Eerste lezing: Gn 2, 7-9; 3, 1-7
Tweede lezing: Rom 5, 12-19
Evangelie: Mt 4, 1-11
‘Jezus werd door de Geest naar de woestijn gevoerd om op de proef gesteld te worden’ (Mt 4,1)
Vele jaren geleden, toen ik nog een tiener was, las ik een boek van Henri Van Daele genaamd ‘Joran, tovenaar met één ster’. Dat dit boek danig veel indruk op mij gemaakt heeft, kan ik niet ontkennen. Eén van onze kinderen is immers naar het hoofdpersonage van dit boek genoemd. Het boek gaat over een jongen die in zijn opleiding als tovenaar naar drie landen gaat om daar essentiële dingen te leren. Uiteindelijk blijken die essentiële dingen neer te komen op haast dezelfde essentiële dingen (hebzucht, heerszucht en eerzucht) die wij in het evangelie van Jezus, die weerstaat aan de verleidingen van de duivel in de woestijn. Hiermee weten we ineens waar Henri Van Daele de mosterd gehaald heeft.
Wij mensen worden ook aan heel wat verleidingen blootgesteld, zeker in deze tijd waar bijna alles kan. We worden verleid om meer te hebben, meer te kunnen en meer te zijn. Deze verleidingen komt Jezus in dit evangelie ook tegen in de vorm van satan, die wij ook wel ‘de duivel’ noemen en die hem voor drie uitdagingen stelt.
De eerste proef die satan Jezus wil opleggen gaat over stenen die veranderd moeten worden in brood. Wauw! Als dat eens kon! Dan zou de honger uit de wereld zijn, of is dat toch te kort door de bocht? Deze eerste verleiding gaat over hebzucht wat mij betreft. Niet genoeg hebben met ‘genoeg’, alsmaar meer en meer. Dat zien we ook gebeuren in de eerste lezing waar Adam en Eva alles hebben om gelukkig te zijn. En nog is het niet genoeg.
Rijkdommen verzamelen, daar is niets mis mee, als je het maar naar hartenlust wil delen met je medemensen. Jezus, de ‘brood-deler’ bij uitstek, doorziet deze proef en antwoordt dat een mens niet van brood alleen leeft. Het materiële daar moeten we ons niet te intensief mee bezig houden.
Het is misschien een uitnodiging om in onze veertigdagentijd meer aandacht te besteden aan ons geestelijk leven, een korte meditatie over een evangelieverhaal, een inspirerend boek lezen, een dagje stilte,… En misschien is het ook niet slecht om bij onszelf na te gaan of we de spullen die we rondom ons verzamelen wel écht nodig hebben om gelukkig te zijn.
De tweede proef draait rond macht. Daar kunnen we deze dagen heel wat staaltjes van zien in het nieuws. Het ene haantje bekampt het andere. Er worden dreigementen geuit en soms ook uitgevoerd. En dit allemaal om te laten zien wie het meeste macht heeft.
Geen machtsontplooiing te bespeuren bij Jezus. Integendeel, zijn dienstbaarheid is tot op de dag van vandaag legendarisch.
De derde proef gaat nog een stapje verder in de heerszucht, het wordt ‘eerzucht’, een vorm van ijdelheid die iemand ver boven anderen – zelfs misschien boven God – verheft. Jezus heeft groot gelijk als hij zegt dat hij enkel de Liefde van God wil dienen en aanbidden.
Deze drie: hebben, kunnen en zijn, zijn op zich geen slechte werkwoorden, ze hebben hun verdiensten en zijn belangrijk om te ontplooien op je levensweg. Het zijn werkwoorden die ons vergezellen van kleins af aan. Maar misschien is het goed om ze tijdens de veertigdagentijd eens onder de loep te nemen. Hoe ga ik om met het materiële? Kan ik delen van wat ik heb? Waartoe daag ik mezelf en/of anderen uit in het dagelijks leven? Waarvoor gebruik ik de macht die ik krijg? Wat is mijn drijfveer om dingen te doen? Hoe dienstbaar ben ik naar mijn medemensen toe?
Hoe dat kinderboek nu juist weer geëindigd is, weet ik niet goed meer. Bovendien bestaan tovenaars niet echt. Als we iets willen veranderen, dan zullen we het helemaal zelf moeten doen. Uiteraard met inspiratie en goeie moed van God, Jezus en de Heilige Geest.
Dit evangelie eindigt wel mooi, troostend ook. Jezus wordt opgevangen door engelen. De engelen in het evangelie bevestigen Jezus als het ware in de keuzes die hij gemaakt heeft in de woestijn. De keuze om dienstbaar te zijn, de keuze om een ‘deelbaar mens’ te zijn, de keuze om een mens van vertrouwen te zijn.
Weerbaar en dienstbaar, twee woorden die zeker van toepassing zijn op één van de vele projecten die Broederlijk Delen ondersteunt. In de veertigdagentijd willen we hier speciaal aandacht voor hebben. De DCI-Palestine of voluit: Defense for Children International – Palestine is een partner van Broederlijk Delen. De DCI-Palestine blijft de schendingen van kinderrechten aankaarten in de hoop dat de internationale gemeenschap ingrijpt. Standvastig blijven ze ingaan tegen de straffeloosheid. Ook deze organisatie wordt elke dag op de proef gesteld. Ze houden koppig vol omdat ze geloven dat deze strijd rechtmatig is. Deze strijd voor meer rechtvaardigheid willen we samen met Broederlijk Delen ondersteunen.
Satan, de ‘uiteenwerper’, diegene die onze ‘goede orde’ al eens op zijn kop durft te zetten, zal ons zeker wel eens een bezoekje durven brengen. Dat we ons dan mogen laten inspireren door Jezus en durven kiezen voor een leven in dienst van de ander, in dienst van de gerechtigheid en in dienst van God. (MvG)
