Eerste lezing: Nu 21, 4b-9
Tweede lezing: Fil 2, 6-11
Evangelie: Joh 3, 13-17
Vandaag viert de Kerk het Feest van de Kruisverheffing, een feest dat slechts eens in de zes jaar op een zondag valt. De oorsprong ervan ligt in de de inwijding van de heilig Grafkerk te Jeruzalem op 14 september 335, gebouwd op de plaats waar het kruis van Christus zou zijn gevonden. In de Oosterse Kerken wordt dit feest met meer plechtigheid gevierd dan onze westerse kerk.
Het lijkt misschien een vreemde titel: een feest rond het kruis. Het woord ‘verheffing’ hoort thuis bij triomf, bij schoonheid, bij glorie. Maar het kruis was in zijn oorsprong allesbehalve mooi. Hoe kan een martelwerktuig, een teken van pijn en vernedering, iets zijn om te vieren?
Het antwoord ligt in ons geloof. Omdat wij geloven en belijden: door zijn Kruis heeft Christus de wereld verlost. Dat maakt de kern uit van onze geloofsbelijdenis.
Zo komt het dat geen enkel teken, geen enkel symbool bij de christenen zo nauw met hun leven verbonden en verweven is, als het teken van het kruis. Er hangt een kruisje boven de wieg en het kruisteken te maken is een van de eerste dingen die men een kindje aanleert. Het kruisteken is het laatste teken dat over een afgestorvene gemaakt wordt en op zijn grafzerk staat een kruis. En tussen wieg en graf, hoeveel kruistekens en kruisbeelden! Evenzoveel uitingen van ons geloof dat wat eertijds een teken van vernedering en dood was, in Christus geworden is tot een teken van leven en hoop. Op het kruis heeft Christus de menselijke schuld tegenover de hemelse Vader definitief gebroken, zodat achter het duister van zijn kruisdood voor allen het Paaslicht ging oplichten.
Door zijn kruis heeft Christus de wereld verlost, maar heel in het bijzonder heeft Hij in die wereld het lijden verlost. Hij heeft het lijden niet opgelost of weggenomen: vóór en na Christus is er niet minder of niet méér lijden in de wereld. Hij heeft het lijden niet ongedaan gemaakt, niet opgelost, maar verlost. Verlost namelijk van zijn uitzichtloosheid en nutteloosheid en zinloosheid. Ziek zijn is voor niets dienstbaar of nuttig of bruikbaar. Uit zichzelf is het een onwaarde, iets negatiefs, een kwaad. Maar in de kracht van Christus’ kruis kan het omgevormd worden tot een verlossende kracht, wanneer het gelovig wordt ingeschakeld in het lijden van Christus.
Het kruis verheerlijken klinkt paradoxaal, en dat is het ook. Waar de wereld leegte ziet, God betekenis plant. Waar menselijke ogen alleen nederlaag zien, openbaart God overwinning. Waar de dood zijn schaduw werpt, brengt God leven voort.
Het is dit mysterie dat Jezus ons vandaag herinnert: “De Mensenzoon moet omhoog worden geheven zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben.” Het instrument dat bedoeld was om hem te doden, werd door Gods kracht de poort naar het leven.
En juist daar, in dat kruis, spreekt God tot ons persoonlijk. Want ieder van ons kent lijden. Jij kent misschien het verdriet van verlies, de pijn van een breuk, de angst voor wat nog komen gaat, de eenzaamheid die niemand ziet. Het kruis ontmoet ons daar.
God verklaart het lijden niet weg, noch doet hij alsof het niet echt is. In plaats daarvan gaat hij erin mee. Het kruis zegt: “Ik ben daar geweest. En ik zal je daar niet in de steek laten.”
Daarom verheerlijken wij vandaag het kruis: niet als versiering, maar als uitnodiging. Een uitnodiging om ons lijden in Gods handen te leggen, om te geloven dat dood de kiem kan dragen van nieuw leven.
In Zuid-Frankrijk, vooral in de Provence, kom je vaak een bijzonder kruis tegen: een kruis waarin een anker en een hart zijn verwerkt. Het herinnert ons eraan dat in het teken van Christus’ kruis drie grote schatten samenkomen: ons geloof (het kruis), onze hoop (het anker) en onze liefde (het hart).
Misschien kunnen we daar af en toe bewust bij stilstaan, telkens wanneer we – in de liturgie of daarbuiten – het kruisteken maken. Met dat eenvoudige gebaar stemmen we ons leven, ons hele bestaan, af op de golflengte van God. Het kruis en de woorden die we uitspreken zeggen ons duidelijk: “ge vertrouwt u toe aan een belofte om zelf drager van belofte te worden”. Moge elk kruisteken dat wij maken ons eraan herinneren dat wij geroepen zijn om zelf dragers van geloof, hoop en liefde te zijn, in alles wat we doen.” Amen! (Kiran Joy OP)
