Identiteit is wie je bent. En identiteit verdeelt. Het zet groepen tegen elkaar af. Je staat of in het ene kamp of in het andere.

Europa leeft in angst. Sedert het begin van deze eeuw is er angst voor de ander, voor de toekomst en een fundamentele angst voor identiteitsverlies. Deze angst is toegenomen met de oorlog in Oekraïne.

Nationale identiteit is geen vaststaand iets. Het is vloeibaar en maakbaar. Het kan versterkt worden door charismatische, krachtige leiders en afgebroken worden door rivalen die de oorzaak van de onvrede via een andere weg kanaliseren.

Nationalistische sentimenten worden vaak geboren uit een gevoel van desillusie met een politiek systeem dat afstandelijk en onverschillig is.

Het goed en welbegrepen nationalisme staat voor inclusiviteit, democratische principes en sociale rechtvaardigheid. Het gaat om een thuis voor iedereen. Het is de diversiteit die sterk maakt.

Je bent vooreerst een mens!

We weten dat we deel uitmaken van de mensheid, dat we allereerst mensen zijn en dan pas een Belg of Nederlander. Een volk als geheel bestaat niet. Ik ben eerst en vooral mens. Ik woon in het Antwerpse, verblijf in Vlaanderen en woon in België; ik ben een Nederlander én een Europeaan; ik ben een man en een priester; én, niet onbelangrijk, ik ben nauw verbonden met andere collectieven zoals de familie, parochie, vriendenkring, buurt, enz.

Liefde voor het eigene valt heden ten dage onder de noemer van nationalisme. Vraag een Fransman om een eerlijk antwoord op de vraag of hij zich primair Europeaan voelt. Nee, zal hij antwoorden. Ik ben bovenal een Fransman. M’n nationaliteit, dat is mijn waarmerk. Bij de Fransen kan het ver gaan want soms zegt men dat een Fransman eerst Fransman is en dan pas mens!

De Arabische christenen bijvoorbeeld zijn eerst en vooral Arabieren en delen dus eveneens de positieve attributen van het Arabisch zijn. Ze zijn christenen maar cultureel gezien ‘oosters’.

Kijken vanuit je eigen thuis

Bedenk dat een ‘tehuis’ beschikt over ramen en een deur. Het is geen gesloten bolwerk. De ramen moeten wijd open staan, zodat er frisse wind kan binnenwaaien. Het uitzicht door de ramen is vaak boeiend en leerzaam. Ook de deur moet regelmatig open staan, zodat men naar buiten kan gaan om kennis te nemen van wat andere culturen, ‘het vreemde’, te bieden hebben. Trek er op uit en neem waardevolle inzichten mee naar huis, maar bied je huis niet te koop aan. Alleen de gedachte al dat je onder alle omstandigheden terug kunt vallen op het ‘tehuis’ kan bemoedigend zijn.

‘Mensen zijn deel van één geheel. Als één mens pijn heeft lijden de anderen ook. Als je daar onverschillig bij bent kun je jezelf geen mens noemen’.

Het is een tekst die in een tapijt is geweven dat in het gebouw van de Verenigde Naties in New York hangt en dat enkele jaren geleden door een rijke Iraniër is geschonken aan de internationale organisatie.