Eerste lezing: Hnd 8, 5-8.14-17

Tweede lezing: 1Pe 3, 15-18

Evangelie: Joh 14, 15-21

 

Broeders en zusters,

We leven nog altijd in de vreugde van Pasen. Christus is verrezen. Maar tegelijk voelen we al iets van de overgang die eraan komt: Jezus bereidt zijn leerlingen voor op zijn afscheid. In het evangelie horen we Hem zeggen: “Ik zal u niet als wezen achterlaten.” Dat zijn woorden vol tederheid en hoop.

De leerlingen waren ongerust. Jezus was hun meester, hun vriend en hun steun. Nu sprak Hij over afscheid. Wat moesten zij zonder Hem? Ook wij kennen zulke momenten: ziekte, onzekerheid, zorgen voor de toekomst, twijfels in het geloof. Juist dan zegt Jezus: “Ik zal u niet als wezen achterlaten.” Hij laat ons niet alleen. Hij geeft ons zijn Geest, de Trooster, Helper en de Geest van waarheid.

Dat betekent niet dat alle problemen verdwijnen, maar wel dat wij er niet alleen voor staan. Gods Geest werkt stil in ons hart. Zoals de wind: je ziet hem niet, maar je merkt zijn aanwezigheid, zo werkt de Geest in een woord dat moed geeft, in een mens die luistert, in vergeving en in vrede midden in onrust.

Jezus verbindt die gave van de Geest met liefde: “Als gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden onderhouden.” Liefde voor Christus is geen gevoel alleen. Het wordt zichtbaar in de manier waarop wij leven. Wie Jezus liefheeft, kiest voor zijn weg: de weg van dienstbaarheid, waarheid, barmhartigheid en trouw.

Dat is een belangrijke vraag voor ons vandaag: hoe tonen wij dat wij Christus liefhebben? Niet alleen door te bidden of naar de kerk te komen. Hoe spreken wij over anderen? Hoe gaan wij om met mensen die zwakker staan? Hebben wij aandacht voor wie eenzaam is? Delen wij van onze tijd en ons hart?

Beste mensen, de verrijzenis van Pasen betekent dat het leven sterker is dan de dood, de liefde sterker dan alles wat breekt. Daarom mogen wij met vertrouwen verder gaan. Wat er ook verandert, de Heer verandert niet. Hij blijft bij ons. Hij draagt ons. Hij verlaat ons niet. Laten wij vandaag bidden om een open hart voor zijn Geest. Dat wij vrede vinden. Dat wij hoop bewaren. En dat ons leven, jong of oud, een licht mag zijn voor anderen. Amen. (Benjamin Ojukwu)