Eerste lezing: Sef 2,3;3,12-13
Tweede lezing: 1 Kor 1,26-31
Evangelie: Mt 5,1-12a

Vorige week mochten we horen hoe Jezus zijn leerlingen, de apostelen, oproept om Hem te volgen en hoe Hij begint aan zijn openbare leven. Veel werd daarover niet gezegd: Hij trekt rond, gaf onderricht in de synagoge en genas de zieken. Vele mensen volgden Hem.

Vandaag stappen we dat openbare leven binnen. We hoorden zonet het eerste stuk van de zogenaamde Bergrede, één van de vijf lange redes die Jezus volgens Mattheüs heeft uitgesproken. Volgende weken gaan we hier nog stukjes uit horen.

Dit eerste stuk kennen we als de Zaligsprekingen. Acht zijn het er.
Acht keer prijst Jezus een groep mensen zalig. Heeft Jezus deze woorden letterlijk zo uitgesproken? Heel waarschijnlijk niet. Heeft Jezus de gedachten die hier achter zitten ooit uitgesproken? Heel waarschijnlijk wel. Mattheüs schreef zijn evangelie voor mensen die reeds christen waren. Hij ziet Jezus als een leraar, de rabbi. Hij had veel uitspraken van Jezus gehoord en bracht die bij elkaar in de redevoeringen. Deze redevoeringen dienden als leefmodel voor de christelijke gemeenschappen van toen maar ook voor ons vandaag gelden ze nog. De zaligsprekingen worden dan ook al wel eens de grondwet van het christendom genoemd.

Voor diegenen die ze voor het eerst horen, moeten ze wel vreemd in de oren klinken. Zalig de armen van geest, de treurenden, de zachtmoedigen. Hoe kan het nu zalig zijn als je verdrietig bent, als je honger en dorst hebt? Tegenwoordig wordt zalig ook wel eens vertaald door gelukkig. Gelukkig de armen van geest. Klinkt nog altijd zeer vreemd.
Maar volgens sommige geleerden zou het oorspronkelijke woord dat Jezus gebruikte, het Aramese woord ‘asjre’ zijn.
Dit zou zoveel willen zeggen als ‘op weg gaan’. Dan wordt zalig zoiets als: dit is de weg die je moet volgen Dan worden de zaligsprekingen wel verstaanbaar.
De weg die je moet gaan, is die van eenvoud, van treuren om wat er gebeurt in de wereld, van opkomen voor de minderbedeelden, ook al wordt je daarom vervolgd.

De tekst van de zaligsprekingen is het begin van Jezus’ Bergrede, het begin dus van de weg die Hij zijn medemensen wil wijzen. Heel die Bergrede is een oproep om misbruik van macht en geweld te doorbreken, om nu eens echt te doen wat je kunt doen, ook al ben je kansarm, berooid of eenvoudig bent. Juist die beginwoorden van Jezus zijn een hartverwarmende bevestiging van al die mensen die uitgenodigd en uitgedaagd worden om te werken aan een nieuwe wereld.

Jezus doet het ons voor. Hij is nederig, bescheiden. Hij baadt niet in weelde en luxe. Hij heeft verdriet om al het onrecht, om al het kwaad dat in de wereld heerst. Als iemand Hem vraagt wie zijn naaste is, vertelt Hij de parabel van de barmhartige Samaritaan. Onbaatzuchtig iets voor een ander doen.

Dit is de weg die Jezus ons voorleeft. Dit is de weg die we moeten volgen. Dan zullen we zalig, of gelukkig worden.

Sefanja, een profeet uit de 7de eeuw voor Christus, wist het ook al. Zoek de gerechtigheid, zoek de bescheidenheid. Alleen een nederig, bescheiden volk wordt toegelaten in Jeruzalem.

Ook Paulus, in zijn brief aan de Korintiërs, heeft het goed begrepen. In Korinthe moet er onenigheid geheerst hebben. De éne voelt zich beter dan de ander. Er is onderlinge wedijver. In een kleine gemeenschap komt dit niet goed. Daarom dat Paulus hen een brief schrijft. Hij valt meteen met de deur in huis. ‘Naar menselijke maatstaf’. Maar juist die menselijk maatstaf is niet belangrijk. God heeft een andere maatstaf. God kiest juist die personen die door de wereld als dwaas en zwak gezien worden, die van geringe afkomst zijn en onbeduidend om Hem te volgen. Hier weerklinken de woorden uit de zaligsprekingen.

Beste mensen, de zaligsprekingen zijn als wegwijzers naar het Rijk van God. Als we die weg volgen, de weg die Jezus ons vraagt om te volgen, dan bouwen we mee aan dat Rijk van God, het Rijk van God hier op aarde. Amen