Evangelie: Mattheus 19: 13-15 en Marcus 10:14

Tegen zijn vrienden zei Jezus: laat de kinderen bij mij komen en houd ze niet tegen. De leerlingen van Jezus willen Jezus beschermen en hem afschermen van zijn omgeving. Jezus zegt: kom maar weer bij mij! Het zijn de kinderen die ons verwijzen naar het koninkrijk van God. Een plaats waar alle mensen welkom zijn op de eerste plaats de kleinen, de nederigen, de zachtmoedigen. Wie is als een kind is bij God welkom.

Beste jongens en meisjes, dit feest, de mooi versiering, al deze blije mensen: dat is allemaal voor jullie. Jullie hebben lang uitgekeken naar deze dag; samen met de catechisten hebben jullie zich voorbereid op deze viering. En nu is het zover. Zoveel mensen die voor ons zorgen.

Vandaag zegt Jezus ons: ook God zorgt voor ons, meer dan we het zelf kunnen. Wat zou Hij dan niet zorgen voor ons die zijn kinderen zijn? Hij geeft ons allemaal een plaats in zijn grote vaderhart. Wat Jezus ons vandaag vraagt is dit: geef ook mij een plaatsje in je hart, denk eens aan mij, breek je brood met mensen om je heen, leef mee met vreugde en verdriet van anderen. Dan zal God je alle geluk geven, alles wat je nodig hebt om te leven.

Vandaag zijn we samen om het leven te delen en te vieren. Jezus heeft heel graag dat jullie vrienden zijn. Vrienden die zien elkaar graag. Die vechten niet met elkaar. Vriendschap is het tegenovergestelde van ruzie maken; vrede in plaats van oorlog. Als geloofsgemeenschap komen wij op voor vrede en rechtvaardigheid. Wij proberen de vrede van Christus ook uit te stralen in onze omgeving: thuis, op school, in de vriendenkring, in de buurt en op alle andere plaatsen.