Eerste lezing: Js. 42, 1-4 6-7
Tweede lezing: Hnd. 10, 34-38
Evangelie: Mt. 3,15-17
Lieve mensen,
Sta me even toe een kort lesje in exegese te geven. Vorige week hoorden we het prachtige verhaal van de wijzen die een ster hadden gezien. De wijzen gingen op weg en vonden de ‘koning van de vrede’. Een ‘openbaringsverhaal’ dat zeker de moeite is om steeds opnieuw te vertellen. Maar alleen de evangelist Mattheus vertelt dit verhaal. Trouwens een prachtig staaltje van exegetische kennis van boeken uit het eerste testament en dan meer bepaald van de profeet Jesaja.
Vandaag hoorden we een ander ‘openbaringsverhaal’. Misschien wel de apotheose van ‘openbaringsverhalen’ die we terugvinden in de bijbel. Want het eerste testament staat vol met ‘openbaringsverhalen’. Denk maar aan Noach die Gods stem hoorde en aan de slag ging om een ark te bouwen. Denk maar aan Abraham die weggeroepen werd uit zijn ‘thuisstad’ en zich op weg zet naar het ‘beloofde land’. En onderweg getuigen ‘drie mannen’ dat hij vader zal worden van een groot volk. Denk maar aan Mozes die plots oog in oog staat met een ‘braamstruik’ die niet verbrand en de stem van God hoort. En nadat hij zijn volk bevrijd heeft worden aan Hem de tien woorden geopenbaard.
Telkens opnieuw is het ‘God’ die zich aanwezig stelt. God die zijn stem laat horen. God die het ‘gewone leven’ doorbreekt. En het Evangelie van vandaag is daar mijns inziens de apotheose van. Johannes getuigt van die ene God, hij heeft ervoor een prachtig symbolisch teken: dopen met water. Ergens in mijn hoofd klinkt dat het liedje dat we zongen op het tentenkamp van het bisdom jaren geleden: ‘moge mij schoon wassen, alle dagen van de toekomst, moge mij afspoelen alle stortbuien van de komende eeuw’.
Maar in deze symbolische handeling die Johannes met overtuiging weet uit te voeren, wordt hij geconfronteerd met een man waarvan hij vindt dat niet hij Hem moet dopen maar omgekeerd. Weet nu dat alleen de evangelist Mattheus dit verwoordt. Alleen bij Mattheus vinden we dit moment van reflectie terug. Bij Mattheus wordt er een dialoog gecreëerd die we niet terugvinden bij de andere evangelisten. Daar wordt Jezus samen met het volk gedoopt zonder dat er enige weerstand is van Johannes de doper. Wat we bij alle drie ‘synoptische evangelisten’ (Mattheus, Marcus en Lucas) wel kunnen lezen is: ‘Jij bent mijn geliefde zoon, in jou heb ik mijn welbehagen gesteld.’ En de evangelist Johannes verwoordt dit dan als volgt: ‘Deze is de zoon van God’. Krachtiger kan een openbaring niet klinken.
Dat alle evangelisten dit aan het begin van hun ‘goede boodschap’ verkondigen maakt dat het toch wel zwaar in de schaal doorweegt. Bij Marcus is het zelfs het eerste moment dat Jezus aanwezig gesteld wordt. Naast het ‘Lijdensverhaal’ zijn er niet veel verhalen die bij alle vier de evangelisten aan bod komen, maar deze dus wel.
En dan kunnen we ons afvragen waarom voegt Mattheus die twijfel toe. Moeten we dan aannemen dat het bijkomstig is, omdat hij er alleen over verteld. Ik denk juist van niet. ‘Openbaring’ is niet iets dat we zomaar kunnen vatten. Je kan wel zeggen, het overkomt je, het gebeurt gewoon als je je er maar voor open stelt. En dat laatste is nu wat Mattheus aangrijpt en zo de ‘twijfel’ binnenbrengt. Niet om in een spiraal terecht te komen van ongeloof maar wel om je met volle overtuiging open te stellen voor God, je aangesproken weet om met Hem in dialoog te gaan.
Dat zinnetje uit het lied gaat over de toekomst. Je laten dopen is iets dat steeds opnieuw moet gebeuren, je door God in dialoog laten schoonwassen je laten afspoelen. Niet wij hebben de macht om zonder God anderen te vergeven, maar waar we oprecht anderen vergeven daar is God met ons. Pas dan kan de ‘koning van de vrede’ onder ons wonen.
Door exegese vonden we een ‘krachtig verhaal’ van openbaring: de doop van de Heer staat dan ook in alle evangelies beschreven, door exegese vonden we het bijzondere in Mattheus doopverhaal. Het aanwezig stellen van de menselijke twijfel die onze relatie met God dynamiek geeft.
Dat God zich in ons mag openbaren, is durven je kwetsbaar opstellen en de twijfel niet uit de weg gaan. Juist in de twijfel treed je reeds in dialoog met God. (MD)
