Eerste lezing: Genesis: 15,5 12:17-18
Evangelie: Lucas: 9, 28b-36
Een bergervaring
Vorige zondag vonden we Jezus in de woestijn waar Hij heel sober heeft geleefd om uit te zoeken wat de wil was van Zijn Vader en Hij ervaart er veel tegenkanting.
Vandaag komt er een tweede aandachtspunt aan bod. We bereiden ons voor op Pasen in gebed en Jezus wordt voorgesteld in Zijn bidden en daarbij Zijn gedaanteverandering in Zijn gebed.
Lucas benadrukt in zijn evangelie het contemplatief gebed van Jezus, Zijn aantrek voor de intimiteit met Zijn Vader in afzondering. Deze keer wordt Jezus verheerlijkt, terwijl de leerlingen in slaap zijn gevallen. In het gebed heeft Hij contact met Mozes en Elia. Hij weet wat Hem te wachten staat wanneer Hij naar Jerusalem gaat om er uiteindelijk te sterven. Hij is er zeker van dat zijn toekomst geschreven staat in de palm van Gods hand. En God heeft Hem bij naam genoemd. “Dit is mijn welbeminde Zoon, luistert naar Hem”. Daarbij kunnen we niet vergeten dat God ook voor ons de liefdevolle Vader is, die ons graag ziet en we weten dat Hij iedereen een toekomst biedt.
Dat de leerlingen Hem nu al zien in het licht van Pasen, dat is helemaal niet zo. Ze begrijpen er nog niets van en vertellen het dus maar niet verder.
Wij zijn niet beter dan de leerlingen van Jezus. We vallen ook geregeld in slaap: moeten wakker geschud worden om in het spoor van Jezus te treden, om te leren bidden op geregelde tijden. Alleen op die manier kan er ook een verandering in onszelf plaatsvinden. In het gebed komt Hij ons geloof versterken.
Daarom is het ook belangrijk om regelmatig de “berg” op te gaan, en een bergtocht is meestal niet gemakkelijk. Er moet gewerkt worden en we moeten geduld hebben om de top te bereiken: het is een intense onderneming waar we onszelf tegenkomen (denk maar aan de expeditie programma’s (voor mij is dat de beklimming ven de Kilimanjaro).
En als we boven komen willen we op de bergtop blijven. Petrus wilde er 3 tenten bouwen, maar dat kon niet en met hun sterke ervaring moesten ze terug naar beneden.
Het gebed ontstaat als zelfreflex en we worstelen soms met de vraag: waar wil God met mij naartoe? Wat wil Hij dat ik doe? Ben ik wel goed bezig?
Ieder van ons kent wel een ervaring waarbij we niet weten welke richting het uit zal gaan: zal ik wel genezen? Kan ik deze job wel aan? Moeten wij ons neerleggen bij oorlog en onrecht in de wereld waar we ons tegelijkertijd machteloos voelen,
We mogen niet vergeten dat we niet altijd alleen op tocht moeten gaan; er zijn mensen die ons daarbij helpen. Zo gebeurt het als we hier op zondag samenkomen in deze gemeenschap die in belangloze liefde breekt en deelt om onze wereld vanbinnen uit te verbeteren en menselijk te maken voor iedereen. In deze tijden hoeft er geen tekening bij. In deze turbulente tijden kan een gebed voor iedereen van pas komen.
Het gebed gaat niet alleen over zelfreflex, en kan ook helpen in onze dagdagelijkse missie.
Zo worden we na deze eucharistieviering en gebed weggezonden. Van hieruit keren we terug naar de vallei van onze werkdag, naar ons gezin, naar ons werk, naar onze engagementen, onze vrije tijd.
We hebben daarbij de hulp en het voorbeeld van Jezus, die ons regelmatig uitnodigt op Zijn berg om Gods aanwezige liefde te ervaren. (MS)
