Eerste lezing: Js 2, 1-5

Tweede lezing: Rom 13, 11-14

Evangelie: Mt 24, 37-44

Wees waakzaam. 

Misschien hebt u er last van? Of misschien hebt u er ooit last van gehad. Ik heb er wat last van. De donkere dagen van het jaar.  Elk jaar opnieuw moeten we hier door.  Het donker, de kou, het ongure weer en de kale bomen… we plooien ons liever terug op onszelf en blijven soms veel liever binnen.

Maar elk jaar opnieuw rond deze tijd, is daar dan weer de adventstijd.  Dit is, bij uitstek, de perfecte tijd om op zoek te gaan naar licht in het donker.

Want dat het donker kan zijn, ondervinden we maar al te vaak.  Het kan zelfs zo donker worden dat we ons laten verlammen door al de onheilsberichten op tv of door oorlog en geweld, of door natuurrampen.  Het donker kan ons soms wat overspoelen.  Veel kunnen we niet altijd doen… Soms komt het gewoon neer op wachten.

We tellen af. Nog 24 dagen en het is kerstavond! Volgende week, net nadat de Sint weer naar Spanje vertrokken is, – en sommige mensen beginnen er zelfs vroeger aan want ik heb me de voorbije weken al verschillende keren verbaasd over knipperende lichtjes in kerstbomen en in het straatbeeld -, halen we stilletjes aan de kerstspullen van de zolder en uit de kelder. We maken het gezellig en mooi. De kerstcd’s mogen ook uit de kast en in alle winkelstraten hoor je de jingle Bells al rinkelen.  En dan is het wachten geblazen. We tellen de dagen af. We wachten op bezoek dat gaat komen, we wachten op de kerstkaartjes die in de bus gaan vallen, kinderen wachten vol ongeduld op het moment dat ze de cadeautjes onder de kerstboom mogen openmaken, we wachten op de volgende gang in het viergangenmenu dat ons wordt voorgeschoteld, we wachten…

Veel mensen wachten deze dagen.  Mensen wachten op betere tijden, wachten op papieren, wachten op werk, wachten op een plaats in onze maatschappij, wachten op vrijheid (toch waar ik werk), wachten op erkenning, wachten op goed nieuws.

Vandaag begint de advent. We beginnen vandaag onze voorbereidingstijd. We gaan niet 25 dagen lang alleen maar wachten.  Nee in die voorbereidingstijd is het de bedoeling dat we onze aandacht verscherpen en dat we uitkijken naar het feest van de komst van Jezus. Daarom is de advent bij uitstek een tijd van actief wachten, van waakzaam wachten, een periode waarin we ons kunnen oefenen om met gespitste oren en ogen naar de wereld te kijken rondom ons, en te proberen onderscheiden wat de tekenen zijn die de komst van Jezus voorbereiden.

Wat zijn de tekens van zijn komst vraagt u zich misschien af?  Zoals u allicht kan raden gaat het altijd om zeer concrete, menselijke dingen: dat er verzoening tot stand komt daar waar er ruzie en conflicten zijn, dat vijanden met elkaar gaan spreken, dat er geprotesteerd wordt tegen de uitbuiting van mensen, dat mensen opkomen voor het klimaat dat zwaar te lijden heeft, dat armen en kleinen niet aan hun lot worden overgelaten, dat vluchtelingen het respect en de waardigheid wordt teruggegeven die hen in eigen land ontnomen werd, dat mensen die vereenzaamd zijn niet worden vergeten, dat mensen moeite doen om hun buurt veilig en proper te houden, dat buren weet hebben van mekaar, dat mensen ongevraagd iets liefs doen voor mekaar.

Deze tekens zijn geen droombeelden. Ze kunnen waar worden als we, vanuit onze waakzaamheid, durven opstaan en ons mee inzetten voor die droom. Dat is waar het om gaat als Jezus spreekt over het Rijk Gods. Daar waar er iets goeds gebeurt, groeit het licht elke dag een beetje meer. Je moet niet alleen naar tekens zoeken, je kan ook zelf een teken zijn.

Zou Jesaja dat soms bedoeld hebben als hij spreekt over ‘laat ons wandelen in het licht van de Heer’?   Dat licht dat mensen weer perspectief biedt, dat licht dat mensen hoop geeft op een betere tijd, dat licht dat vrede mogelijk maakt….

Dit licht mag ook schijnen over mensen die elke maand goed moeten uitdokteren waaraan ze hun centjes geven. Bij het begin van de adventstijd wil ik namens Welzijnszorg onze aandacht vragen voor mensen hier bij ons die het niet zo makkelijk hebben. We worden opgeroepen tot warme solidariteit.

De campagne van Welzijnszorg zal ons de komende vier weken speciale aandacht vragen voor de mensen die botsen op velerlei grenzen. ‘Wie arm is moet keuzes maken.’ Luisteren naar hun verhalen, ons bewust worden van hun nood en actie voeren om daar iets aan te doen, dat is een concrete manier om de komst van Jezus voor te bereiden, om waakzaam te zijn.

We mogen ons in deze waakzame tijd niet in slaap laten sussen door allerlei bijkomstigheden zoals daar zijn: versiering, muziek en cadeautjes. Die horen er bij, dat wil ik gerust toegeven. Maar ze zouden niet onze enige bekommernis mogen zijn in deze tijd van waakzaamheid, van wachten op het licht.

Tot slot wil ik u nog een kort verhaaltje vertellen over waakzaamheid en tekens:

Ergens in India woonde Latsoe, een godvruchtig man. Op een dag bad hij in de tempel: “God, ik kom dagelijks langs bij U. Kom ook eens op bezoek bij mij.” Hij vroeg dit telkens opnieuw, tot God zei: ”Vandaag kom ik je bezoeken.”  Toen Latsoe dit hoorde, liep hij naar huis, maakte er alles netjes en ging wachten tot God kwam. Wat later hoorde hij voetstappen. Een bleek en mager jongetje zei: “Geef me alsjeblief een koekje”.  “Ga weg,” zei Latsoe, “die koekjes zijn voor God.”  Op de middag kwam er een andere jongen aankloppen. Met bevende hand wees hij naar de taart. “Weg”, zei Latsoe, “die taart is voor God.” Weer zat Latsoe te wachten. Toen hij ’s avonds de poort wilde sluiten, klopte een oude bedelares aan. Latsoe duwde haar naar buiten, deed de deur op slot en ging naar bed.  De volgende dag ging hij naar de tempel. 

“God, waar was U? U zou toch komen!”

God antwoordde: “Ik ben drie keer gekomen, maar iedere keer heb je me weggejaagd!”

Ik wens u een waakzame en solidaire adventstijd toe.  En laat ons het donker met veel licht(jes) en aandacht verdrijven. (MvG)