Eerste lezing: Ex. 19,2-6a
Tweede lezing: Rom. 5,6-11
Evangelie: Mt. 9,36-10,8
Broeders en zusters,
Er zijn momenten in het leven waarop mensen zich verloren voelen. We zien het rondom ons: mensen die moe zijn, onzeker over de toekomst, teleurgesteld in de politiek, bezorgd om hun gezin, zoekend naar houvast. En misschien herkennen we dat ook wel in ons eigen hart.
Het evangelie begint vandaag met een ontroerend beeld. Jezus kijkt naar de menigte en ziet niet zomaar een groep mensen. Hij ziet hun nood. Mattheüs schrijft: “Hij werd door medelijden bewogen, omdat zij afgetobd neerlagen als schapen zonder herder.” Jezus kijkt niet oppervlakkig. Hij kijkt met Gods ogen. Hij ziet mensen die verlangen naar richting, naar hoop, naar iemand die hen draagt.
Dat beeld van gedragen worden horen we ook in de eerste lezing. God spreekt tot Israël: “Ik heb u op arendsvleugelen gedragen en hier bij Mij gebracht.” Wat een prachtig beeld. Israël heeft de slavernij van Egypte achter zich gelaten. Het volk heeft angst gekend, onzekerheid en gevaar. Maar God zegt: Ik heb jullie gedragen.
Wij moeten niet eerst bewijzen dat wij sterk zijn voordat God van ons houdt. God draagt ons al lang voordat wij Hem zoeken. Zoals een arend zijn jongen beschermt, zo draagt God zijn volk.
Paulus gaat daar in de tweede lezing nog een stap verder in. Hij zegt dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zwak waren, toen wij nog zondaars waren. Niet omdat wij zo goed waren, maar omdat God ons liefheeft. Dat is de kern van het christelijk geloof: Gods liefde gaat altijd vooraf.
Vaak denken wij: als ik beter leef, als ik meer geloof heb, als ik minder fouten maak, dan zal God dichter bij mij komen. Maar Paulus zegt precies het omgekeerde. God kwam eerst naar ons toe. Christus heeft ons liefgehad voordat wij Hem liefhadden.
Vanuit die ervaring van Gods liefde geeft Jezus vervolgens een opdracht aan zijn leerlingen. Hij zegt niet: blijf hier veilig bij Mij. Nee, Hij zendt hen uit. Zij moeten zieken genezen, mensen nabij zijn, hoop brengen en verkondigen dat Gods Koninkrijk nabij is.
Opvallend is dat Jezus geen perfecte mensen uitkiest. Onder die twaalf apostelen zitten sterke figuren, maar ook twijfelaars. Er zit zelfs Judas tussen, die Hem later zal verraden. Toch vertrouwt Jezus hen zijn zending toe.
Dat is een troostrijke gedachte. Ook vandaag werkt God niet met volmaakte mensen. Hij werkt met gewone mensen zoals wij. Met mensen die fouten maken, die soms twijfelen, die niet altijd de juiste woorden vinden. Maar als wij ons openstellen voor Gods liefde, en ook wij kunnen laten zien hoe God naar mensen kijkt.
Misschien denken we bij die uitzending meteen aan priesters, diakens of missionarissen. Maar het evangelie gaat over iedere gedoopte. Ook wij worden gezonden. Niet noodzakelijk naar verre landen, wie wil er nu niet naar Hawaï? Maar naar de mensen worden wij gezonden die God op onze weg brengt.
Een vriendelijk woord voor iemand die alleen is. Een luisterend oor voor iemand die het moeilijk heeft. Vergeving schenken waar ruzie is ontstaan. Hoop brengen waar moedeloosheid heerst. Is dit makkelijk? Nee.
Straks verzamelen wij ons rond de tafel van de Heer. Daar ontvangen wij opnieuw: Gods liefde, Gods vergeving en Gods kracht. Zoals de apostelen destijds werden uitgezonden, zo worden ook wij straks weer gezonden naar ons dagelijks leven, met zuurstofrijk bloed om verder uit te dragen wat God met ons doet, we zijn niet perfect maar dat is ok, We dragen God in ons hart, en Hij ons op zijn vleugels. Amen. (VdJ)
