Evangelie: Mc 4, 35-41 en Mt. 28, 16-20
We hebben net verhalen gehoord uit het evangelie. Eerst speelden jullie (communicanten) prachtig het verhaal van Jezus en zijn leerlingen die met een bootje op het meer van Galilea gingen varen. Ze kwamen in een storm terecht. Ze waren heel bang, maar Jezus heeft daar niets van gemerkt, hij lag gewoon te slapen.
In het tweede verhaal neemt Jezus definitief afscheid van zijn aardse leven en Hij zendt zijn leerlingen naar alle windrichtingen om te vertellen over Jezus en om te doen wat ze van Jezus leerden.
Jezus heeft de mensen veel geleerd over wat Hij het Rijk Gods noemde.
Dat Rijk van God dat gebeurde daar waar mensen zich inzetten voor een ander mens, dat gebeurde daar waar mensen zorgden voor mekaar, dat gebeurde daar waar iedereen meetelde. Dat gebeurde daar waar mensen mekaar hielpen zonder er persé iets voor terug te willen. En dat was nieuw in de tijd van Jezus. In het Rijk van God daar is er vrede en gerechtigheid voor iedereen. Tot op de dag van vandaag zijn we nog steeds bezig om dat Rijk van God waar te maken…. Veel werk aan de winkel dus.
En aan wie vertrouwde Hij dat werk toe? In de eerste plaats aan zijn leerlingen. Diezelfde leerlingen die er toch niet altijd gerust in waren. Die, toen ze op het meer in de storm zaten, heel erg bang werden op de hoge golven en zich afvroegen hoe het kwam dat Jezus gewoon op de achtersteven lag te slapen. Tenslotte maken ze Hem wakker en krijgt Hij de storm klein met een enkel woord. Jezus stelt zich terecht de vraag naar het geloof van zijn leerlingen. Waar is hun vertrouwen, waar is hun geloof? Hij zegt hen ook om niet zo bang te zijn.
Hoe langer de leerlingen met Jezus op stap gingen, hoe groter hun geloof werd. Zij werden er op hun beurt op uit gestuurd om over de wondere woorden en daden van hun geliefde Jezus te vertellen.
En vandaag is dat ook wat we aan jullie, eerste communicanten, als opdracht meegeven. De opdracht om als volwaardige volgelingen van Jezus te gaan getuigen van de woorden en daden van Jezus. Niet makkelijk, ook niet voor ons, volwassenen.
Hemelvaart is misschien moeilijk te begrijpen als kind, maar ook ik, als ik heel eerlijk ben, begrijp het niet altijd zo duidelijk. Jezus is in de hemel bij God sinds Zijn hemelvaart, maar waar is dan die hemel, waar is God? En dat vind ik dan weer niet zo moeilijk om te beantwoorden. Voor mij is God vooral daar waar mensen de liefde in hun hart laten zien aan hun omgeving.
Dààr is God, in ons eigen hart… daar waar mensen hartelijk en liefdevol zijn in Zijn naam, daar begint de hemel. Jezus zit dus ook in ons hart en wij hebben als opdracht om Zijn Liefde uit te dragen, waar we ook komen, in ons gezin, in onze familie, in onze buurt, in onze stad, en zo verder en verder… waar je ook zal komen. Dat begrijpen we allemaal wel denk ik…
Jezus was bovenal machtig in de Liefde, de belangeloze en dienende liefde. Hij roept ons vandaag op in de twee verhalen die je hebt gehoord om te vertrouwen dat die Liefde alle obstakels overwint. En je moet niet bang zijn, want Jezus is bij u, in uw hart. Hij gaat met u mee, hoe hoog de golven ook mogen worden. Ik wens jullie veel geluk en vooral veel Liefde toe. (MvG)
