Eerste lezing: Jes. 43, 16-21

Tweede lezing: Fil. 3, 8-14

Evangelie: Joh. 8, 1-11

Lieve mensen

Vasten is reeds over de helft en vorige week werd het ‘nieuwe begin’ reeds aangekondigd. De barmhartige Vader vergeeft zijn jongste zoon, het enigste wat telt is dat zijn zoon veilig en wel is teruggekeerd. Niet onbelangrijk is het inzicht dat de jongste zoon in zijn ‘wereldse tocht’ heeft verworven. Met inkeer en met nederige dienstbaarheid gaat hij naar zijn Vader toe.

Vandaag zetten we nog een stap verder en concretiseren we wat Jezus ons nog vorige week in een parabel vertelde. Deze keer is er actie op het terrein. Jezus mag dan wel onderricht geven aan zijn omstaanders, wat er ‘werkelijk’ gebeurt neemt de aandacht over en doet ons focussen op hoe we de parabel van de ‘barmhartige Vader’ moeten toepassen.

Als je bij God wil horen, als je echt de wet wil naleven, als je één wil worden met de Vader dan is inzicht in je eigen daden van essentieel belang. En Jezus geeft een mooie methodiek om tot inzicht van je eigen daden te komen. Hij schrijft in het zand. Hij reflecteert alvorens hij tot handelen overgaat. Eerst nog in woorden: met een wedervraag en dan pas met een daad: Hij veroordeelt niet.

Jezus is het misschien al wel gewoon om lastige vragen te krijgen, en telkens opnieuw onder druk te worden gezet om Hem opzettelijk ‘fouten’ te laten maken. Maar Jezus laat zich net zoals in de woestijn niet leiden door een valse stem. Hij maakt zich klein, hij bukt zich, en schrijft achteloos in het zand. Na die eerste reflectie richt Hij zich op en komt met een wedervraag in een opdracht aan zijn medestaanders. En weer buigt hij zich, maakt zich klein en reflecteert al schrijvend in het zand.

Twee keer neemt Jezus de tijd, of laat Hij de tijd zijn werk doen. Wanneer Hij zich dan weer opricht ziet hij dat alleen de ‘vrouw’ nog aanwezig is, de anderen zijn verdwenen. Waar de anderen de aftocht hebben geblazen gaat Jezus over tot handelen. Natuurlijk hebben de omstaanders er goed aan gedaan de vrouw niet te stenigen maar Jezus is er toch enigszins verrast over. De vrouw is wel nog steeds aanwezig. Jezus gaat met haar de ‘dialoog’ aan, hij spreekt tot haar, wat niemand heeft gedaan. Hij spreekt ook zijn verbazing uit dat niemand haar veroordeeld heeft. Het korte gesprekje leidt tot het creëren van een nieuwe kans, die kans geeft Jezus aan de vrouw. Ze mag opnieuw beginnen, weliswaar met een opdracht, maar ze mag opnieuw beginnen.

Zij is zoals in de eerste lezing beschreven door het water heen gegaan. Zij mag nu ‘rusten’ en als een kleine rivier door de steppe mag zij opnieuw beginnen. Hier klinkt een mooi beeld door van ‘opnieuw beginnen’. Een klein stroompje in een harde onvruchtbare wereld. Maar met de kracht van de Vader, het geloof in Hem die er steeds is en zich barmhartig opstelt, is het niet onmogelijk.

In de brief aan de Filippenzen staat er: ‘Ik wil Christus kennen, ik wil de kracht van zijn opstanding gewaarworden en de gemeenschap met zijn lijden, ik wil steeds meer op Hem lijken in zijn streven om eens te mogen komen tot de wederopstanding uit de doden.”

De vrouw heeft de weg ingeslagen om steeds meer op Hem te gelijken, want over haar kunnen we zeggen wat in de brief beschreven staat: ‘Ik vergeet wat achter me ligt ik reik naar wat voor me ligt ik storm af op het doel: de prijs van Gods heerlijke roeping.’

Het is wat ik zou noemen de ‘contemplatieve weg’, een steeds streven in de eenwording met Christus. Maar die ‘contemplatieve weg’ heeft nood aan ‘actie’. Niet de actie van weg te lopen maar wel durven te vergeven en vergeten.

Pas wanneer we onze rug niet keren naar ‘het kwaad’ maar het durven onder ogen te zien en ermee in gesprek gaan kunnen we één worden met de ‘barmhartige Vader’.

Nog enkele weken en we kunnen Pasen vieren, maar ook dan zullen we de woorden in de mond moeten nemen die in de brief aan de Filippenzen staat: ‘Niet dat ik het al bereikt heb. Ik ben nog niet volmaakt.’

De weg is reeds uitgezet en wij mogen hem bewandelen, Jezus trekt steeds mee op onze weg. Ervoor zorgen dat onze ‘naasten’ opnieuw kunnen beginnen is zorgen dat Pasen zeer concreet wordt en reeds in het hier en nu begonnen is, als je maar de moed hebt om te vergeven.

Op het catecheseweekend hebben we het verschil mogen ervaren van het schrijven in het zand en het schrijven op een steen. In het zand verwaait het op de wind en op steen blijft het ervoor eeuwig ingegrift. Dat beeld maakt dat we de slechte dingen best in het zand schrijven en de goede dingen voor altijd in de rotsen uithouwen. Het schrijven in het zand is niet het kwaad de rug toekeren en er geen aandacht meer voor hebben, maar bewust worden van je eigen fouten en zo een beetje barmhartigheid van de Heer ervaren. (MD)