Eerste lezing: Js. 11, 1-10
Tweede lezing: Rom 15, 4-9
Evangelie: Mt 3, 1-12
Johannes de Doper roept op tot bekering — concrete daden die vrucht dragen.
“Hoop op gerechtigheid is geen droom, maar een keuze voor wie anders geen keuze heeft.”
De adventstijd is een tijd van verwachting en hoop. Niet de vage hoop dat “alles wel beter zal worden”, maar de hoop die handen krijgt – hoop op gerechtigheid, op verandering, op genezing.
Jesaja schildert ons vandaag dat visioen: een scheut uit de dorre stronk van Isaï, een nieuwe leider die recht zal spreken, niet in het voordeel van de machtigen, maar met aandacht voor de kleinen, de armen, de kwetsbaren.
In dat visioen leven wolf en lam samen, niet omdat de wolf plots een lam wordt, maar omdat de wereld eindelijk leefbaar is voor iedereen. Dat is het rijk van God: recht doen aan wie geen stem heeft.
De campagne van Welzijnszorg confronteert ons met de harde realiteit: wie arm is, moet keuzes maken die nooit eerlijk zijn. Tussen medicijnen en huur. Tussen een bril voor de dochter of voor zichzelf. Tussen voeding en elektriciteit. We horen het elke dag: “Er is toch niets aan te doen.” Maar Jesaja zou antwoorden: “Er is wél iets aan te doen – recht moet gedaan worden!”
In zijn brief aan de Romeinen moedigt Paulus ons aan om vol te houden in die hoop. Christus zelf werd dienaar van allen – niet om macht uit te oefenen, maar om mensen samen te brengen, rijk en arm, sterk en zwak.
Paulus zegt: “Laat u bemoedigen door de Schriften, zodat gij door uw volharding de hoop behoudt.” Gerechtigheid is dus geen droombeeld, maar een roeping om vol te houden, ook als verandering traag komt.
En dan klinkt in het evangelie de stem van Johannes: “Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij!” Bekering is niet enkel persoonlijk – het is ook maatschappelijk. Johannes roept niet op tot schuldgevoel, maar tot vruchten die passen bij bekering. Vandaag zou hij zeggen: “Laat zien dat je rechtvaardigheid wil. Door solidariteit. Door keuzes die leven mogelijk maken.”
Onze bekering vandaag is het besef dat armoede geen fout van mensen is, maar een onrecht van structuren. En dat wij geroepen zijn om daar niet blind voor te blijven.
In deze Advent nodigt Welzijnszorg ons uit om de vicieuze cirkel van “arm maakt ziek – ziek maakt arm” te doorbreken. Dat doen we niet enkel met woorden, maar met concrete daden van solidariteit: een gift, een actie, een luisterend oor, een stem die opkomt voor rechtvaardigheid in het beleid.
Gerechtigheid is niet iets voor later, het begint nu — in onze keuzes, in onze gemeenschap. Zo wordt de woestijn een bloeiende tuin zoals Jesaja het droomde.
De adventskaars die vandaag brandt, vertelt van hoop op gerechtigheid. Een klein licht, maar genoeg om de duisternis te breken. Moge dat licht in ons aanwakkeren tot daden van liefde, zodat niemand nog onmogelijke keuzes moet maken. (VDJ)
