Hoogfeest.

Eerste lezing: Apk 11, 19a; 12. 1-6a. 10ab

Evangelie: Lc 1, 39-56

Het weinige dat wij weten van Maria, de moeder van Jezus, dat weten we uit de verhalen uit het evangelie. Zo is er het ontstaan en de geboorte van Jezus waar zij één van de hoofdrollen speelt. Er is de opdracht van Jezus in de tempel met een onvergetelijke ontmoeting met Hanna en Simeon.  Er is ook het verhaal van de vlucht naar Egypte en later de bezorgde moeder, samen met vader Jozef, die hun zoon kwijt raken en hem terugvinden in de tempel. We komen ook te weten dat Maria betrokken was bij Jezus die de blijde boodschap overal verkondigde. Maria maakt als het ware reclame voor haar zoon: ‘Luister maar naar hem en doe maar wat hij u zeggen zal’, horen we bij de bruiloft van Kana. Op het einde van Jezus’ leven staat Maria heel dicht bij haar zoon. Ze is er bij als hij sterft aan het kruis en als ze Jezus in het graf leggen. En ze was er waarschijnlijk ook bij toen bleek dat Jezus verrezen was. Vreugde, trots, angst, verwarring, pijn, verdriet,…al deze gevoelens zullen allicht al eens de revue gepasseerd zijn.  Maria leefde mee met haar zoon, dat staat vast. Nog lang na zijn verrijzenis zal Maria mee een rol opnemen in de verkondiging van de Blijde Boodschap.

Het lied dat we vandaag horen in het evangelie, het zogenaamde Magnificat, dat ze aanheft, is een loflied maar ook een soort van ‘strijdlied’. Een gelijkaardig lied kan je vinden bij Hanna, de moeder van de profeet Samuël, als ze haar zoon, Samual, naar de tempel brengt zoals ze beloofd had aan Jahweh. En ook Mirjam, de zus van Mozes, heft een loflied aan op het moment dat de Israëlieten zonder natte voeten de Rietzee konden oversteken. Het is een lied dat de ‘eenvoudigen’, de ‘nederigen’ en de ‘dienenden’ bejubelt.  Het is ook een lied dat de macht, de rijkdom en de ijdelheid (het hebben, kunnen en zijn) in vraag stelt. Er klinkt een groot vertrouwen in God, in Jahweh.

Ik kan me voorstellen dat, als Maria dit lied regelmatig voor Jezus zong toen hij klein was – en het als het ware met de paplepel mee gaf –  Jezus helemaal doordrongen was van deze boodschap. Misschien had ze liever gezien dat haar zoon een goeie timmerman geworden was, of een rabbi in de synagoge in het dorp. Maar hij was voor iets ‘groters’ in de wieg (of kribbe) gelegd. Hij timmerde aan een weg naar een nieuwe manier van leven. Hij werd een rabbi zoals er nooit één voor hem was geweest. Iemand die alle mensen naar waarde schatte, iemand die de bestaande wetten niet minachtte maar  ze op een menselijke, hartelijke manier toepaste, ook al zette hij daardoor de wereld soms op zijn kop. En met hem startte een beweging die tot op vandaag verder gaat.

Dat er veel gevaren en moeilijkheden op die weg zouden liggen, was te voorspellen. Een bloeddorstige draak met zeven koppen en een zwiepende staart, dàt is pas echt gevaarlijk en spreekt tot de verbeelding van vele mensen. Met de eerste lezing wanen we ons in één of andere epische film, in I-max 70 mm!  Misschien een beetje overdreven, maar dit beeld geeft in ieder geval duidelijk het kwaad en de horror weer waartegen miljoenen mensen zich dagelijks moesten weren en vandaag de dag nog steeds moeten weren. En dan is daar de ‘Hoop’, voorgesteld als vrouw. De Hoop wordt uit haar geboren.

Maria, een eenvoudige vrouw, niet persé voorbestemd om een waar icoon te worden. Als ze zou weten hoe ze hier letterlijk en figuurlijk op handen gedragen wordt en als ze de vele beeltenissen zou zien die in kerken en – hier in Antwerpen zeker – in de straten van haar te zien zijn, dan zou ze misschien wel verlegen zijn of het er fel ‘over’ vinden. Maria zou misschien ook wat beledigd zijn over de manier waarop ze dikwijls afgebeeld wordt: statig en statisch, één en al pracht en praal, braaf en heilig.

Als je de taal van het evangelie hoort, klinkt ze niet zo. Daar hoor ik een Maria die weliswaar vol vreugde, maar ook strijdbaar is, die eens goed zegt waar het op aan komt. Ik hoor dan een groot vertrouwen in haar God, in Jahweh. Ik hoor een vreugde en een stille, dienende maar betrokken kracht. Ik hoor haar opkomen voor de kleinen, de armen en de nederigen. Ik hoor haar als het ware reclame maken voor haar bijzondere zoon.  Ik hoor haar betrokkenheid.

Ik hou wel van die strijdbaarheid, ook van dat eenvoudige en van het vertrouwen. Als ik dan rondom mij kijk, zie ik nogal eens flarden van Maria. Ik zie het in vrouwen als ons moeder, met haar grote vertrouwen in God en in mensen, ik zie het in medeparochianen en buurtgenoten die in hun straat en bij de buren hun uiterste best doen om die straten leefbaar en aangenaam te maken, en niet altijd met de grote ‘tamtam’.  Ik zie het in zorgzame mensen die anderen bijstaan.  Ik zie het in een dakloze vrouw die ik deze zomer regelmatig heb ontmoet, een vrouw die ondanks haar penibele situatie het goede in mensen blijft zien en die positief blijft.  Ik zie het bij mijn echtgenoot, die als een stille kracht bergen verzet. Ik zie het bij vrienden en vriendinnen die, elk op hun eigen eenvoudige, creatieve manier, een steentje bijdragen aan een betere samenleving. Ik zie het af en toe ook bij mijn kinderen, als ze terecht verontwaardigd zijn over mistoestanden in de samenleving en daar dan iets mee doen. Ik zie het gebeuren rondom mij, allemaal Maria’s. Ik vermoed dat Maria dat wél zou appreciëren als ze dat wist. Laat dat mijn wens zijn op deze hoogdag voor Maria: dat we allen meer ‘Maria-vibes’ zouden uitstralen. Niet alleen de brave, goeiige vibes maar vooral de strijdbare en betrokken vibes die sterk genoeg zijn om alle lelijke ‘draken’ in deze wereld te weerstaan.

Mag ik u allen een fijne hoogdag toewensen, de moeders en Maria’s zéker, maar ook alle mensen met ‘Maria-vibes’. (MvG)