Eerste lezing: Jes. 35, 1-6a. 10
Tweede lezing: Jac. 5, 7-10
Evangelie: Mat. 11, 2-11
Lieve mensen
Een boodschap van hoop mogen we vandaag horen in de lezingen en het evangelie. En toch meteen ook een kleine kanttekening, in de tweede lezing. Heb geduld, staat daar meerdere keren en ook moed. Misschien is dat tweede nog meer een aansporing om in deze advent stil te staan in onze ‘verwachting’ naar de komst van de Messias.
Toch eerst een woordje over ‘geduld’. Afgelopen week heb ik dit meermaals als ‘mantra’ in mijn gedachten opgezegd. Het is en blijft een heel moeilijke opgave: ‘geduld hebben’. Die vrede in de wereld had er al lang kunnen zijn als we ons ‘ego’ opzij zetten en echt het ‘evangelie’ volgen, denk ik dan. Ouders van kinderen zitten al jaren aan het front, waarom vraag ik me af. Moeten die papa’s niet hun kinderen zien opgroeien? Waarschijnlijk is dat niet stoer genoeg. Gedachten die mijn geduld eerder te niet doen dan het opwekken.
En toch; zag ik niet die leerling die geduldig met mij de sterren van de klas ophing in de gang. Voorbije weken had hij me nog de mantra meermaals doen herhalen. En zag ik niet die leerling die plots begon te antwoorden op de vragen. Niet weken of maanden heb ik erop gewacht maar wel bijna 3 jaar. En zag ik niet die stilte die elk lesuur wederkeerde bij het aansteken van de kaarsen op de adventskrans. Soms is het rumoer zo luid dat ik er hoofdpijn van krijg maar nu werd zelfs de meest luidruchtige stiller dan ik.
Ik zou het Johannes-momenten willen noemen. Neen, je vindt dit niet op internet dus heb even geduld en ik leg het je uit. De leerlingen van Jezus vragen Hem wie die Johannes eigenlijk is. Hij zit in de gevangenis, en dat heeft hen waarschijnlijk danig onder de indruk gebracht. Kunnen we wel geloven in hem, nu hij gevangen zit? Toeval of niet, afgelopen woensdag mocht ik de opera ‘Barzakh’ bijwonen. Geen ‘gewone’ opera, maar een ‘sociaal project’. Gevangen komen aan het woord, en ja het waren ‘letterlijk’ hun woorden. Ruw en hard maar tegelijkertijd de ware realiteit. Niet meteen wat je van ‘opera’ verwacht, meestal is de realiteit ver weg, hier dus het omgekeerde en meestal eindigt een opera met een ‘catharsis’, hier geen einde maar een spiraal van negativiteit die eeuwig lijkt door te gaan. Eens veroordeeld altijd veroordeeld. En toch die ruwe harde woorden, die uitgesproken waarheid als een aanklacht tegen de ‘onrealistische verbloemde’ wereld waarin we leven, breekt met die neerwaartse spiraal. Jezus geeft Johannes een stem, vandaag geeft Jezus die ‘gewone’ gevangen in ons detentiesysteem een ‘stem’. Het stelt ons de vraag, hoe gaan wij om met de ‘verdrukte’ mens, hoe kijken wij naar ‘fouten’ die andere ons aandoen.
Jezus geeft Johannes autoriteit. Hij laat zien dat profetische woorden nooit aan kracht inboeten. De stem van de gevangene waar het gaat om ‘menselijkheid’ zijn ook zulke profetische woorden. Een ouder blijft een ouder. Een kind blijft een kind, ook als hij of zij achter de tralies beland.
Waar je niet meer verwacht dat er iets goeds uit kan voortkomen daar duiken de ‘Johannes-momenten op. Ook al heb je iemand ‘veroordeeld’, denk je dat het geen zin heeft om te hopen op beterschap, het Johannes-moment, laat het tegendeel werkelijk worden. Hij recht de paden en vlakt de heuvels.
Die jongen die nog nooit had geantwoord op de vragen, hij stak plots zijn vinger op, en ja met wat geduld, want het spreken ging niet zo vlot, gaf hij het antwoord. Mijn hart leerde geduldig zijn, want het waren zulke mooie woorden, geen perfecte zin maar eigenlijk veel meer dan perfect. Hij sprak vanuit overtuiging.
De jongen die altijd om meer aandacht vraagt dan je kan geven, die stond plots aan mijn rechterhand. Twee weken geleden kreeg ik nog het verwijt van hem dat ik hem niet hielp, nu deed hij het me voor.
En een klas die plots ‘muisstil’ wordt, niet omdat je het voor de duizendste keer vraagt, maar gewoon door een kaars aan te steken. Ze deden me beseffen dat het binnen in mij ook niet altijd stil is als ik er bij me zelf om vraag.
Die Johannes-momenten vragen om moed. Moed die je ‘knikkende knieën’ uit de eerste lezing tot bedaren brengt.
‘Vat weer moed, kijk vooruit’: zingen we in een lied. Het is kijken naar een toekomst die de heuvels en de kromme paden uit het verleden uitwist. Het is niet het ‘verleden’ uitwissen, maar wel toekomst geven en maken aan mensen waarvan het verleden lijkt het tegendeel te bevestigen. Met iedereen zullen we toekomst moeten maken, niemand uitgesloten.
Laat de Johannes-momenten ons overvallen zodat we de moed weer oppakken om mee te bouwen aan het ‘Rijk Gods’. Of om het met een andere profetische metafoor te zeggen: “het zijn blikopeners zodat we de moed en het geduld kunnen opbrengen om ons knikkende knieën te bedwingen en onze handen uit de mouwen durven steken.” (MD)
