Tweede lezing: 2 Tim 1, 6-8.13-14

Evangelie: Lc 17, 5-10

Het geloof van een mosterdzaadje

De apostelen vragen om ‘meer geloof’. Het ‘meer geloof’ waar de apostelen om vragen komt neer op meer geloof in Jezus. Een geloof dat zo sterk is dat een boom zijn wortels uittrekt en in de zee gaat staan, of zoals wij het misschien eerder zouden zeggen, een geloof dat zo sterk is dat het bergen kan verzetten. Niet zomaar ‘bergen’, nee, bergen van liefde en van vrede, bergen van gerechtigheid en barmhartigheid, bergen van meevoelen en meewerken. Bergen die leiden naar de weg van Jezus, de weg van God.

Wanneer iedereen die weg zou gaan, zou er geen onrecht zijn, geen oorlog, geen bombardementen van steden en dorpen, geen aanslagen, geen miljoenen vluchtelingen, geen thuisloze kinderen. Dan zou er alleen maar vrede zijn, en gerechtigheid en begrip en inzet.

‘Heb geduld en blijf vertrouwen’, zegt God. ‘Laat je geloof zo sterk zijn als dat van een mosterdzaadje’, zegt Jezus, ‘want dàn wordt het een geloof dat bergen verzet. Blijf niet bij een passief geloof, een geloof van enkel bidden en niets doen, maar een geloof dat zich inzet voor anderen.’

Wat Jezus bedoelt blijkt uit zijn parabel over de knecht die thuiskomt van zijn dagwerk: zijn werk is niet af, nee, hij moet verder werken door zijn heer te dienen. Zo is ook geloof: het stopt nooit, het is nooit ‘af’, het gaat altijd door op de weg van God, van Jezus.

Ik zal het nog eens met een spreuk van de Bond zonder Naam zeggen: geloven is een werkwoord. Geloof is geen jas die je naar believen aan de kapstok hangt of van de kapstok neemt, nee, het is iets wat je moet doen, elke dag opnieuw.

Doen, zegt Jezus. Niet blijven staan, maar u inzetten. Niet wanhopen maar hopen en alles een kans geven. En die inzet hoeft niet ineens groot en machtig te zijn. Ook hier geldt wat Jezus over geloof zegt: zelfs met een geloof en inzet zo klein als een mosterdzaadje is alles mogelijk.

Als Jezus in het evangelie van vandaag spreekt over het verzetten van een berg gaat het ook over de grote en kleine opgaven in ons leven die onze krachten en mogelijkheden soms te boven lijken te gaan.

Ook de apostelen stonden voor zo’n opgave toen ze beseften dat ze de taak van Jezus om de blijde boodschap te verkondigen van Hem zouden moeten overnemen. Het vertrouwen in hun eigen vermogens was niet groot genoeg voor zoiets. En daarom vroegen ze om meer geloof voor hun toekomstige taak. Ze vroegen om geloof of noem het vertrouwen, in eigen kennis en kracht en zeker ook om een hand op de schouder, een flinke steun in de rug van Godswege. Waar het op aan komt hadden ze herhaaldelijk zien gebeuren, als Jezus niet zei: “Ik heb je genezen”, “maar je geloof heeft je gered”.

Paulus had dat ook goed begrepen. Dat kan je horen in de lezing van vandaag. Paulus vertelt ons: ‘Laat u leiden door de wijze woorden die je geleerd hebt van Jezus, laat u leiden door de Heilige Geest. Wees moedige mensen, vol geduld en liefde.’  Dat zou wel eens kunnen helpen in het dagdagelijks stellen van kleine goede daden.

En dat geloof moet maar zo klein zijn als een mosterdzaadje.  En zaad dat ontkiemt in de donkere aarde, op het plaatsje en op het moment wanneer het het donkerst is. Dat gebeurt niet zomaar. We moeten er zelf mee aan de slag. Jezus beloofde niet: “Ik zal die berg, die bergen wel voor jullie verzetten”. Dat moeten wíj zelf doen.

Klein verhaaltje (Tijdschrift Samuel)

Een jongen had een droom.

Hij ging een winkel binnen.

Achter de toonbank zag hij een engel en vroeg:

‘Wat verkoopt u, mijnheer?’

De engel antwoordde: ‘Alles wat je maar wilt.’

‘Wel,’ zei de jongen, ‘Ik zou graag het einde van de oorlog in heel de wereld willen.  Ik zou meer bereidwilligheid om met elkaar te overleggen willen, aandacht voor kleine en zwakke mensen, en…’

De engel onderbrak hem en zei:

‘Sorry, jongeman, we verkopen geen vruchten, we verkopen hier alleen zaadjes.’

Ik ondervind elke dag dat hier in Borgerhout fantastische ‘zaadjes-planters’ wonen. Een vermelding in een reisgids dat we de tweede ‘coolste’ plaats zijn, komt er niet voor niets. Dat is de inzet (en de kleine zaadjes/daadjes) van vele mensen in dit district die zoiets verwezenlijken. Als je hier rondwandelt, en ik doe dat regelmatig, dan kan je zien dat er hier heel wat groeit, figuurlijk maar ook letterlijk. Plantsoenen, groen tegen de huizen, er zijn blijkbaar heel wat groene vingers in de buurt.  Ik sta er geregeld versteld van de natuurpracht die hier ontstaat. Nog een voorbeeldje gaat over ‘de kleine goedheid’, de zorg voor mensen in de buurt, de kleine attenties waar wij allen toe in staat zijn en die anderen zo’n deugd doen. Zo vond ik deze week een lieve kaart in onze brievenbus en een tof berichtje op Facebook/Meta. Een onverwacht zaadje zomaar op mijn weg… Heel deugddoend! Dat doet een mens groeien.

Zo zie je maar: uit een klein zaadje kan een machtige boom groeien. Zo is het ook met het rijk van God. Beetje bij beetje, zaadje per zaadje kan de wereld een plaats van vrede en geluk worden voor iedereen, zonder pijn of verdriet. Een plaats waar iedereen gelukkig is.

Als je het bijna bent vergeten en je wilt de moed opgeven, moet je snel even denken aan dat kleine mosterdzaadje. (MVG)