Eerste lezing: Js 56,1.6-7
Evangelie: Mt 15, 21-28
Van gedacht of zienswijze veranderen, het hoeft geen schande te zijn. Vaak houden wij graag vast aan ons eigen gelijk, aan onze overtuiging, soms tot strijdens toe. Toch is het geen oneer om tot inzicht te komen. Het overkomt zelfs Jezus in het evangelieverhaal dat we hoorden.
Eigenlijk komt hij hier niet zo sympathiek uit. Eerst negeert hij die Kanaänese vrouw en haar smeekbede. Zijn leerlingen doen er nog een schepje bovenop: stuur ze weg. Dan geeft hij een antwoord dat niet van ruimhartigheid getuigt: hij is enkel gezonden naar de verloren schapen van eigen volk. Zij eerst!
En dan is er dat verbazend wakkere woord van die vrouw: de hondjes eten toch ook van de kruimels die van hun meesters tafel vallen. Knap gezien, ook hoe dat past in de opbouw van Mattheüs zijn evangelie. Tweemaal vertelt Mt. over een broodwonder. Eerst geeft Jezus de menigte te eten met vijf broden en twee vissen. Twaalf korven blijven er over, ruim genoeg voor de twaalf stammen van Israël. Voor hen is Jezus gekomen. Later vertelt Mattheüs nog een ander broodverhaal. Zeven broden met wat vis zijn dan voldoende voor vierduizend mensen. Zeven broden: ruim voldoende voor de volkeren van de vier uiteinden van de aarde.
Daartussen komt dit verhaal en het woord van die vrouw. Zij trekt het perspectief nog wijder open. Zij gelooft dat Gods woord joden én heidenen samen kan voeden. Herkomst doet er niet toe als mensen in nood zijn. Gods woord is bestemd voor alle mensen van heel de wereld, zonder onderscheid.
Wat moet dit verhaal over die ‘heidense’ vrouw goed gedaan hebben aan alle ‘heidense’ lezers van het Matteüsevangelie. Wat doet dit verhaal goed aan allen die verder willen zien dan alleen het eigen volk. Wat verlegt dit verhaal grenzen tot waar àllen kunnen delen in de liefde van God, die er immers voor iedereen is.
Mochten we maar een kruimeltje hebben van het geloof dat deze vrouw heeft, van haar opkomen voor haar waardigheid en voor het leven van haar dochter. Ik herken het in de sterkte waarmee vrouwen zowel als mannen vechten voor het leven van hun kind, staande blijven als ze in de hoek worden gedreven, waardig en krachtig reageren te midden van alle vernedering, maar blijven geloven in de liefde van God voor alle mensen. Ja, mochten we maar een kruimel van dat geloof hebben en mag het ons helpen om een hart te hebben dat zo ruim is dat het allen omvat en herstelt in hun menselijke waardigheid.
