Vredeszondag
Eerste lezing: Am.8, 4-7
Tweede lezing: 1 Tim 2, 1-8
Evangelie: Lc 16, 1-13
- In een scherpe aanklacht verzet de profeet Amos zich tegen de corruptie, de leugens en de hebzucht van hen die de armen als koopwaar behandelen. Ook vandaag zijn er profeten nodig die het vertrappen en het laten verhongeren van kinderen, vrouwen en mannen in scherpe bewoordingen aanklagen. De God van vrede en rechtvaardigheid verzet zich met alle kracht tegen dergelijke wantoestanden. Ook wij die als christen een profetische roeping hebben moeten de actuele mensonterende toestanden in de wereld klaar en duidelijk aanklagen. We moeten onze stem met alle kracht verheffen: ‘Stop die oorlog, stop dit geweld, stop deze misdaden; het zijn uw en onze kinderen, het zijn uw en onze zussen, het zijn uw en onze broers die in liefde door dezelfde God en Vader geschapen zijn.’
- In het evangelie van deze zondag wijst Jezus op de sluwheid van een rentmeester die in dienst is bij een rijk man. Kijk eens, zegt Jezus, welke trucs die rentmeester allemaal bedenkt om zijn hachje te redden. En wat doen jullie, kinderen van het licht, om het onrecht te keren en iedere mens tot zijn of haar recht te laten komen? Of zijn jullie dienaars van het geld geworden en geen dienaars meer van Hem die jullie in vrijheid geschapen en gered heeft? En Jezus voegt eraan toe: ‘Niemand kan twee heren dienen. Gij kunt niet God dienen én de afgod van het geld.’ Dit is zelfs een kwestie van leven en dood. Wie de afgod van het geld eert, werkt mee aan de dood en de vernietiging van veel mensen, om te beginnen de armsten en meest kwetsbaren. Wie daarentegen de God en Vader van alle leven dient, bevordert de levenskansen van veel medemensen op onze kwetsbare aarde.
- De apostel Paulus drukt ons op deze vredeszondag nog op het hart: ‘Blijf bidden, wees elke dag een voorspreker, zegt ook altijd dank om wie je bent: een geliefde van God die zelf ook tot liefde in staat is. God die ons geschapen heeft, verlangt dat we voluit leven en leven doorgeven. De apostel Paulus voegt er nog aan toe dat ons bidden alleen vruchtbaar is, als we bidden zonder ons te laten verleiden tot haat en ruzie. Bidden voor vrede is daarom ook altijd eerst bidden voor onze eigen ommekeer en onze bereidheid tot vredestichten. Vervolgens bidden we dat God het geweten mag raken van hen die nu vastzitten in geweld, wrok en haat. God doet alles wat Hij kan, maar Hij dwingt niemand. De eerste gave die God ons geschonken heeft is immers de vrijheid van geweten.
