Evangelie: Mt 14, 13-21

Beste Broeders en zusters,

Het evangelie van vandaag begint met een moment van verdriet. Jezus heeft gehoord dat Johannes de Doper is gedood. Hij zoekt de stilte op. Maar de mensen laten Hem niet alleen. In plaats van hen weg te sturen, wordt Jezus door medelijden bewogen. Hij geneest hun zieken en blijft bij hen.

Wanneer de avond valt, zien de leerlingen vooral het tekort: vijf broden en twee vissen zijn veel te weinig voor zo’n grote menigte. Jezus ziet niet eerst het tekort, maar wat er wél is. Hij neemt het kleine dat de leerlingen Hem aanbieden, dankt God, breekt het brood en deelt het uit. En er is genoeg voor iedereen, zelfs meer dan genoeg.

Dit wonder leert ons dat God grootse dingen kan doen met wat wij Hem geven, hoe klein het ook lijkt. Een beetje tijd, een luisterend oor, een gebed, een daad van liefde – in Gods handen kan het tot zegen worden voor velen.

Bij elke Eucharistie gebeurt iets gelijkaardigs. Wij brengen eenvoudige gaven van brood en wijn. Christus neemt ze aan, spreekt de dankzegging uit en geeft zichzelf aan ons als brood ten leven. Zo voedt Hij ons, zodat ook wij brood kunnen zijn voor anderen.

Laten wij daarom niet blijven staren op wat ons ontbreekt, maar met vertrouwen aanbieden wat wij hebben. In de handen van Jezus wordt het genoeg, want waar Hij deelt, ontbreekt niets. Amen. (Benjamin Ojukwu)