Eerste lezing: Gn. 18, 20-32
Evangelie: Lc. 11, 1-13
In de eerste lezing horen we het onophoudelijk smeken van Abraham om zelfs een klein aantal mensen te sparen van onheil om van daaruit een nieuwe toekomst op te bouwen. Hij vraagt aan God om Sodom te sparen. Abraham staat daar als vader van het geloof, vader zowel van Joden, moslims en christenen. Hij bidt niet voor zichzelf, maar vraagt aan God de wereld te ontzien als er ergens nog een groep van 10 rechtvaardigen is. (10 was in de Joodse wereld een minimum om van een groep te spreken.
In het evangelie horen we hoe Jezus zijn leerlingen leert bidden. En misschien is de vraag die de apostelen stellen ook onze vraag: Heer leer ons bidden. En het Onze Vader wordt als voorbeeld gegeven. Als we goed luisteren staat er nergens het woordje “ik” in. In het eerste gedeelte richten we ons tot God; in het tweede gedeelte bidden we voor “ons”. En niet alleen het Onze Vader kan dan een gebed zijn, – een psalm, – een Wees Gegroet, een lied, een persoonlijke vraag, een moment van stilte… We zeggen wel dat “zingen” twee maal bidden is!
De apostelen leerden bidden naar het voorbeeld van Jezus en meerdere keren deed hij dat in stilte en in afzondering.
Wijzelf hebben meestal leren bidden van onze ouders toen we nog klein waren of misschien later om te zoeken naar zingeving. En misschien moeten we het steeds opnieuw leren en het liefst van Jezus zelf.
Bidden is vooral luisteren naar wat God van ons vraagt: “Hoe gedragen we ons om in Zijn vriendschap te blijven midden alles wat we beleven?”
Soms hebben we zovele vragen, opmerkingen, klachten. Dan hebben we de indruk dat God ons maar geen antwoord geeft. Tot we begrijpen dat we vooral moeten luisteren naar wat God vraagt. Mogen we dan niets vragen? Jawel, want Jezus zegt: “Vraag en je zult verkrijgen, zoek en je zult vinden, klop en er zal worden open gedaan.
Abraham in de eerste lezing en de vriend uit het evangelie vroegen niets voor zichzelf. Zij vroegen aan God om iets goeds voor de anderen. Een vraaggebed tot God is nooit een vraag opdat Hij het werk in onze plaats zou doen. Het veronderstelt tegelijkertijd een engagement om mee te werken, zodat wàt we vragen kan gerealiseerd worden: Uw Rij kome. Het Rijk van God kan er alleen komen als we “medebouwers” worden door rechtvaardigheid en solidariteit voorop te stellen.
Regelmatig tot rust komen is belangrijk om te weten op welke manier we de boodschap van Jezus willen uitdragen. Het gebed is niet bedoeld om van God allerlei gunsten te bekomen, maar om God in onze dagelijkse noden en beslommeringen te betrekken. We mogen op Hem vertrouwen. Misschien wordt mij wel gegeven als ik vraag omdat ik heb geleerd om te luisteren naar wat God van mij vraagt en zo tot de kern te komen en overbodige zaken los te laten. Achter de deur die open gaat ontdek ik dat door mijn zoeken, mijn vele vragen, mijn nadenken toch een toekomst is weggelegd. Er wacht mij een opdracht: zoeken om te vinden wat belangrijk is, vragen naar de essentie en de deur laten opengaan om mij te engageren in het Rijk van God. Ervoor openstaan geeft ons leven, maar ook onze maatschappij een andere kleur.
En tot slot. Het is vandaag Werelddag voor grootouders en senioren, ingericht door Paus Franciscus naar de gedachte aan de ouders van Maria: Joachim en Anna. U kan hierover een mooi artikel lezen in het parochieblad. Grootouders en senioren hebben geen “barcode” die na 70 levensjaren verdwijnt, zoals vaak in de samenleving wordt aangegeven. Ze zijn steunpilaren, begeleider, ervaringsdeskundigen, leraren en soms ook de verwenners van hun kinderen en kleinkinderen vooral.
Dus vandaag aan alle grootouders en senioren een dikke proficiat voor hun grote inzet in de maatschappij en de gemeenschap!! (MS)
