Eerste lezing: Js 55,10-11
Tweede lezing: Rom 8,18-23
Evangelie: Mt 13,1-23
We hoorden in het evangelie de parabel van de zaaier. Wie gooit er nu kostbaar zaad over de weg, op de rotsen en tussen de distels? Als de boer zijn akkers bewerkt, gebeurt het hier ook. Zij het niet dat in Palestina eerst het zaad werd gestrooid en daarna pas werd omgeploegd.
De toehoorders waren vertrouwd met de gelijkenis. Ook zij bewerkten het land en kenden de handelingen om een goede oogst te verkrijgen. Zij kenden de verschillende gronden waarop het zaad zich al dan niet kon vermenigvuldigen.
Er zijn de vogels die gretig de boer achtervolgen om wat zaadjes mee te pikken; het zaad dat zich onderaan de rotsen bevond, waar het wel kon opschieten, maar even snel verdorde door de hitte van de zon. Er kwam ook zaad terecht tussen de distels en de netels, waar het verstikt werd. En tenslotte kwam het meeste zaad terecht op de vruchtbare grond.
Sommige toehoorders wisten waarover het ging en ook dat het niet zomaar ging over 4 soorten grond, waarin het zaad terecht kwam. Dat het bij het beluisteren van de gelijkenis wel om iets anders ging. Velen hadden het niet begrepen, want Jezus zegt tegen zijn leerlingen: “ofschoon zij ogen hebben, zien ze niet en ofschoon ze oren hebben, ze horen en begrijpen het niet, want hun hart is verhard.
En de leerlingen kwamen naar Jezus toe en vroegen: waarom spreekt gij in gelijkenissen? En Hij legde hen uit wat Hij daarmee bedoelde. En daar staan wij dan: horen wij bij zij die het niet begrijpen, of bij de leerlingen die de uitleg mogen aanhoren?
Hoe dan ook: vandaag worden we uitgenodigd om na te denken over onze plaats in deze parabel. We worden aangemoedigd om het woord van God om te zetten in daden. Want elke parabel handelt over het rijk van God. En Mattheüs is fan van parabels; er bestaan er 42.
Dat God onze Vader is en dat wij Zijn kinderen zijn is de blijde boodschap van het evangelie. God draagt ons, Hij kent ons, Hij neemt ons zoals we zijn en we mogen meewerken aan het rijk van de hemelen. “De hemel op aarde” zouden we kunnen zeggen. Een wereld waar elke mens zijn eigen naam mag dragen, aan zijn trekken kan komen. Waar ook jij en ik met onze onmacht, onze vergissingen, onze misstappen, onze kwetsuren; met al onze littekens samen mogen komen en aanvaard worden.
En hoe hoor ook zelf dan het woord van Jezus? Soms ben ik de weg waar de vogels het komen oppikken, waar Zijn woord het ene oor in en het andere oor uit gaat. Ik sta er niet voor open.
Soms ben ik de rots, in het begin enthousiast, maar als er een tegenslag is, haak ik af en doe er verder niets mee.
Een andere keer overwoekeren distels en netels het woord en geef ik het geen kans; we worden te veel in beslag genomen door onze dagelijkse beslommeringen, door materiële zaken en verleiding.
Soms luister ik toch met een open hart en word ik vruchtbare grond, waarin het zaad overvloedig vruchten draagt. Dertig, soms zestig of honderdvoud. Waar ons leven zich afspeelt, daar groeit het Rijk Gods. Waar wij hoopvol samenkomen met mekaar, waar we mekaar de vrede toewensen en mekaar liefdevol blijven dragen. Daar groeit het Rijk Gods.
De parabel herinnert ons eraan om niet alleen de boodschap te aanhoren, het vraagt een actieve zorg, diepgang en focus om de boodschap te laten bloeien. (MS)
