Js 60, 1-6
Ef 3, 2-3a,5-6
Mt 2, 1-12
Vorige zondag vierden we het feest van De Openbaring of “Epifanie” geheten. Het woord Epifanie komt uit het Griekse woord “Epiphaneia” , wat betekent: verschijning of openbaring en verwijst naar het christelijke feest  dat de openbaring van Jezus aan de Wijzen herdenkt, zowel als een plotselinge inzage of openbaring in het alledaagse leven, een vorm van “Eureka” zou Archimedes zegen.
We zouden kunnen zeggen: Jezus is in het evangelies de ontmoetingsplaats met God .  Jezus is de ster, het lichtvenster op God.  In Jezus is God zichtbaar geworden onder ons.
De openbaring van Jezus vindt bij de verschillende evangelisten op een ander moment plaats.
Voor Lucas maakt Christus Jezus zich aan de wereld kenbaar met de openbaring aan de herders bij zijn geboorte.
Marcus begint zijn evangelie met het Doopsel van Jezus.
In het Johannesevangelie heeft de openbaring van Jezus plaats op de bruiloft van Kana.
In het evangelie dat we vandaag hoorden vertelt Matteüs de openbaring aan de NIET-JODEN.
Vanaf het begin wijst hij erop dat Jezus niet alleen voor Israël gekomen is.
Noch Herodes, noch de hooggeplaatste personen uit Israël zijn op bezoek geweest, maar de Wijzen wel.
Ze zijn als de vertegenwoordigers van de hele mensheid die op zoek gaan naar de Heiland.
Matteüs richt zich tot bekeerde Joden aan wie hij de openheid wil meegeven voor het universele aspect van Jezus’ boodschap.
Matteüs beëindigt trouwens zijn evangelie met de uitdrukkelijke zending die Jezus aan Zijn Kerk toevertrouwt: “Ga en maak alle volkeren tot leerling “.
Dus ook aan ons is deze boodschap gericht.  Zoals de Wijzen gaan ook wij op zoek naar “sterren”, ook en vooral als het “donker” is, waar we kleine tekens herkennen die zeggen dat er nog degelijk goedheid in onze wereld bestaat.
We merken die sterren van goedheid niet altijd op.  Soms kijken we te veel omlaag, naar onszelf.
De Wijzen daarentegen zagen “breed”, omhoog en ze nodigen ons uit om onze ogen en ons hart open te zetten om met bewondering en dankbaarheid, de tintelingen van Gods goedheid op te merken.
We worden dus uitgenodigd om op tocht te gaan naar nieuwe, ongekende horizonten.
Soms blijven we ter plaatse trappelen en komen we moeilijk in beweging.
De Wijzen uit het Oosten leren ons dat we ons beter niet opsluiten maar blijven zoeken naar nieuw leven.
En soms hebben we een onverwacht moment waarin we inzicht krijgen waar we mee bezig zijn.  Dat we niet bang mogen zijn, maar blijven zoeken en meewerken aan de vele tekens van hoop.
De Warmste week heeft E 9.043.335  opgebracht om 220 projecten te ondersteunen die, hoe dan ook, hun werking kunnen verderzetten.  Tekenen van hoop ook  waar 11.11.11. zich inzet voor een rechtvaardige en gelijkwaardige wereld, waar voldoende plaats is voor iedereen.
En niet alleen grote projecten geven hoop en ondersteuning.  Ook wij kunnen in alle bescheidenheid bijdragen om kleine tekens van hoop te zijn, te worden of te blijven.
De ster en de Wijzen wenken ons vandaag om verder te trekken, voorbij Jerusalem naar Bethlehem, naar het huis waar de Liefde wacht.  Ze nodigen ons uit om onze verantwoordelijkheid op te nemen.  Het is de plaats waar we onszelf heel concreet liefdevol kunnen geven aan diegenen die op ons rekenen.
Ik wil jullie in het begin van 2026 het allerbeste wensen voor een jaar waar onze gemeenschap ook iets voor jullie kan betekenen.