Eerste lezing: 2 K 5, 14-17
Evangelie: Lc 17, 11-19
Broeders en zusters,
Deze week las ik in Humo een interview met Hedwig Ilegems en Tom Lenaerts. Eén zin sprong eruit: “Vriendelijkheid is een vorm van respect voor de medemens. Een ‘Goeiemorgen!’ kost je toch geen immense krachtsinspanning.” Die zin viel bij mij binnen terwijl ik aan deze homilie werkte. Het paste precies bij de lezingen van vandaag: het is niet moeilijk om ‘goeiemorgen’ of ‘dank u’ te zeggen, maar soms lukt het ons toch niet. Ik had deze week nog een geschenk, want ook de Paus kwam met een nieuwe apostolische exhortatie “Dilexi te” – Ik heb u liefgehad”.
Maar laat ons eerst eens die goeiemorgen onder de loep nemen,
Want zo’n ‘goeiemorgen’ is op zich niets bijzonders — en toch kan het je hele dag veranderen. Vandaag horen we twee verhalen over zulke kleine daden die iets groots mogelijk maken. In de eerste lezing ontmoeten we Naäman, een man die genezing zoekt. De oplossing die hij krijgt is verrassend eenvoudig: wassen in de rivier. Geen indrukwekkend ritueel, geen grootse woorden — een simpele handeling. Hij gehoorzaamt en vertrekt als een ander mens. In het evangelie horen we van tien melaatsen die allen genezen worden op weg om zich te tonen aan de priesters. Maar opmerkelijk: van die tien keert slechts één terug, een Samaritaan, om God te loven en Jezus te bedanken. Het getal 10 is hier niet zomaar gekozen, maar symboliseert de volheid van de mensheid, m.a.w. ons allen.
Die twee verhalen leggen ons een eenvoudige maar diepe waarheid voor: God werkt vaak door het kleine en wij zijn geroepen om dat te herkennen en erop te reageren. Ik zou het graag opdelen in drie thema’s om het wat overzichtelijker te maken: God gebruikt het eenvoudige; dankbaarheid maakt het wonder herkenbaar; en wij zijn geroepen om te dragen.
Eerst: God gebruikt het eenvoudige. Naäman had misschien iets groots verwacht, hij was tenslotte een generaal, rituelen, grote gebaren maar het antwoord is alledaags: was je. De tien melaatsen krijgen de opdracht om te gaan en zich aan de priesters te tonen, opnieuw: geen toeters en bellen, maar een concrete stap om niet te blijven zitten maar een actie te ondernemen.
Het geloof toont zich niet altijd in spectaculaire daden, maar vaak in gehoorzaamheid aan kleine, concrete stappen. Die houding herkennen we ook bij Thérèse van Lisieux: haar ‘kleine weg’ is een spiritualiteit van eenvoud, vertrouwen en liefde in de kleine dingen van het dagelijks leven. Heiligheid kan zich uiten in een hand die iets doet, in een woord dat gezegd wordt. (zoals die Goeiemorgen)
Ten tweede: dankbaarheid maakt het wonder herkenbaar. Allen worden genezen maar alleen degene die terugkeert, verandert zijn genezing in een lofzang. Zijn dank maakt van een zeer persoonlijke ervaring een openbare getuigenis. Wie dankt, wijst met zijn hand naar de Bron. Zonder dank blijft de ervaring iets dat je hebt; met dank wordt het iets dat je weggeeft. Daarom zijn eenvoudige woorden als “dank je wel” geen kleinigheid: ze zetten genade in beweging. Ook na dagen die niet perfect waren, kan één woord van dank onze blik veranderen: dankbaarheid herkent wat ons gegeven werd en verandert het tot gedeelde vreugde. Het verandert onze blik, ons perspectief.
En dan: de ezel. U verwacht het misschien niet onmiddellijk, maar de ezel is in de Bijbel vaak de stille ster op de achtergrond. Hij draagt: Jezus op Palmzondag, Maria naar de stal, hij is het nederige lastdier dat de beweging van het heilige mogelijk maakt. De ezel roept geen aandacht, maar is betrouwbaar, de perfecte metafoor voor wie het heilige in kleine daden vervoert. De ezel doet het niet voor applaus, hij vraagt hooguit een wortel. Zo zijn ook wij geroepen: niet voor de show, maar voor de trouw.
Wat is nu een apostolische exhortatie? Het is een document van de paus, gericht aan ons gelovigen van de Kerk, en heeft als doel ons aan te sporen tot de praktische toepassing van bepaalde geloofselementen.
De drie eerder benoemde thema’s: eenvoud, dankbaarheid, dragen, sluiten aan bij de inhoud van “Dilexi te”: waarin de paus ons oproept om liefde concreet te maken, vooral voor wie aan de rand staat. Die oproep herinnert ons eraan dat liefde voor de armen en de kwetsbaren geen optionele goede daad is, maar hart van de christelijke roeping. In Lucas geneest Jezus allen; de publieke erkenning en dankbaarheid komt van een buitenstaander. (Want Naäman en de Samaritaan waren geen volgers van Jahwe.) Dat is een even scherpe als milde aanklacht: het heil is royaal, maar de erkenning is schaars. Wie de armen liefheeft en wie dank zegt, maakt het hart van het evangelie zichtbaar.
Ik denk dan ook aan mensen die hun genezing of ervaring omzetten in dienst: mensen die na een ziekte een actie opzetten voor onderzoek, lopers die meedoen vandaag aan de Levensloop voor Kom op tegen Kanker en zo hun dank concreet tonen, vroeger-verslaafden die vandaag bij AA anderen ondersteunen. Dat zijn levende ezels: zij dragen hun ervaring zodat anderen geholpen worden.
Wat kunnen we zelf doen? twee concrete en haalbare opdrachten voor deze week:
Zeg één oprechte “ Merci ! dank je” — aan iemand die u recent hielp, of aan de Heer tijdens de maaltijd. Maak dank concreet.
Kom een keertje extra bidden in onze kapel van Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdes en praat erna even met iemand over wat het met u deed, deel uw dank.
Als we die kleine stappen zetten, wordt de eredienst zoals vandaag, niet iets dat we alleen ondergaan, maar iets dat ons verandert en ons een zending geeft. Net als de Samaritaan en Naäman: wij mogen ontvangen, terugkeren met dank en zo het heilige dragen in de wereld.
En mocht u volgende week een ezel op straat zien: duw hem niet opzij, zeg “dank je” of “dikke Merci” en geef hem een wortel.
Laten we bidden dat God ons de ogen geeft om te zien waar Hij door kleine daden werkt, en de moed om terug te keren en te danken, zodat onze kleine handelingen een spoor van genade worden voor anderen. Amen. (VDJ)
