Eerste lezing: Sir 3,17-18,20,2829
Tweede lezing: Heb.12,18-19,22-24a
Evangelie: L 14,1,7-14
In de eerste lezing hebben we een kort fragment gehoord over wijsheid uit het boek Jezus Sirach. Het gaat hier dan ook over wijsheid op zich. Wijsheid is een woord dat zelden voorkomt in onze kranten of weekbladen, en je hoort het niet vaak op televisie. Wie wijs is handelt met inzicht, hij heeft een rijpe levenservaring. Wie wijs is, is in staat om de verhalen uit de bijbel te leren begrijpen en ze te betrekken op ons eigen leven. En dat is helemaal niet zo eenvoudig. Jezus Sirach maant ons dus aan om de wijsheid te beoefenen zelfs en te leren daarbij “te wandelen met God”.
Het evangelie ademt dezelfde sfeer van de Joodse wijsheid uit. Jezus wordt uitgenodigd om bij een vooraanstaande farizeeër te komen eten en Jezus gaat erop in. Hij wil wäär dan ook zijn boodschap verkondigen, en Hij wordt scherp in het oog gehouden. Jezus ziet hoe vele genodigden streven naar de eerste plaatsen aan tafel. Zijn eerste les is dan ook: als je de eerste plaats wil innemen, dan zou het wel eens kunnen dat de gastheer u naar een andere plaats wijst. Ook in onze tijd proberen mensen in de nabijheid van machtige mensen te komen en iedereen kent al wel eens de ervaring wanneer hij zijn plaats moet afstaan voor een ander. “Al wie zich verheft zal vernederd worden, en al wie zich vernedert zal verheven worden” zegt Jezus. Het gaat in dit evangelie dus niet om een les in sociale beleefdheid of: hoe moeten we ons gedragen op een feest?
Voor de Joodse gemeenschap hebben de maaltijden nog altijd een bijzondere plaats en traditie. Nog altijd neemt de voorbereiding van de Sabbat veel tijd in beslag en alles moet klaar zijn op vrijdag omdat men op Sabbat verscheidene toestellen, vooral elektrische niet mag gebruiken.
Het Bruiloftsfeest is In het evangelie het feest van het leven zelf. Het is het feest waarop we elke dag worden uitgenodigd.
En we worden uitgenodigd door God zelf. Maar hoe herkennen we dat we worden uitgenodigd? En in hoeverre gaan we daar dan op in? Dan verstaan we de oproep van Jezus: “ga op de laatste plaats staan”. Jezus wil een ruimere betekenis geven aan de maaltijd. Een ruimere kans om iedereen in zijn eigenwaarde te respecteren, ongeacht zijn afkomst, huidskleur of taal. Streven naar rechtvaardigheid en solidariteit worden dan duidelijke aspecten in onze gastvrijheid.
Daarom kunnen we dankbaar zijn voor alles wat we mogen ontvangen en niet in het minst voor het traject dat we al mochten afleggen en: ”krijgen alleen maakt ons niet gelukkig”.
In dankbaarheid voor wat we mogen ontvangen is het aan ons om met alles wat ons wordt toevertrouwd met engagement, inzicht en wijsheid te leren omgaan.
Jezus vraagt ons om bescheiden te blijven en om oprechte aandacht te hebben voor onze medemensen, onze natuur, onze aarde en het milieu. Daarin schuilt ons engagement om er positief mee om te gaan: met inzicht en wijsheid. Misschien is dat niet altijd vanzelfsprekend, en zeker niet in de tijd van Jezus. Hij was het diegene die naar de armen, de blinden, de tollenaars en de zondaars ging, en dat werd Hem niet altijd in dank afgenomen. Gastheren, gastvrouwen en gasten zelf zijn we allemaal. Het is geen kwestie van te veel bescheidenheid en we moeten niet op de laatste plaats gaan staan, want daar staat Jezus altijd zelf.
Op 1 september is het voor christenen de Werelddag van gebed voor de zorg voor de schepping. En 1 september is ook de start van het nieuwe schooljaar; een uitdaging voor leerlingen, leraren en ouders. We wensen hen allemaal een goede start en een jaar vol inzicht en wijsheid. (MS)
