Eerste lezing: W 12, 13. 16-19
Tweede lezing: Rom 8, 26-27
Evangelie: Mt 13, 24-43
Broeders en zusters,
Ik moet bij dit evangelie telkens denken aan mijn eigen tuin. Die is behoorlijk groot en elk voorjaar kijk ik vol verwachting uit naar wat opnieuw tot leven komt. Maar elk jaar is het hetzelfde verhaal. Sommige planten hebben de winter niet overleefd. Andere zaden komen helemaal niet op. En tussen de bloemen verschijnen plots ook planten die ik nooit heb gezaaid.
Elke morgen maak ik mijn ronde met de gieter. Terwijl ik water geef, kijk ik aandachtig naar wat groeit. Soms twijfel ik. Is dit een bloem die nog moet openkomen, of is het onkruid? Trek ik het nu uit, of wacht ik nog even? Want als je te snel bent, trek je misschien net die plant uit die later een prachtige bloem zou worden.
Dat beeld helpt mij om het evangelie van vandaag beter te begrijpen. Jezus vertelt over een landbouwer die goed zaad zaait. Maar ’s nachts zaait een vijand onkruid tussen de tarwe. De knechten willen onmiddellijk ingrijpen. “Zullen we het uittrekken?” vragen ze. Maar de landbouwer antwoordt: “Nee. Laat beide samen opgroeien tot de oogst.”
Dat klinkt misschien vreemd. Waarom laat je het onkruid staan? Wie zich een beetje in planten verdiept, weet dat het onkruid waar Jezus over spreekt in het begin bijna niet te onderscheiden is van tarwe. Pas wanneer beide volgroeid zijn, zie je het verschil. De tarwearen worden zwaar en buigen door hun vruchten. Het onkruid blijft rechtop staan. Wie te vroeg begint te wieden, loopt het risico ook de goede tarwe uit te trekken.
Dat is precies wat Jezus ons wil leren. Wij mensen willen vaak snel oordelen. We delen mensen gemakkelijk in: goed of slecht, gelijk of ongelijk. Soms doen we dat ook met onszelf. Eén fout, één mislukking, en we denken dat we gefaald hebben.
Maar God kijkt anders. Hij ziet niet alleen wie wij vandaag zijn. Hij ziet vooral wie wij nog kunnen worden. Hij geeft mensen tijd. Tijd om te groeien. Tijd om fouten recht te zetten. Tijd om vruchten voort te brengen.
Dat betekent niet dat God het kwaad goedpraat. Helemaal niet. Maar Hij weet dat groei tijd vraagt. Misschien herkennen we dat ook in ons eigen leven. Er zijn dagen waarop we geduldig, liefdevol en hoopvol zijn. Maar er zijn evengoed dagen waarop we ongeduldig reageren, iemand kwetsen of ontmoedigd raken.
In ieder van ons groeien als het ware tarwe én onkruid naast elkaar. Niemand van ons is al “af”. Wij blijven, ons hele leven lang, leerlingen van Christus. Dat vraagt ook geduld met elkaar. Hoe gemakkelijk schrijven we iemand af na één verkeerde beslissing of een kwetsende opmerking. Jezus nodigt ons uit om verder te kijken dan dat ene moment. Zoals God geduldig met ons is, zo mogen ook wij geduldig zijn met anderen.
In de eerste lezing hoorden we waarom God zo handelt. Zijn macht toont zich niet in strengheid, maar juist in zijn barmhartigheid. Omdat Hij almachtig is, hoeft Hij niets te bewijzen. Hij geeft mensen steeds opnieuw een kans. Dat is misschien wel de mooiste boodschap van vandaag. God komt niet elke dag onze akker controleren om te zien wat er fout loopt. Hij komt ons water geven. Hij blijft zorgen voor wat goed is in ons leven. Hij blijft geloven in de mens, zelfs wanneer wij soms het geloof in onszelf verliezen.
Misschien kunnen we deze week eens aan onze eigen tuin denken. Of dat nu een grote tuin is, een balkon met bloemen of gewoon een plant op de vensterbank. Groei laat zich niet forceren. Ze vraagt verzorging, geduld en vertrouwen. Zo werkt God ook met ons. Laten wij daarom niet te snel oordelen over anderen, maar vooral zorg dragen voor het goede dat God in ons heeft gezaaid. Want als wij ons laten voeden door zijn liefde, zullen ook wij, stap voor stap, uitgroeien tot goede tarwe die vrucht draagt voor Hem en voor de mensen om ons heen. Amen. (VDJ)
