Op zaterdag 21 maart 2026, begin van de lente namen we afscheid van Toon in een ‘verrijzenisviering’. Deze werd voorgegaan door Didier, Ina en Paul. Voor de dienst begon kon de familie, buren, vrienden, kennissen en parochianen achteraan de kerk even stilstaan bij een foto van Toon. Toon heeft zijn lichaam aan de wetenschap geschonken maar met symbolen, getuigenissen en het ‘evangelie’ werd hij levendig herdacht.

Vooraan stond het altaar van ‘Sint Anna’, de parochie waar Toon jarenlang pastoor was. Op dit altaar lag een witte stola, teken van zijn priesterschap. Een tafeldoek die altijd thuis bij hem op tafel lag, teken van welkom en gemeenschap. Een ‘Borgerhouts Reuzeke’, zijn reuzeke: teken van zijn belangeloze en reuzerijke inzet in buurt en parochie.

De foto van Toon werd vooraan geplaatst tussen de symbolen. Een wilgentak in de knop, die stilletjes de lente aankondigt maakte het altaar compleet.

De verrijzenisviering werd ingezet met ‘geroezemoes’, Didier had aan alle aanwezigen gevraagd om kennis te maken met de mensen die rondom je zaten om zo Toon levendig in herinnering te brengen, want allen waren we voor hem samen in de kerk. Aan het geluid te horen werden er mooie woorden over Toon uitgewisseld.

De voorgangers brachten elks een persoonlijk woordje over Toon om de ‘verrijzenisviering’ in te zetten. Zo sprak Ina de woorden: “Toon in een voorbeeld van hoe Jezus in Borgerhout zou rondlopen.”

Zijn broer Philip bracht een getuigenis van wie Toon was. Zo vertelde hij dat Toon geen groot spreker was maar als hij sprak was het doordacht. En dat Toon liever zijn handen uit de mouwen stak en les volgde op het ‘technisch instituut van Borgerhout’ waarbij het verrassend was dat Toon koos voor het Seminarie na zijn middelbare studies. En dat Toon vooral geïnteresseerd was in mensen en niet in het instituut kerk. Dat Toon zijn ideeën goed van pas kwamen voor de discussie aan tafel in de familie met 6 broers en zussen. En die ideeën waren vooral gelinkt aan ‘sociaal engagement’. Toon zette zich mateloos in in de Cluys/Kras en in het buurthuis ‘De drei pleintjes’.

Dat Toon een licht bracht in vele mensen hun leven werd onderstreept in de lichtritus. Wie zich geroepen voelde om een kaarsje naar voor te brengen mocht dit doen, het altaar baadde in het licht terwijl we luisterden naar het lied: ‘Licht dat ons aanstoot in de morgen…’

De lezingen waren speciaal voor Toon gekozen. Een tekst die ook op de uitvaart van zijn broer Paul te horen was. Waarin de slotzin Toon typeert als iemand die niemand in de steek laat en je steeds op hem beroep kon doen. Dat Toon een mens van de ontmoeting en het samen op weg gaan is werd getypeerd met de evangelietekst van de ‘Samaritaanse Vrouw’. Toon wilde net zoals Jezus het levende water zijn. Didier sprak dan ook over Toon: ‘Hij wou geen reus zijn maar wel drager van de reusachtige sociale inzet in dit stadsdistrict.’

In de dankwoorden konden we opnieuw zijn inzet voor de medemens horen. Zo getuigden An en Leen dat hij mensen bewust maakte voor ‘sociaal werk’, hij was: ‘een bijzonder man, bijzonder liefdevol’. Leo getuigde van Toons inzet voor de parochie van Sint Anna, hij voelde er zich thuis en maakte er een thuis voor velen van. Bie leerde Toon kennen door zijn vrijwilligerswerk in het buurthuis ‘De drei pleintjes’. Dat Toon ook niet gelovige mensen inspireerde daar getuigde zij van. Toon was dan ook: ‘het trouwste lid van de woensdagavondploeg’ waar Toon zich niet moeide maar wel een verzoenende en steunende rol op zich nam. Ze vatte Toon mooie samen met de woorden: ‘Toon is een fijne en rustige man met weinig woorden maar met vele bezorgdheden, een verdraagzame trouwe man die iedereen met respect behandeld.’

Op het einde van de verrijzenisviering noemden we Toon nog eens bij zijn naam. Zodat we de naam die geschreven staat in de palm van Gods had in ons mag blijven voortleven.

Maar Toon had het laatste woord. Hij had aan Luk gevraagd iedereen te bedanken, mensen van de Chiro, buurt, parochie, familie… Toon dankt ons om mee op weg te gaan in zijn leven.