Eerste lezing: Hnd 1, 12-14

Evangelie: Joh, 17,1-11a

Beste mensen,

Vandaag zijn we de 7de paaszondag, de zondag tussen de hemelvaart van Jezus en Pinksteren, de komst van de Heilige Geest.

Jezus is voor de ogen van de apostelen in de hemel opgenomen. Hun leider en meester is er niet meer. Ze blijven een beetje verweesd achter. Wat moeten ze nu gaan doen? Jezus heeft hen wel beloofd om een helper te sturen, de Heilige Geest. Maar wanneer en hoe weten ze niet. Wel weten ze dat ze in Jeruzalem moeten blijven.
Dit doen ze dan ook. In de eerste lezing hoorden we hoe de leerlingen terug gaan naar Jeruzalem, naar de bovenkamer waar ze altijd vertoefden. Niet alleen de leerlingen zijn er, maar ook de vrouwen die altijd bij Jezus waren. Samen doen ze iets wat ze van Jezus geleerd hebben: ze bidden.
In het gebed vinden ze de kracht om te blijven hopen, hebben ze het gevoel dat Jezus toch nog een beetje bij hen is.

Ook in het evangelie staat bidden centraal. De perikoop die we hoorden, is genomen uit de afscheidsrede van Jezus.
Na de voetwassing geeft Jezus zijn leerlingen nog allerlei raad, Hij legt uit wat er nog allemaal gaat gebeuren. Hij waarschuwt de leerlingen voor wat hen nog te wachten staat. En op het einde van deze toespraak begint Jezus te bidden.

‘Vader, Abba’, zegt Jezus: ‘Ik heb het werk dat Jij me hebt opgedragen te doen, volbracht. Niet voor de wereld bid ik, maar voor diegenen die Jij Mij hebt toevertrouwd, voor diegenen die erkennen dat Ik van Jou ben uitgegaan.’
Toen ik dit las, vroeg ik me af waarom bidt Jezus niet voor de wereld? De wereld zou het goed kunnen gebruiken, vooral in deze slechte tijden met alle oorlogen, agressie, macht, uitbuiting, corruptie, armoede.
Maar het is niet aan God om de aarde tot een hemel te maken. Dit moet de mens zelf doen. God legt niet zijn wil op. De mens is vrij om te kiezen, is vrij in doen en denken. God staat wel naast de mens om hem te helpen, om hem te steunen. Zegt Hij niet zelf: ‘Ik zal er altijd zijn voor jou.’ Daarom dat Jezus voor zijn leerlingen bidt. Het zijn zij die zijn goede boodschap verder moeten uitdragen, de boodschap van liefde en vrede, van gerechtigheid, van opkomen voor de zwakken. Op die manier kan het hier een hemel op aarde worden.

Beste mensen, de apostelen volharden in gebed, Jezus bidt niet voor zichzelf maar voor anderen. Kunnen wij dit ook, doen wij dit ook, volharden in gebed en bidden voor een ander?
Dikwijls hoor je zeggen: ik heb gebeden tot God opdat puntje, puntje, puntje maar het is niet gebeurd. Nee, zo werkt bidden niet.
Bidden is veel meer dan iets vragen om te krijgen. Het werkt in twee richtingen. Wij kunnen onze zorgen toevertrouwen aan God en langs de andere kant moeten we ons openstellen voor Gods wil. Het is God toelaten in het diepste van je hart.
Is het altijd even gemakkelijk om te bidden? Neen, natuurlijk niet.
Bidden kan je op vele plaatsen. Thuis, voor het eten of het slapengaan.
Sommigen bidden in de natuur. Dank zeggen voor al het mooie dat we gekregen hebben is ook een vorm van bidden.
En natuurlijk, hier in de kerk bidden we, net zoals de apostelen, samen.
In kloosters wordt er wel tot 5, 6 maal per dag gebeden.
Gebed vraagt om tijd en om rust: niet aframmelen, dan heeft het geen zin. Gewoon rustig, aandachtig je woorden tot God richten.
En als je de juiste woorden niet vindt, kan je nog altijd gewoon een Onze Vader of Wees gegroet bidden. Weet dan dat er heel waarschijnlijk ergens op de wereld nog iemand anders dit gebed ook aan het bidden is.
Beste mensen, Jezus bad niet alleen op het einde van zijn leven. Verschillende keren richtte Hij zijn woorden tot God. Zijn apostelen leerden het van Hem.
Laat ons dan net zoals de apostelen volharden in gebed, alleen of hier samen, om zo te kunnen voelen dat God met ons meegaat.