Evangelie: De leerlingen van Emmaüs (Lc. 24,13-35)

Broeders en zusters,

Op deze Paasdag horen we het verhaal van de leerlingen van Emmaüs. Dit is eigenlijk het evangelie van de avondviering op Paasdag. Ja, er is ook nog op Paasdag normaal een avondviering en morgen op Paasmaandag is er normaal ook een. Het is veelzeggend dat er een heleboel vieringen zijn. We zijn samen onderweg. Daarom koos ik voor dit evangelie. Want het is een verhaal van mensen die onderweg zijn, en precies dat tekent ook onze eigen weg naar deze bijzondere hoogdag.

Wij zijn niet zomaar plots bij Pasen aangekomen. Al sinds Palmzondag hebben we als gemeenschap intens meegeleefd met de laatste dagen van Jezus: zijn intocht in Jeruzalem, het samenzijn aan tafel op Witte Donderdag, het lijden en sterven op Goede Vrijdag. Maar eigenlijk begon die weg nog vroeger. Veertig dagen geleden zijn wij aan de vasten begonnen, en sindsdien hebben we, stap voor stap, naar Pasen toegeleefd. Zoals iemand steen na steen een weg aanlegt, zo hebben ook wij geprobeerd een weg te bouwen naar dit feest van nieuw leven.

Dat hebben we niet alleen gedaan in gebed en liturgie. Onderweg hebben we ook geprobeerd om het evangelie handen en voeten te geven. We hebben Broederlijk Delen gesteund. We hebben elkaar ontmoet bij de gezellige koffiebabbel, rond Culinair Solidair, en ook aan tafel met mensen van een andere geloofstraditie, toen we samen Iftar vierden. Als je erop terugkijkt, dan zie je dat die momenten meer waren dan activiteiten alleen. Het waren haltes onderweg. Plaatsen van ontmoeting. Momenten waarop mensen tijd maakten voor elkaar.

En dat is precies de wereld van Emmaüs.

Twee leerlingen verlaten Jeruzalem. Ze stappen weg van wat hen heeft geschokt en ontredderd. Hun hoop is gebroken, hun verwachtingen zijn met de horizon verdwenen en ze zijn in rouw. Onderweg proberen ze te begrijpen wat er gebeurd is. Ze spreken erover, ze delen hun verwarring, hun verdriet, hun ontgoocheling. En juist daar, midden in dat menselijke gesprek, komt Jezus hen tegemoet. Hij voegt zich bij hen als een tochtgenoot. Niet op een overweldigende manier, niet met groot vertoon, maar eenvoudig, bijna onopvallend. Hij gaat met hen mee. Hij luistert. Hij spreekt. Hij blijft bij hen.

Dat is het wonderlijke van dit paasverhaal: de Verrezene laat zich niet eerst kennen in iets groots en indrukwekkends, maar in nabijheid. In samen op weg zijn. In het geduld van iemand die meeloopt tot je weer kunt zien. Pas later, aan tafel, wanneer het brood gebroken wordt, vallen de puzzelstukken in elkaar. Dan pas beseffen ze wie al die tijd bij hen was.

Misschien is dat ook wat dit evangelie ons vandaag wil laten ontdekken. Dat de kiem van Pasen vaak verborgen ligt in heel gewone dingen: in mensen die samen optrekken, in een gesprek waarin echt geluisterd wordt, in een tafel waar brood gedeeld wordt, in een ontmoeting waarin iets van warmte en verbondenheid groeit. Misschien herkennen wij God ook niet altijd op het moment zelf. Misschien zien we Hem pas achteraf, wanneer we terugkijken en aanvoelen: daar was meer aanwezig dan alleen wijzelf.

Als wij terugkijken op die voorbije veertig dagen, dan mogen wij misschien precies dat vermoeden. Dat de Heer ons nabij is geweest in de weg die wij samen gegaan zijn. In de solidariteit die we hebben geprobeerd waar te maken. In de ontmoetingen die er waren. In de openheid voor elkaar en voor anderen. In al die momenten waarop mensen elkaar niet voorbijliepen, maar bij elkaar bleven stilstaan.

Pasen betekent dan niet alleen dat Christus verrezen is — hoe centraal en vreugdevol dat ook is — maar ook dat zijn leven vandaag nog zichtbaar wordt waar mensen elkaar dragen, waar hoop levend wordt gehouden, waar brood en aandacht gedeeld worden. De Verrezene is niet ver weg. Hij gaat met ons mee, vaak stiller dan wij verwachten, maar werkelijk aanwezig.

Misschien is dat wel de genade van deze dag: dat ons gevraagd wordt met andere ogen te kijken. Om te zien dat de weg van geloof niet alleen loopt langs woorden en rituelen, maar ook langs ontmoeting, nabijheid en gedeeld leven. Zoals de leerlingen van Emmaüs Hem herkenden in het breken van het brood, zo mogen ook wij leren Hem te herkennen in wat hier onder ons groeit aan goedheid, verbondenheid en liefde.

Moge Pasen ons die ogen geven. Ogen die de Heer herkennen, niet alleen in het grote mysterie dat we vandaag vieren, maar ook in de kleine, menselijke stappen waarmee wij samen verdergaan. Amen. (VdJ)

WegWeg