Eerste lezing: Mal. 3, 19-20

Tweede lezing: 2 Tes. 3, 7-12

Evangelie: Lc. 21, 5-19

Beste mensen,

We naderen stilaan het einde van het liturgisch jaar.  Binnen 14 dagen begint de Advent. De verhalen van vandaag worden gewoonlijk gezien als een voorspelling van het einde der tijden, maar dat is waarschijnlijk niet zo. Jezus is immers geen toekomstvoorspeller.

Hij zegt alleen wat er gebeurt als de God van liefde, vrede en gerechtigheid geen plaats meer krijgt in zijn schepping. En dat is erg, want dan staat haat boven liefde, wraak boven vergeving, egoïsme boven broederlijkheid, corruptie boven gerechtigheid en winst en eigenbelang boven het respect voor God, de schepping en de medemensen.

Als Jezus met Zijn leerlingen bij de tempel van Jeruzalem staat, zegt Hij tot zijn leerlingen dat de tempel zal afgebroken worden. Natuurlijk vragen de leerlingen: wanneer dat zal gebeuren, maar Jezus antwoordt niet rechtstreeks op deze vraag. Hij zei wel: let op dat dat ge u niet laat beïnvloeden door mensen met veel te veel macht, mensen die andere mensen uitbuiten, mensen die denken dat ze de waarheid in pacht hebben. En destijds is in Jerusalem de tempel toch verwoest. En er zijn vele jonge mensen gestorven omdat ze Jezus volgden en wilden leven zoals Hij heeft geleefd.

Als er verwarrende en moeilijke tijden komen moeten we ons niet uit het veld laten slaan, maar standvastig blijven. De mensen hebben zich niet ontwikkeld om vernietigd te worden. En het “einde” is geen moment dat men kan aanwijzen.

We moeten het hoofd koel houden.  Dat is en blijft de weg van de geweldloosheid. Dat is: Zijn getuigenis uitdragen, ook al worden we uitgelachen. Christenen geloven niet zoals pessimisten, dat onze wereld op weg is naar de totale vernietiging, zolang wij voor elkaar blijven zorgen.

Waarom vallen in deze herfsttijd de bruingekleurde bladeren van de bomen? Niet alleen omdat ze uitgeleefd zijn, maar omdat nieuwe botten al aan het duwen zijn om plaats te krijgen, ook al zien we dat nu nog niet.

Ook wij hebben ons de laatste decennia ongerust gemaakt in de kerk. Zal ze sluiten? Wat gaat er dan gebeuren? Hoe komt het dat er minder gelovigen zijn? Mensen hebben angst als er zoiets gebeurt, maar angst is een slechte raadgever. Ook hier kunnen nieuwe kansen komen om het werk van Jezus verder te zetten.

Naar de kerk komen doen we niet omwille van het gebouw, maar wel omwille van ons geloof, en geloven is “ja” zeggen tegen iemand. Christelijk geloof gaat niet om onszelf. Het richt zich radicaal op wat er zich buiten ons gebeurt.

Jezus zegt: heb geen schrik, heb vertrouwen en blijf standvastig. Jezus leerde ons bij het laatste avondmaal: “doe dit omdat ge aan mij zou blijven denken”. We putten hier ook kracht uit om gelovig te worden of het te blijven.

Dat betekent niet dat we ons hoofd in het zand moeten steken en doen alsof er niets ergs gebeurt in de wereld, integendeel: christenen proberen in hun gemeenschap de weg van Jezus te gaan.

En we twijfelen soms, het ligt niet altijd voor de hand, maar we proberen elkaar daarin te helpen. We blijven ons inzetten voor anderen: eenzame mensen, mensen op leeftijd, arme mensen, zieke mensen.

We proberen kleine zaadjes uit te strooien in de hoop dat er enkele mogen uitgroeien tot een mooie bloem, een mooie plant, goede gewassen op het veld. Maar we moeten geduld hebben.  We kunnen niet altijd alles begrijpen, maar we kunnen altijd stappen zetten om verder te gaan, om Pelgrim van Hoop te zijn en te blijven.

We zijn altijd onderweg om nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Denken we maar aan het concert vorige dinsdag waar een koor van 3 verschillende religies samen zingt als “Het koor van de beschavingen “. De wonderen zijn de wereld nog niet uit! In ons geloof blijven we hopen op een positieve “noot” (met “t”), waarin we ons terugvinden als gewone mensen met een “missie”.

Jezus nodigt ons uit om het gewone leven verder te zetten en dat betekent dat we mekaar graag moeten blijven zien, en elkaar blijven helpen waar het kan. De verbondenheid met God houdt niet op met het verdwijnen van de tempel. Door vol te houden in liefde, geloof, gebed en vertrouwen zullen we ons leven redden. Wat God begonnen is, zal Hij afwerken.

Zuster Katharina in Brecht heeft het ook zo mooi gezegd in haar programma: we bidden in de nacht, het duister, als het helemaal stil is, en we zien de zon weer opkomen voor een nieuwe dag. Dat hoorden we ook in de eerste lezing: voor wie in Mij gelooft, gaat de zon van de gerechtigheid op en met haar vleugels brengt ze genezing.

God verlicht en verwarmt ons opdat we mensen zouden worden zoals Jezus. Als we onze verantwoordelijkheid nemen en ons best doen, zal de verbetering van de wereld een hele stap dichterbij komen. Dat is wat we bidden als we het Onze Vader bidden: “Uw Rijk kome”.

Denken we ook nog eens na over de vallende bladeren van de bomen en de nieuwe botten die al klaar zitten en die we nu nog niet kunnen zien. Er kan steeds iets “nieuw” beginnen!!! Ziet gij het nog niet? (MS)