Eerste lezing: Zach 12,10-11

Tweede lezing: Gal 3, 26-29

Evangelie: 9, 18-24

 

Lieve mensen

In onze jachtige moderne maatschappij van steeds maar meer en meer mogen we even tot stilstand komen en ons verdiepen in de schriftteksten. Niet zomaar een pauze, geen dagje verlof of een ‘grote vakantie’. Neen, midden in het leven mogen we even op de pauzeknop drukken en wat nog mooier is, we doen dit niet alleen nu, maar we mogen dit iedere week doen en misschien zijn er zelfs onder U, die het iedere dag doen.

En dat is in de eerste plaats omdat we Jezus willen volgen en naar het voorbeeld van het evangelie van vandaag zien we dat ook Jezus de tijd nam om even alleen bij zijn Vader te verwijlen. Want Jezus was even alleen aan het bidden, zo lezen we, en net zoals de leerlingen mogen wij hem hierbij ‘storen’. Of dat vermoedde ik toch toen ik de eerste vers van het evangelie van vandaag verder las: want de leerlingen kwamen naar Hem toe.

Maar het zou het evangelie niet zijn als er nu niet een merkwaardig gebeuren aangehaald wordt. Het zijn niet de leerlingen die Jezus komen storen maar het is Jezus zelf die in zijn bidden de leerlingen een vraag stelt. En die vraag is op zich wederom een eigenaardige twist. Want Jezus vraagt naar zijn identiteit. Omdat het Jezus is stellen we ons er geen vragen bij, maar moest jij of ik dit vragen dan zouden we waarschijnlijk egoïstisch overkomen. Niet bij Jezus. Denk maar even dat jij die vraag stelt: ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’ Hoe zouden de anderen daarop reageren. Misschien verrast, of misschien zeggen de mensen rechtuit wat voor persoon je bent, of misschien kom je helemaal niet te weten wie dat je bent omdat de mensen jou niet willen choqueren. Ik vermoed dat niemand zal zeggen dat je ‘Christen’ bent.

Ook bij Jezus worden er eerst vele uitspraken gedaan die niet de totaliteit van Jezus vatten. Alleen Petrus noemt hem ‘de gezalfde van God’. Het juiste antwoord? Blijkbaar wel, maar Jezus verbiedt het om dit door te vertellen aan anderen.

Als wij net zoals Jezus willen leven dan is het belangrijk om te weten dat we ‘Christen’ zijn. Dat we allen ‘gezalfden van God zijn’. En ja, dat hoeven we niet van de daken te schreeuwen, daar hoeven we niet te koop mee te lopen. Net zoals Jezus moeten we dit laten zien in ons omgaan met de medemens, in ons handelen met onze ‘naaste’.

Want dat ‘Christen’ zijn, die ‘gezalfde van God’ zijn, dat maakt dat we ons ‘ego’ opzijzetten, zo lezen we in de brief aan de Galaten: ‘Er is nu geen sprake meer van Jood of heiden, slaaf of vrije, man of vrouw; allen tezamen vormt gij één persoon in Christus Jezus.’

En als we dan dat Christen zijn ter harte nemen dan zegt Jezus moet je je ‘kruis’ opnemen. En in de eerste lezing kunnen we op het spoor komen wat dat kruis opnemen voor een gevoel kan oproepen: ‘zij zullen over Hem treuren als over een enig kind’.

Jezus vraag naar wie Hij is, is een vraag die we onszelf ook kunnen en mogen stellen’ Wie ben ik? Een vraag die we best alleen en in gebed stellen. Want wie beter dan ‘Onze Vader’ weet wat het verlies van een enig kind betekend. Wij zijn allen zijn enig kind en als gezalfde zijn we allen één in Hem. Onze ‘ik’ is dus een gemeenschappelijk ‘ik’, een ‘ik’ die we Christus noemen.

Als je dan nog eens je naam hoort, omdat iemand jou aanspreekt, jou iets vraagt, weet dan dat jij als geroepene je dienstbaar mag tonen. Jezelf even opzijzetten om naar de andere te luisteren. Want net zoals Jezus mogen we tijdens onze ‘Pauzes’ ons niet van de wereld keren maar juist ten volle in de wereld staan. Niet ons eigenbelang nastreven, niet onze eigen rijkdom verzamelen, maar onszelf, ons ‘ikje’ wegzetten en ‘er zijn’ voor de andere.

Juni is bijna ten einde en dan begint zoals ieder jaar die ‘grote vakantie’ en eerlijk ik kijk er naar uit om even de ‘Pauzeknop’ in te mogen drukken. Het schooljaar was intens en als godsdienstleerkracht in scholen waar meerdere levensovertuigingen samenkomen, word je al gauw de identiteit van de ‘Christen’ opgeplakt, anoniem loop je er niet echt rond. En dat schept hoge verwachtingen. Even ‘Christen’ kunnen zijn in alle anonimiteit lijkt me dan goed om nog meer op zoek te gaan naar Hoe je als Christen er kan zijn voor de anderen, voor de ‘naaste’. (MD)