Eerste lezing: Js 66,18-21
Tweede lezing: Heb 12,5-7.11-13
Evangelie: Lc 13,22-30

Beste mensen,

In de drie lezingen van vandaag gaat het telkens over wie het Koninkrijk van God kan binnengaan. Het Rijk van God, de wereld waarvan God droomt, dat is het leven van nu, de wereld van vandaag. Een wereld waarin het goed is voor iedereen.

In de eerste lezing is de profeet Jesaja zeer duidelijk. ‘De Heer zal alle volkeren in vrede bij elkaar brengen en ze zullen zijn heerlijkheid zien.’ Alle volkeren, dus niet alleen het Joodse volk, het uitverkoren volk. Ook Jezus antwoordt op de vraag ‘Zijn het er weinig die gered worden?’ dat ze uit alle windstreken zullen komen, uit het oosten, het westen, uit het noorden en het zuiden. Dus weer iedereen, niet alleen het Joodse volk.

Maar ze komen er niet zomaar. Om in het Rijk van God te komen moeten ze wel iets doen. Ze moeten zorgen dat ze door de nauwe deur geraakt. Dit doet me een beetje denken aan de parabel van de kameel en het oog van de naald. Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan dat een rijke in het Rijk van God kan komen.
Volgens Jezus is niet voldoende om samen met Hem gegeten en gedronken te hebben, om zijn boodschap verder te vertellen. Als ze alleen dit doen, zullen ze nooit in het Rijk van God komen. God zal hen niet herkennen als ze aan zijn deur staan. Allen die ongerechtigheid plegen, blijven voor de deur staan.

Jezus richt die woorden ook tot ons. Ook voor ons zal de deur naar het Koninkrijk van God niet open gaan als we alleen maar eten en drinken met Jezus, als we alleen maar luisteren naar zijn boodschap. Dat zou gemakkelijk zijn. Elke zondag naar de eucharistie gaan, hier en daar nog een kaarsje branden en dan denken dat dit genoeg is.
Neen, ook van ons vraagt Jezus een inspanning. Net als zijn tijdsgenoten gaan we er iets moeten voor doen.
Voor hen en voor ons zal de deur naar het Koninkrijk van God pas open gaan als we leven volgens zijn eerste en enige gebod: bemin God en heb je naaste lief gelijk uzelf. Door de nauwe deur kunnen we pas geraken als we opkomen voor de minderbedeelden, als we vrede nastreven, als we voor onze planeet zorgen.
We mogen ook geen ballast meenemen: de ballast van egoïsme, van gemakzucht, van onverschilligheid, van het idee dat we goed bezig zijn.
Want hiervoor waarschuwt Jezus ons: ‘Er zijn eersten die laatsten en laatsten die eersten zullen zijn.’ Als we onszelf overschatten zullen we ook niet door de nauwe deur geraken.

In de tweede lezing horen we dat het niet altijd even gemakkelijk is.
Heel wat mensen hebben vroeg of laat in hun leven te maken met lijden, ziekte, een ongeluk, mishandeling of geweld. Maar Paulus spreekt bemoedigende woorden. Hij zegt dat, en hij gebruikt het woord tucht, ik gebruik dan toch liever lijden, dat lijden nooit prettig is maar dat ze op lange termijn vruchten oplevert, de vrucht van vrede en gerechtigheid als je maar onthoudt dat God je altijd graag blijft zien, hoe zwaar het ook mag zijn. Er zijn mensen die na een periode van pijn en verdriet zeggen dat ze er sterker uitgekomen zijn. Die van iets negatiefs iets positiefs kunnen maken. Die voor zichzelf nieuwe kansen en een andere toekomst zien. Die erop vertrouwen dat God hen nieuwe kansen geeft en de deur voor hen op een kier open houdt.

Beste mensen, Jezus vraagt veel van ons. Maar tegelijkertijd is Hij ons grote voorbeeld. Laten we omgaan met onze medemensen zoals Hij het ons heeft voorgedaan, vol liefde, vrede en gerechtigheid. Als we dat doen, wordt de nauwe deur misschien wel een brede poort naar het Rijk van God. Amen