Eerste lezing: Hnd 6, 1-7
Tweede lezing: 1 Pe 2, 4-9
Evangelie: Joh 14, 1-12
Lieve mensen
Het zinnetje ‘ik ben de weg, de waarheid en het leven’ mag dan wel de kern zijn van dit stukje evangelie of meer nog de kern van het gehele evangelie, het blijft een enigmatisch zinnetje dat misschien wel dagen in je hoofd kan doorklinken maar waarvan de betekenis je steeds ontsnapt. Zo vraag ik me dus alle enkele dagen af, in de voorbereiding op deze getuigenis, wat wordt hiermee bedoelt maar vooral ook, wat doet dit zinnetje met mijn geloof en in uitbreiding met het geloof van ieder van ons vandaag, hier en nu.
Want het zinnetje begrijpen is één zaak, het zinnetje actualiseren is waarschijnlijk nog moeilijker maar als we iets met ons ‘geloof’ willen doen dan kunnen we niet anders dan deze woorden als voedsel tot ons nemen en het laten werken in ons handelen hier en nu.
Gelukkig hebben we niet alleen dat zinnetje, want ergens weten we het wel te begrijpen. Jezus is het voorbeeld van hoe God als mens onder ons woont en in zijn woorden en daden zien we het voorbeeld van hoe ook wij ons kunnen inzetten voor een vredevolle samenleving waar ‘alle’ mensen een plek hebben. Je zou het ook zo kunnen formuleren. Als we ons ‘geloof’ waar willen maken dan moeten we gewoon in de voetsporen van Jezus treden, er is geen beter voorbeeld dan Hij, om van Gods schepping een woonplaats voor ‘iedereen’ te maken. Dan wordt de weg een waarheid waar we niet meer omheen kunnen en dat leven aan iedereen geeft.
Maar dat mag dan, ik wil wel bescheiden blijven, een mooie theoretische uitleg zijn van de kern van ons geloof, hoe moeten we dit ‘gestalte’ geven? Hoe moeten we vandaag en hier vormgeven aan ons ‘geloof’ in Jezus. Want ergens zijn we allemaal wel als die Thomas uit dit stukje evangelie die zegt: Heer wij weten niet waar gij heengaat, hoe moeten we dan de weg kennen?
In beide andere lezingen, uit de handelingen en de 2de brief van Petrus, krijgen we zoals iedere week ‘tips’ van hoe we dit ‘gestalte’ kunnen geven. We luisterden naar de Handellingen maar laat me toe eerst toch even iets over de brief te vertellen. Hier wordt een ‘symbool’ aangereikt: ‘de hoeksteen’. Jezus is de hoeksteen, maar al snel legt Petrus ons uit dat die steen voor velen ook een ‘struikelsteen’ is. Petrus doelt dan op hen die Jezus aan het kruis hebben laten sterven. Maar ook voor ons kan die ‘struikelsteen’ als betekenis van waarde zijn. Ja, we mogen worstelen met ons geloof, twijfelen aan het Hoe en Wat en Wanneer en Waar. Maar we mogen daarbij niet vergeten dat die ‘struikelsteen’ dus juist ook mee de basis is van het huis dat ons geloof is.
En in de Handelingen krijgen we handvaten om dat ‘geloof’ daadwerkelijk gestalte te geven. Niet als individu maar wel als gemeenschap. Een gemeenschap waar de ‘taken’ verdeeld worden. Om ruimte te laten voor ‘contemplatie’ worden mannen aangesteld om ‘actie’ te ondernemen, zeven in getal.
Als ik dit dan probeer te actualiseren en deze drie teksten en hun betekenis naar vandaag vertaal dan denk ik dat we elkaar de handen moeten reiken. Elkaar zegenen, zoals in de Handelingen beschreven staat. Voor mij betekent dit, vertrouwen geven aan de andere en hen aanmoedigen in wat zij doen vanuit hun geloof. Voor mij betekent dit, luisteren naar de andere met aandacht. Voor mij betekent dit, mijn eigen ‘zwakte’ durven inzien en aangeboden ‘hulp’ durven ontvangen.
Jezus is voor ons ‘allen’ de weg, we mogen in zijn voetsporen treden. Soms zijn we zoals Thomas maar durf dan maar te vertrouwen op je ‘naaste’ die ook in de voetsporen van Jezus staat. Want ‘alle’ mensen die het goed menen en zich willen inzetten voor een vredevolle samenleving waar we elkaar ‘leven’ geven, daar komt Jezus’ waarheid aan het licht. (MD)
