er vandaag je leven op?

Ik heb het niet over je lichamelijke gezondheid of de details van hoe of wanneer het leven eindigt. De vraag gaat dieper, indringender. Ik heb het over het langzaam wegvloeien van ons leven, de manieren waarop onze energie, onze vreugde en ons levensdoel lijken weg te glijden.

Waarschijnlijk hebben we allemaal wel eens het gevoel gehad dat ons leven aan het wegvloeien was. Misschien hebben we dat gevoeld in een relatie – met onze partner, onze kinderen, een vriend, zelfs met God. Misschien is het het gevoel dat je het leven van iemand anders leeft, niet het leven waarnaar je zelf verlangt. Misschien heb je een leven opgebouwd dat succesvol lijkt, maar dat je uiteindelijk een leeg gevoel geeft.

Of misschien lijkt alles in orde, maar voel je toch dat er iets ontbreekt. Soms beseffen we dat we alleen maar rennen – op jacht naar prestaties, goedkeuring, controle, zekerheid – maar niet weten waarom we eigenlijk rennen. Het is alsof we vastzitten in een race om nog een stukje kaas.

Dit is precies wat er gebeurt in de gelijkenis die Jezus vertelt. De rijke man verzamelt steeds meer, in de overtuiging dat wat hij verzamelt hem op een dag rust, eten, drinken en vreugde zal brengen. Maar hij let niet op wat echt leven geeft – en zo glipt het leven hem door de vingers.

Dan komt de harde uitspraak: “Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen”. Sommige theologen interpreteren dit alsof God het leven van de man zal nemen, vooral omdat veel vertalingen het weergeven als “je leven wordt van je geëist” – een meer dubbelzinnige, passieve formulering. Maar dat staat niet in de oorspronkelijke tekst. De letterlijkere vertaling kan zijn “Ze zullen komen om je leven van je op te eisen”. Interessant is dat de Nederlandse vertaling deze nuance uit het oorspronkelijke Grieks behoudt: men komt je leven van je opeisen …

“Ze zullen komen om je leven van je op te eisen”. Wie zijn zij?

Wat als het de bezittingen van de man zijn? Wat als het alles is wat hij heeft vergaard – zijn schuren, zijn graan, zijn rijkdom – en dat precies dit nu zijn leven eist?

Dit zet aan het denken: Wat we opslaan, begint uiteindelijk ons te bezitten. En het begint ons leven in te nemen – emotioneel, spiritueel en soms zelfs fysiek. Denk eens na over hoe opgeslagen bitterheid je vreugde wegvreet. Of hoe de behoefte aan goedkeuring je rusteloos en uitgeput maakt. Of hoe angst en zorgen stilletjes je innerlijke kalmte en vrede aantasten.

Als je het gevoel hebt dat je leven van je wegglijdt, is het misschien tijd om eens goed te kijken naar wat je allemaal hebt opgeslagen. En het is niet alleen persoonlijk. Ik vrees dat ons leven als samenleving ook aan het afnemen is. Wat slaan we als gemeenschap op?

We zijn niet geschapen om een leven vol opgeslagen dingen te leiden. Dat is niet de manier van Jezus. Hij leerde ons bidden: “Geef ons heden ons dagelijks brood”. Niet voor een week, niet voor een heel leven, maar alleen voor vandaag. Herinnert u zich het manna in de woestijn? De Israëlieten konden alleen genoeg verzamelen voor elke dag. Hamsteren was niet toegestaan.

Jezus zegt: “geen enkel bezit – al is het nog zo overvloedig – kan je leven veiligstellen”.

De dingen die er werkelijk toe doen – liefde, mededogen, vergeving, gerechtigheid en barmhartigheid – kunnen niet worden opgeslagen. Ze groeien alleen als ze worden weggegeven. Dat zien we in het leven van Jezus. Niemand en niets eiste zijn leven op of nam zijn leven in beslag. Het was geen opgeslagen leven. Het was een leven dat aan anderen werd gegeven, voor anderen.

Dus komen we terug bij de vraag: Wat eist er vandaag je leven op? En hoe zou een leven eruitzien dat niet wordt opgeslagen, maar wordt uitgestort? Want dat – dat – is het leven waarvoor we zijn gemaakt. Een leven zoals het Zijne. Amen! (Kiran Joy OP)