Christus, Koning van het heelal.
Eerste lezing: 2 S 5, 1-3
Tweede lezing: Kol 1, 12-20
Evangelie: Lc 23, 35-43
Broeders en zusters,
Vandaag zijn we aan de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Deze namiddag in de kathedraal wordt er een viering gehouden voor de slachtoffers van seksueel misbruik. Aan deze viering is heel inclusief gewerkt. Hoe we hier als Kerk mee om zijn gegaan in het verleden, ga ik niet belichten, wel hoe we vandaag met de slachtoffers omgaan en hoe we met de daders omgaan als christenen. Jezus zou ons vragen om naar beiden te luisteren, ook naar de dader, is dat gemakkelijk? Nee, dat is verdomd moeilijk. Wringt dat aan elk besef van norm dat we hebben? Ja. Want de bril die we opzetten is gericht op de kant van het slachtoffer. We evangelie van vandaag leert ons dat we ons ego aan de kant kunnen zetten en meer doen zoals Jezus.
We gaan als we dit evangelie dieper bekijken, enkele begrippen voor onszelf moeten herdefiniëren, even tabula Rasa en terug opbouwen. En het begint met anders te kijken naar het woord Koning.
Vandaag vieren we het feest van Christus Koning, Jezus zien we vaak afgebeeld als de Pantocrator, waar hij zoals een Romeinse keizer wordt afgebeeld. Het woord koning associëren we niet onmiddellijk in onze tijd aan Jezus. We denken bij een koning vaak aan macht, aan hiërarchie, aan iemand die hoog boven ons staat. Maar het evangelie dat we vandaag horen, toont een totaal andere soort koning.
Jezus hangt aan het kruis. Geen troon, geen kroon van goud, geen legers. Alleen een eenvoudige inscriptie boven zijn hoofd: “Dit is de Koning der Joden.” En het is opvallend: juist daar, op dat moment van totale kwetsbaarheid, laat Hij zien wat voor Koning Hij is.
Een Koning die ook Herder is
In de eerste lezing wordt David tot koning gezalfd, maar tegelijk wordt hij herinnerd aan zijn eerste roeping: herder van het volk. Een herder die niet heerst vanop afstand, maar tussen zijn mensen staat, ze kent, ze draagt.
Jezus vervult dat beeld ten volle. Zijn koningschap bestaat niet uit macht, maar uit nabijheid. Niet uit bevelen, maar uit zorg. Hij gaat op zoek naar wie verloren loopt, Hij tilt wie gevallen is, Hij geneest wie gebroken is. Hij is Koning omdat Hij Herder is.
Een Koning die naast mensen gaat zitten – vb. herstelgesprekken
En dat zien we het duidelijkst in het evangelie van vandaag: Jezus, stervend aan het kruis, vindt nog de kracht om naast iemand te gaan zitten — naast de misdadiger die naast Hem hangt.
Die mens is nergens meer, verloren voor het systeem, voor de maatschappij, misschien zelfs voor zichzelf. Maar Jezus kijkt hem aan, luistert naar zijn eenvoudige vraag: “Denk aan mij.”
En Hij ziet geen mislukking, geen categorie, geen etiket. Hij ziet een mens. Een mens die verlangt naar vergeving, naar hoop, naar een nieuw begin, naar het hem gunnen van het leven.
Dat is het koningschap van Christus kort samengevat: niet hoog boven ons, maar naast ons, niet veroordelend, maar ontvankelijk, niet uitstellend naar later, maar vandaag nog. Misschien kunnen de herstelgesprekken dit doen voor de slachtoffers van het misbruik maar ook voor diegene die het misbruik veroorzaakten.
Een Koning die de mens ziet zoals hij is
Wij mensen kijken vaak naar elkaar met brillen die we onszelf hebben aangeleerd: beroep, afkomst, status, fouten, façade.
Jezus kijkt anders. Hij ziet de mens zoals God hem ziet: geliefd, kwetsbaar, soms verloren, maar altijd waard om gered te worden. Zelfs op het kruis blijft Hij zien wat er in een hart leeft.
En misschien is dat wel de uitdaging van Christus Koning:
Niet om Hem te eren met grootse woorden, maar om zijn manier van kijken over te nemen.
Om de mens te zien, niet de verpakking. Om naast iemand te gaan zitten die het nodig heeft. Om herder te worden voor elkaar.
Tot slot
Christus is Koning. Niet omdat Hij heerst, maar omdat Hij liefheeft. Niet omdat Hij macht toont, maar omdat Hij zichzelf geeft tot het uiterste. Niet omdat Hij boven ons staat, maar omdat Hij met ons meegaat — zelfs tot in onze donkerste momenten.
En omdat zijn koninkrijk al aanbreekt, mogen wij die realiteit vandaag al in de praktijk brengen: in één vriendelijk woord, één helpende hand, één moment van vergeving, het organiseren van een viering voor de slachtoffers, ze bijwonen. Zo bouwen we mee aan zijn koninkrijk — hier en nu.
Mogen wij zijn koninkrijk bouwen door te doen wat Hij deed: zien, luisteren, nabij zijn — en mens zijn voor elkaar. Ook als dat moeilijk is. Amen. (VdJ)
