Eerste lezing: Gn 1, 1 – 2.2 – Het scheppingsverhaal
Tweede lezing: Ex. 14. 15 – 15.1 – Doortocht van de Rode Zee
Evangelie: Lc 24, 1-12 – De vrouwen gingen naar het graf
Over zware stenen en licht voor iedereen
Nog maar een dag geleden waren we samen om Goede Vrijdag te herdenken. Met een graf en een zware steen leek het verhaal van Jezus ten einde te komen. Ook in ons leven kan het Goede Vrijdag worden.
Want onze samenleving, hier en ver weg, lijkt tegenwoordig in een permanente Goede Vrijdag gedompeld te zijn. Hoe scherp komt het leed van de wereld in onze huiskamers binnenvallen? Hoe hard komen die beelden en verhalen terecht in ons hart? Soms voelt het alsof er een steen op dat hart van ons ligt. Een zwaar gevoel van verdriet om al dat leed, van opstandigheid tegenover al die onrechtvaardigheid en van onmacht, die ons kan verlammen.
In deze paaswake kregen we drie hoopvolle verhalen te horen.
Het verhaal van de schepping vertelt ons telkens weer hoe God deze wereld eigenlijk bedoeld had. Het doet mij dankbaar stilstaan bij de unieke pracht van deze wereldbol en al haar bewoners. Dat verhaal houdt ook een opdracht in voor ons als mens, om de wereld met veel aandacht en respect te behandelen. Hoe spijtig toch dat het schijnbaar zoveel moeite kost, om de zorg voor Moeder Aarde samen te dragen. En toch mogen we het niet opgeven om op te komen voor heel de schepping, van het kleinste microbioom tot de laatste scheppingsdaad: de mens.
Het tweede verhaal, is het verhaal van de uittocht uit Egypte. Het vertelt ons het verhaal van Mozes die zijn volk uit de slavernij begeleidt. Dat gaat niet zonder slag of stoot, jammer genoeg. Toch haal ik iets moois uit deze tocht. Het vertrouwen in God brengt Mozes en de Israëlieten verder dan ze ooit hadden kunnen denken, en juist dat vertrouwen kunnen ook wij vandaag de dag gebruiken. Het vertrouwen dat we kunnen wegtrekken uit situaties die niet levengevend zijn voor ons. Het vertrouwen en de hoop dat we niet alleen moeten ploeteren door woestijnen van eenzaamheid en miserie.
Het derde verhaal is het verhaal van de vrouwen die diep bedroefd naar het graf gingen, de dag na de dood van Jezus. Ik vermoed dat de apostelen, en de vrouwen zich op dat moment niet zo geweldig voelden. Die bijzondere man – die zij toch wel een hele tijd gevolgd hadden en waarvan ze alles verwachtten – die man was dood. Al hun toekomstplannen en dromen leken in rook op te gaan. De vrouwen in het verhaal ontdekken dat de steen, die het graf afsloot, weggerold is. In het graf ontdekken ze dat Jezus niet meer daar is. Er zijn ook nog de twee mannen in stralend witte kleren, die hen vertellen dat hun Heer daar niet meer te vinden is… De mannen herinneren hen aan wat Jezus hun zelf verteld had. Die herinnering moet voor de vrouwen genoeg geweest zijn om ervan overtuigd te zijn dat Jezus leefde.
De zware steen, die op hun hart lag, was samen met de ‘letterlijke steen’ weggerold. Of er op dat moment al vreugde was om dit Paasgeloof, staat niet in het evangelie. Misschien hadden de vrouwen en apostelen toch wat meer tijd nodig om van Goede Vrijdag naar Pasen te gaan. Langzaamaan begon het hen te dagen dat Jezus leefde. Hij leefde met hen, en vooral in hen. Al wat hij hen geleerd en voorgedaan had, kon in hen verder leven.
In hen brak een licht door. Een licht dat de duisternis heeft overwonnen. Een prachtig ‘en toch’ -verhaal waarin nieuw leven en nieuwe hoop de hoofdrolspelers worden. In dat verhaal worden wij allen uitgenodigd om lichtdrager te zijn.
Want ook al brengt het leven soms minder leuke ervaringen met zich mee, zijn we soms bang en verdrietig, en zien we soms geen uitweg meer… Toch hoop ik dat dat nieuw leven mag oplichten in ons. Ik hoop voor ieder van ons dat we de moed mogen hebben om Goede Vrijdag-ervaringen te overstijgen. Ik hoop voor ieder van ons dat we mogen vertrouwen in de boodschap, die zo lang geleden aan de vrouwen bij het graf werd meegegeven. De boodschap dat Jezus, de Mensenzoon, voor ons geleefd heeft, gestorven en verrezen is.
Van die grote Liefde kunnen wij getuigen zijn, daar waar mensen opkomen voor elkaar, daar waar mensen op hun eigen kleine of grote manier elkaar helpen en bijstaan, daar waar we, door onze aandacht en nabijheid, licht mogen brengen in iemand anders’ bestaan.
Dat licht kan enkel schijnen als de zware steen van ons hart rolt. Dat Pasen voor ons een feest mag zijn van rollende stenen en van licht dat de donkerte verjaagt.
Dat het licht van Pasen mag schijnen voor ons allemaal! (MvG)
