Eerste lezing: 2 K 4, 8-11,14-16a
Tweede lezing: Rom 6, 3-4,8-11
Evangelie: Mt 10, 37-42
Een vrede met een eigen gelaat
Ik wil graag beginnen met twee korte verhalen.
Een moeder stuurde in de eerste week van het jaar, volgende brief aan haar dochter die op kot zat: “Nog nooit heb ik zo sterk gevoeld hoe groot de kloof tussen ons geworden is. Vader en ik gingen alleen naar de nachtmis. Jullie vierden elk op je eigen manier. Wat hebben jullie die nacht eigenlijk gevierd? Kerstmis toch niet? Is er dan niets overgebleven van wat wij jullie hebben meegegeven?”
En dan was er nog een andere moeder die een kerstkaart kreeg van haar zoon: “Beste pa en ma, zalig Kerstmis. Maar vraag ons alsjeblieft niet langer om kerstavond bij jullie door te brengen. Thuis heb ik nooit iets anders gezien dan spot wanneer het over geloof ging. Wij willen Kerstmis echt rond Christus vieren, en daarom doen we het op een andere manier.”
Twee brieven. Twee families. Twee keer dezelfde pijn.
In het ene gezin proberen ouders het geloof vast te houden terwijl hun kinderen het lijken los te laten. In het andere proberen jonge mensen hun geloof te bewaren terwijl ze daarin thuis weinig begrip vinden. Het eerste is al lang, het tweede wordt méér en méér onderwerp van godsdienstsociologische studie.
Misschien herkennen we daar iets van. Misschien bent u zelf degene die soms onbegrip ervaart omdat u uw geloof ernstig probeert te nemen.
Juist in die herkenbare werkelijkheid klinken de woorden van Jezus uit het evangelie van vandaag verrassend scherp. Ze maken deel uit van een groter geheel waarin Jezus zegt “Denkt niet dat Ik vrede ben komen brengen op aarde… Tweedracht ben Ik komen brengen tussen de man en zijn vader, tussen dochter en moeder, tussen schoonmoeder en schoondochter. En iemands huisgenoten zullen zijn tegenstanders zijn” en direct daarop volgen de eerste woorden uit de evangelielezing van vandaag: “Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig.”
Dat klinkt hard. Zeker uit de mond van Jezus, die elders zegt: “Mijn vrede geef Ik u.” Maar die twee uitspraken spreken elkaar niet tegen. Integendeel, het ene is de keerzijde van het andere.
De vrede die Christus geeft, is geen vrede tegen elke prijs. Het is zijn vrede: een vrede met een eigen inhoud, een eigen kentrekken, een vrede met een eigen gelaat.
Mensen die vandaag het ene zeggen en morgen het tegenovergestelde, afhankelijk van met wie ze spreken, hebben uiteindelijk geen eigen gelaat. Zij leven met iedereen in vrede, maar dat is niet noodzakelijk de vrede van Christus.
Een christendom dat helemaal glad geseculariseerd is, een Kerk die helemaal effen gesocialiseerd is, zijn dingen die zichzelf opheffen. Christen zijn is meer dan een verzameling mooie waarden. Het is leven vanuit een relatie met Christus, en die relatie geeft richting aan onze keuzes en aan onze manier van leven.
Dat betekent niet dat alles zwart-wit is. Christen zijn is een, weliswaar niet tot in de details, maar toch in grote lijnen, welbepaalde levensvisie. Er zijn ergens grenzen. Sommige grenzen zijn in het verleden misschien te streng getrokken, en op bepaalde punten gebeurt dat vandaag nog altijd. Er zijn ook grijze zones die vragen om nederigheid, onderscheidingsvermogen en wederzijds begrip. Zolang christen-zijn méér is dan een leeg etiket, is het bepaald en omgrensd. En grenslijnen zijn nu eenmaal scheidingslijnen. We moeten die durven trekken, ook al raken we daarmee banden die ons dierbaar zijn. Of liever het aandurven ze niet te overschrijden, ook al staan we daarin alleen.
Het is veelzeggend dat Mattheüs onmiddellijk na Jezus’ woorden over verdeeldheid zegt: “Wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt.” Alsof Jezus bedoelt: wie juist dát kruis niet wil dragen – het kruis van trouw aan Mij, ook wanneer dat onbegrip of verwijdering meebrengt – kan mijn leerling niet zijn. Niet omdat Jezus verdeeldheid zoekt, maar omdat liefde voor Hem soms een prijs vraagt. Dat kruis hoeven we niet te zoeken. Maar als het op onze weg komt, nodigt Hij ons uit het niet te ontlopen. Amen! (Kiran Joy OP)
