Eerste lezing: Mal 3,1-4
Evangelie: Lc 2,22-40
Lieve mensen,
Van de kindertijd van Jezus weten we niet zo veel. Slechts 2 evangelisten vertellen erover, Mattheüs en Lucas en dan nog is het zeer beperkt. Verhalen over zijn geboorte, bij Mattheüs komen de wijzen op bezoek en moet de familie vluchten naar Egypte. Bij Lucas zijn het dan weer de herders die langskomen, de besnijdenis en de opdracht in de tempel en dan verder over de 12-jarige Jezus in de tempel. Dat is alles.
Vandaag konden we luisteren naar één van deze verhalen. Een verhaal vooral over ontmoeten.
40 dagen zijn er verstreken sinds de geboorte van Jezus. Als vrome Joden gaan Maria en Jozef met Jezus naar de tempel. Maria moet een reinigingsritueel ondergaan en ze moeten Jezus, als eerstgeborene, opdragen aan God. Met het offeren van 2 tortelduiven kunnen ze hem vrijkopen.
Dit is de eerste keer dat Jezus in een tempel komt, in het huis van zijn goddelijke Vader. Maar het is als mens dat Hij opgedragen wordt aan God, als mens ontmoet Hij zijn Vader. De Oosterse Kerken noemen dit feest dan ook ‘Het feest van de ontmoeting’.
Aangekomen in de tempel ontmoeten ze ook Simeon, een eenvoudige, rechtvaardige man, al op leeftijd gekomen. Iets later komt ook Hanna erbij, een profetes die haar tijd in de tempel doorbrengt. Ook zij is al op leeftijd.
Beide kenden ze de woorden van de profeet Maleachi, onze eerste lezing: ‘Ik zal mijn bode sturen, hij zal plotseling zijn tempel binnenkomen. Heb moed, hou vol, Hij komt.’ Al hun hele leven keken Simeon en Hanna vol verwachting uit naar dit moment. Niet zomaar het ongedurig wachten, het wachten zoals wij zitten te wachten tot de trein aankomt. Nee, het geduldig wachten, het verwachten, hoopvol uitkijkend naar dat éne moment.
En dan gebeurt het: een kleine baby die de tempel binnenkomt. Simeon en Hanna herkennen/erkennen in die kleine baby de lang verwacht Messias.
Dit is de derde keer in zijn prille leven, nog geen 2 maanden oud, dat Jezus herkent/erkent wordt als de Messias. Dit is een nieuwe openbaring. Eerst hadden we de herders, zeer eenvoudige mensen, dan de 3 wijzen, niet-joden vanuit alle windstreken. En dan nu deze 2 vrome maar ook eenvoudige mensen. Dit toont aan waar Jezus het liefst is: onder de gewone, eenvoudige mensen.
En dan zijn er ook nog de woorden van Simeon: Jezus zal een licht zijn voor alle volken, voor iedereen, dus ook voor ons vandaag.
Jezus’ licht is als een wegwijzer. Een wegwijzer die ons, wanneer we in duisternis leven, toont welke richting we uit moeten, die ons moed en kracht geeft, hoop en toekomst. Bij hoeveel kleine kinderen brandt er in de slaapkamer niet een nachtlampje om de duisternis weg te nemen zodat ze zich veilig voelen? Veilig voelen in het klein beetje licht dat ze zien.
Laat dit ook voor ons zo zijn. Laten ook wij ons veilig en geborgen voelen in het licht dat Jezus voor ons is.
Maar laat ons dan ook zeker proberen dat licht door te geven, door te geven in elke ontmoeting die we hebben. Ook al is het maar met een klein gebaar.
Hier en daar een luisterend oor bieden wanneer nodig, delen met wie het minder goed heeft, troosten wie verdrietig is, in de bres springen voor een ander. Of heel gewoon maar goedendag zeggen waardoor de ander zich gewaardeerd voelt.
Ik denk dat we vandaag het Licht van God broodnodig hebben als we naar onze samenleving kijken. Oorlog hier, uitbuiting ginder, machtsstrijd op een ander.
Dit Licht, het Licht van God nodigt ons uit tot vrede, tot bescheidenheid.
Beste mensen, de Oosterse kerken noemen dit het ‘Feest van de ontmoeting’. Bij ons wordt het ook wel eens Lichtmis genoemd. Mis kunnen we herkennen in de Latijnse woorden op het einde van een viering: Ite missa est. Het is eigenlijk onze zending.
Vandaag, en alle dagen, worden we gezonden om licht te zijn en dit verder uit te dragen in elke ontmoeting die we hebben.
