Eerste lezing: Ez. 47, 1-2. 8-9. 12

Tweede lezing: 1 Kor 3, 9b-11. 16-17

Evangelie: Joh 2, 13-22

 

Jezus relativeert…

Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat de tempel in Jezus’ tijd betekende. Hij was gebouwd om onderdak te verlenen aan het heiligste wat Israël bezat: de ark van het verbond. De tempel vormde het hart van de joodse eredienst en was dan ook het bedevaartsoord bij uitstek. Zelfs joden die niet in Israël woonden, reisden ter gelegenheid van de grote feesten naar de tempel in Jeruzalem. Het kon niet anders dan dat ook Jezus positie moest kiezen. Hoe zou Hij, die nogal losjes omging met de wet van Mozes, zich gedragen in het heiligdom bij uitmuntendheid? Raakte Hij aan de tempel, dan trof Hij meteen ook het religieuze hart van zijn volk. Hij wist dat. En zijn tegenstanders wisten dat ook.

Daarom plaatst Johannes het tempelincident helemaal vooraan in zijn evangelie, om nog duidelijker te laten uitkomen dat het conflict rond Jezus’ persoon van religieuze aard was. En inderdaad, Jezus laat de tempel niet ongemoeid. Hij breekt hem niet af, maar spant zich blijkbaar ook niet erg in om het misverstand rond zijn woorden recht te zetten. Even verder zal Hij, in het gesprek met de Samaritaanse vrouw, zeggen dat de ware eredienst niet gebonden is aan een bepaalde plaats of een bepaald gebouw, maar dat de Vader ‘in geest en waarheid’ aanbeden moet worden en we lezen dat in het vierde hoofdstuk van Johannes evangelie. En dan kunnen we de vraag stellen: Is de tempel dan toch overbodig geworden? Zo eenvoudig liggen de zaken nu ook weer niet.

De tempel was stilaan overwoekerd geraakt door allerlei nevenactiviteiten. Om de vereiste offers te kunnen brengen moesten de mensen zich inderdaad schapen, runderen en duiven kunnen aanschaffen. Er werd dus gekocht en verkocht, zozeer dat de tempel op een markthal was gaan lijken. Er was dus wel reden om er even de borstel in te zetten. Maar daarmee doen we nog niet volledig recht aan Jezus’ bedoeling.

Om het met een veelgebruikt woord te zeggen: Jezus relativeert de tempel. M.a.w. iets tot zijn juiste proporties terugbrengen. Dat doet Hij trouwens ook met de voorschriften van de wet en met de vele religieuze gebruiken van zijn rijdgenoten. Het mag er allemaal best zijn, zolang het maar in de juiste relatie met, in de juiste verhouding tot God staat.

Blijkbaar was dat met de commercie in de tempel niet langer het geval. Maar daarom moest die tempel niet weg. Hij moest weer in zijn oorspronkelijk verband geplaatst worden als de plek waar God vereerd wordt.

Lieve mensen, die plaats is nog relatief in een andere betekenis. In principe kunnen mensen God overal aanbidden. Maar we weten allemaal dat wat altijd en overal plaats kan hebben, in feite nergens een plaats heeft. Daarom moet aan alle belangrijke dingen een plaats gegeven worden, zowel in de tijd als in de ruimte.

De tempel – en omgezet naar onze tijd: het kerkgebouw – is een dergelijke plaats. Een huis en ook een thuis. Daar komen we samen voor gebed voor bezinning en om liturgie te vieren. Dat is goed. Zo hoort het ook. Als we dan het gebouw tegelijk relativeren, betekent dit voor gelovigen: dat we een goede liefdesrelatie met God onderhouden en dat vraagt ook om een voortdurende reis van inzet, openheid en vertrouwen na te leven. Anders moet er gereinigd worden…Amen. (HD)