Eerste lezing: Jes 22,19-23
Tweede lezing: Rom 11,33-36
Evangelie: Mt 16,13-20
Aan het begin van de viering zongen we reeds samen het Gloria: Eer aan God.
Dit is wat ook Paulus in zijn brief aan de christenen van Rome zegt: alle eer komt God toe. De reden hiervoor: zijn onuitputtelijke wijsheid en kennis, zijn ondoorgrondelijk oordeel en zijn, voor ons soms, onbegrijpelijke wegen.
Dat de wegen van God soms onbegrijpelijk zijn, hoorden we duidelijk in het evangelie.
Eerst vraagt Jezus aan de apostelen wie de mensen zeggen dat Hij is. Een profeet, luidt het antwoord. Daarna stelt Hij diezelfde vraag rechtstreeks aan de apostelen: ‘Wie zeggen jullie dat ik ben?’ Simon antwoordt hierop zeer snel: ‘U bent de Messias, de Zoon van God.’
‘Op jou Simon zal ik mijn kerk bouwen.’ is het weerwoord van Jezus. Meer nog, vanaf nu zal hij Petrus heten. Petrus, wat zoveel als ‘rots’ wil zeggen. Op deze ‘rots’ wil Jezus het koninkrijk van God bouwen. Dit doet me denken aan de parabel van het huis op de rots: de verstandige man bouwt een huis op de rots. Als het stormt, blijft dit overeind. De domme man bouwt zijn huis op zand. Als het stormt, stort dit huis helemaal in. Dus op een rots kan je verder bouwen zonder risico dat je bouwwerk zal instorten.
Maar, is dat niet die Petrus die Jezus 3X zal verloochenen? Is dat niet die Petrus die kopje ondergaat omdat hij niet op Jezus vertrouwt als hij over het water loopt?
Niet erg vertrouwenswaardig lijkt me zo. Toch vertrouwt Jezus hem voldoende om hem de ‘sleutels van het koninkrijk der hemelen’ te geven, om hem de ‘rots’ te noemen waarop Gods kerk gebouwd zal worden. Immers het antwoord dat Petrus gegeven heeft, Jij bent Gods Zoon, kwam niet van hemzelf maar werd hem volgens Jezus door God zelf ingegeven.
Ook in de eerste lezing is er iemand die sleutels krijgt, Eljakim. Zijn voorganger, Shebna wordt uit zijn ambt als hoofd van de Tempel gezet omdat hij niet gehandeld heeft als ‘een goede vader’. Hij heeft zijn volmacht misbruikt. Daarom worden de sleutels doorgegeven aan Eljakim, een dienaar van God. Met die sleutels krijgt hij ineens ook de verantwoordelijkheid om voor het volk van Juda te zorgen als een goede vader.
Sleutels krijgen gaat dus niet enkel over die sleutel zelf, maar over de verantwoordelijkheid die je erbij krijgt.
Denk maar eens aan jezelf. Als je op vakantie vertrekt, geef je je sleutel ook maar aan iemand die je vertrouwt. Zij krijgen de verantwoordelijkheid om voor je huis te zorgen, net zoals ze voor het hunne zouden zorgen. Als je thuiskomt, verwacht je dat alles net hetzelfde is gebleven zoals het was toen je vertrok.
Dus net zoals Eljakim de verantwoordelijkheid krijgt voor het volk van Juda, krijgt Petrus de verantwoordelijkheid over het Rijk van God. Het Rijk van liefde, van vrede, van zorgen voor de naasten.
Beste mensen, door onze doop zijn ook wij sleuteldragers van het Rijk van God geworden. Niet een rijk dat ver weg is. Maar wel een rijk hier op aarde, hier, nu en overal. Ook wij worden door Jezus gevraagd onze verantwoordelijkheid op te nemen en te zorgen voor wie of wat ons toevertrouwd wordt.
Gaat dit altijd even gemakkelijk? Zeker niet. Het zal wel gebeuren met vallen en opstaan, de éne dag al iets gemakkelijker dan de andere.
Maar Jezus, God weet dat we als mens niet onfeilbaar zijn. Telkens opnieuw krijgen we een nieuwe kans, net zoals Petrus. Hij verloochende Jezus, vertrouwde niet helemaal op Jezus, en toch wordt hij de ‘sleutelbewaarder’.
Beste mensen, Jezus stelde de vraag ‘Wie zeggen jullie dat Ik ben?’ niet alleen aan zijn apostelen. Hij stelt ze ook vandaag aan ons. Durven wij ook zoals Petrus te antwoorden: ‘Jij bent de Zoon van God. Jou wil ik volgen.’
Laat het dan niet alleen bij woorden blijven, maar laat ons die woorden ook omzetten in daden. Laat ons zorgen dat we, net als Petrus, een rots worden waarop we samen bouwen aan het Koninkrijk van God, een wereld waar het goed is om te leven, voor iedereen.
Amen
