Eerste lezing: 1 K 3.5.7-12

Tweede lezing: Rom 8, 28-30

Evangelie: Mt 13, 44-52

“Een schat, verborgen in een akker”

De meeste christenen zijn als kind gedoopt en groeien dan op in een min of meer christelijk gezin. Vroeger zette men over het algemeen gewoon de kerkelijke traditie van de familie voort. Sommigen deden dat uit diepe overtuiging, anderen eerder uit gewoonte, en velen bevonden zich ergens daartussenin.

Vandaag is dat anders. In veel gezinnen wordt het geloof niet meer vanzelfsprekend doorgegeven. Opgroeiende jongeren willen zich losmaken van de godsdienstige praktijken en overtuigingen van hun ouders. Ze blijven dan meestal een tijdje hangen in een soort kerkelijk niemandsland. Vervolgens gooien ze het geloof helemaal over boord, óf, ze herontdekken het, misschien pas na jaren, als een persoonlijke levensvorm. Ze zijn dan blij om de schat van het geloof terug te vinden en de waarde te herontdekken van de Kerk, de akker waarin die schat ligt.

De herontdekking van ons geloof begint meestal bij de ervaring van de leegte van het ongeloof. Alleen wie honger heeft, weet brood naar waarde te schatten. Alleen wie dorst heeft, weet hoe onschatbaar een glas water is. Alleen wie zich eenzaam voelt, weet welk een kostbare parel een echte vriend kan zijn. Zo is het ook met het geloof: hoe zingeving rijk en bevrijdend kan zijn, ontdekt men vaak pas als men eerst de onzin en de onmacht van een leven zonder geloof heeft doorleeft.

Zulke ontgoocheling komt vandaag de dag bij méér en méér mensen voor. Uiterlijk gezien lijken de meeste mensen zich opperbest te voelen in de brede stroom van onze consumptiemaatschappij: ze genieten van alle ‘goederen’, ‘genoegens’ en ‘vreugden’ die het leven biedt. Als je hen zo bezig hoort, zou je denken dat ze niets meer te wensen hebben. Toch groeit bij velen de vraag: “Een overvloed van bestaansmiddelen –is dat alles wat we hebben als bestaansreden? Loont het de moeite om te leven, als we alleen daarvoor gemaakt zijn?”

Antoine de Saint-Exupéry schreef: “We kunnen niet meer leven van koelkasten, politiek, jaarbalansen en kruiswoordraadsels. Daarmee kunnen we ons leven niet zinvol blijven vullen!”

Dat lijstje kunnen we eenvoudig aanvullen. We leven niet echt van een succesvolle carrière, een goed gevulde bankrekening, luxe, sport, sociale media of verre reizen. Zelfs mooie dingen zoals een liefdevolle partner, een fijn gezin of een grote vriendenkring kunnen ons diepste verlangen niet volledig vervullen.

Juist daarom gaan veel mensen opnieuw op zoek naar spiritualiteit. Sommigen die vroeger afstand namen van het geloof, proberen nu de leegte in hun leven op te vullen met allerlei vormen van religie of spiritualiteit. Het aanbod is groot: oosterse meditatie, spirituele bewegingen of nieuwe religieuze groepen.

Maar om de schat van het ooit begraven geloof te herontdekken, is méér nodig dan een wazige religiositeit. Er moet diep gegraven worden en op de juiste akker. De schat van je ouders vind je niet elders, maar in de akker van je ouders: hun Kerk. Dat zegt je nu misschien niet zoveel, omdat je ouders je wellicht alleen de voorschriften en gebruiken bijbrachten die in hun tijd aan de oppervlakte lagen, zonder dat ze lieten zien welke schat eronder verborgen lag.  Misschien beseften ze het zelf ook niet voldoende!

Je moet je opnieuw verdiepen in de Kerk en haar traditie, zoeken wat zij in haar diepste grond te bieden heeft. Laat je niet afschrikken door wat er op dit moment aan de oppervlakte te zien is. Erger je niet aan uitgedroogde braakgrond, doornen, distels of versteende gewoontes. Laat je evenmin verblinden door vluchtige trends en groepjes die vandaag welriekende veldbloempjes zijn en morgen verwelken.

De man uit de evangelieparabel begreep de waarde van de akker pas nadat hij diep onder de oppervlakte gegraven had. Maar toen was hij er zo door begeesterd, dat hij het waardevoller achtte dan alles wat hij bezat. “In zijn blijdschap ging hij alles verkopen wat hij bezat en kocht die akker.

Aan geloof verlies je niets. Je wint erbij; het biedt u de mogelijkheid om op een zoveel rijkere wijze, als heer en niet als slaaf, om te gaan met wat het leven aan materiële goederen te bieden heeft.  Je kunt op een zoveel rijkere wijze iets hebben aan uw levenspartner, uw kinderen, uw kennissen– en vriendenkring, kortom : aan uw leven. Als je de nodige offers brengt om de Kerk tot uw Kerk te maken en er de schat van het geloof uit op te graven, vindt je daarbij alle geofferde menselijke waarden terug : dertig–, zestig– honderdvoud.

(Kiran Joy OP)