Eerste lezing: Js. 58, 7-10
Tweede lezing: 1 Kor. 2, 1-5
Evangelie: Mt 5, 13-16
Lieve mensen,
Net zoals Paulus in de tweede lezing schrijft aan de Korinthiërs is het niet de wijsheid die deze woorden leidt maar tracht ik me te laten inspireren door wat God me vraagt te getuigen. Want de woorden van het evangelie en de lezingen zijn op zich de wijsheid zelf en we kunnen maar van ze getuigen als we ons open stellen voor wat God ons iedere dag opnieuw wil openbaren. Dat getuigen wordt vandaag nog extra in de verf gezet met de lezing van Jesaja en het Evangelie.
In dat evangelie horen we twee krachtige symbolen. Zout en Licht. Jezus vergelijkt de mensen met het zout der aarde. Wij zijn dus als zout. Maar we worden meteen aangespoord de kracht van dat zout niet te verliezen. Want dan gebeurt met ons wat verwoord wordt met het ‘licht’, het tweede krachtige symbool.
Eerst toch nog even over het zout. Een korte reflectie errond maakt dat zout net zoals vele andere symbolen trouwens, twee kanten heeft. Enerzijds zout geeft ‘smaak’, een goede eigenschap. Maar ook: ‘zout’ doodt, de negatieve eigenschap. In het evangelie wordt dit onderscheid niet gemaakt maar dat betekent niet dat alleen de ‘goede eigenschap’ aan ons wordt toegedicht. Een kleine kanttekening maar toch belangrijk om bij onszelf even stil te staan welke eigenschap van zout wijzelf het meest uitstralen. Geven wij ‘smaak’ aan het leven of zijn we eerder als de ‘dode zee’ waar geen vis leven kan.
Gelukkig brengt het tweede symbool ons op het goede pad. Want het licht maakt dat het ‘zout’ gezien kan worden. En ik vermoed dat we niet graag onze ‘slechte kantjes’ tonen aan elkaar en al zeker niet dat deze nog eens in de ‘spotlights’ staan. Het evangelie uitdragen gebeurt dan ook niet via de ‘roddelpers’.
Maar in de ‘spotlights’ staan is voor diegene die voor zijn medemens zorgt vaak een beangstigend gebeuren. Je loopt niet te koop met je goede werken, trouwens een ander verhaal in het evangelie kaart dit juist aan: ‘de rijke man wordt graag in de tempel gezien wanneer hij een ‘aalmoes’ geeft terwijl de arme vrouw alles geeft van wat ze heeft maar dit nu net niet in de ‘spotlights’ doet. En toch lijkt het evangelie van vandaag ons op te roepen niet al te bescheiden te zijn. En ik denk dat dat inderdaad geldt voor die arme weduwe. Maar het geldt voor de gehele Kerk van vandaag. De Kerk met de grote K, wat staat voor ons als ‘geloofsgemeenschap’ en niet het gebouw. Wij als Kerk moeten niet te koop lopen met alle goede werken maar in het huidig klimaat van onze samenleving betekent dit niet dat we niet gezien mogen worden. Hoe negatief de pers de Kerk ons voorstelt, wil niet zeggen dat wij niet ‘fier’ mogen zijn voor waar het iedere dag echt om gaat in ons gelovig aanwezig zijn onder de medemens.
Want Jesaja laat zien wat wij als ‘licht’, en dus de ‘kracht van het zout’, kunnen betekenen voor elkaar. Wat verderop (exact 20 hoofdstukken verder in het evangelie van Matheus) kunnen we dit ook lezen. En we kennen dit onder de ‘werken van barmhartigheid’. Dat iedere dag doen hoeft niet in het verborgene. Maar wees je er wel van bewust dat niet de ‘spotlights’ jouw daden verheerlijken maar dat jijzelf, zoals hier bij Jesaja te lezen valt, het ‘licht’ bent. Wanneer God jouw antwoord met: ‘Hier ben ik’ kunnen wij ook deze woorden in de mond nemen en zeggen tot onze medemens ‘Hier ben ik’. En dat kunnen en durven zeggen is ‘smaak’ geven aan het leven. Want ‘zout’ geeft pas ‘smaak’ als je het met andere zaken vermengt, ergens aan toevoegt. Wanneer God tegen je zegt: ‘Hier ben ik’, dan ben je niet meer alleen. Durven wij dit ook zeggen tot onze medemens?
Bij de naamopgave voor het Vormsel klonk vroeger het zinnetje. Ik (naam) zal trachten een goed christen te zijn, Hier ben ik, ik doe mee, op mij mag je rekenen.
Dat iedere dag opnieuw opzeggen is als een waar ‘credo’. Maar weet dat God dit ook iedere dag tegen jou zegt. (MD)
