De gemeenschap waarin wij leven is de natuurlijke leefwereld van de mens. Dat kan gaan om familie, vrienden of buren, collega’s, clubs, parochie of organisaties, enz.
Een mens valt ook terug op die eigen gemeenschap of in de cirkel van netwerken. Het is daar dat de mens geborgenheid kan ervaren.
Een gemeenschap functioneert bij de gratie van een gevoel van samenhorigheid. Die kan alleen bestaan als de leden van de gemeenschap zaken delen die een emotionele band scheppen. “Wij horen bij elkaar” en daaruit ontstaan gevoelens van camaraderie, wederzijdse loyaliteit en verplichting tot hulp bij bijstand.
Deze gevoelens zijn van eminent belang in een mensenleven. Wie het zonder moet doen, houdt alleen het kille of zakelijke en droge bestaan over. Voorwaarde bij samenhorigheid is wel dat er niemand is uitgesloten. Dat willen we ook niet. We willen dat iedereen bij de “club” hoort. De mensen willen “bij elkaar horen”, samen-horig, samen-leven.
Ieder mens streeft het goede na
Diep vanbinnen is iedereen een goed mens. “Ik ben oké, jij bent oké” (Thomas Harris, 1969). Mensen zijn van nature goed en het kwaad dat zij doen zijn vergissingen, die voortkomen uit onwetendheid. We gaan ervan uit dat niemand vrijwillig iets slechts doet. “Vrijwillig” betekent “wetend”. De gedachte is dat ieder mens het goede nastreeft. We kunnen niet anders. Alles wat we doen, doen we omdat we denken dat het iets goeds is.
Van belang zijn ook de variëteit, eigenheid en diversiteit. Het tegenovergestelde van uniformiteit. Diversiteit is waardevol in zichzelf. Uniformiteit doodt de zinnen en de geest. Uniformiteit is de dood in de pot!
Geborgenheid en intense contacten tussen mensen treffen we ook op digitale wijze aan. Met één druk op de knop kunnen we in contact komen met mensen in India, Afrika en China. Via netwerken ontstaan banden die soms hechter en intiemer zijn dan de band die veel mensen hebben met hun familieleden en landgenoten.
Een belangrijke vraag van het leven is: wat is het goede leven? Alles wat wij doen, doen wij om gelukkig te worden.
Geluk is dus in zekere zin het hoogste goed. Het goede leven is het gelukkige leven. Wie goed is en goed doet, is ook gelukkig.
