Toespraak zondag 6 september 2026.
45 jaar geleden zijn we met onze studentengemeenschap van Leuven voor het eerst naar het Heilig Land geweest. Voor mij was dat de beste retraite in voorbereiding op de priesterwijding van 6 september 1981. Ik had toen nooit beseft dat die regio mij blijvend zou beroeren tot op de dag van vandaag. De wijding stond in het teken van het toekomstig engagement, nl. als vrijgestelde priester werken voor de katholieke vredesbeweging Pax Christi, de vrede en verzoening mee helpen realiseren. De wereld werd mijn dorp, de brede samenleving werd mijn parochie.
Na een extra studietijd in Leuven en Bradford (VK) heb ik in de jaren tachtig bij Pax Christi Vlaanderen gewerkt als politiek secretaris. De tijd van oorlogen en conflicten zoals in Midden-Amerika, apartheid in Zuidelijk Afrika, oorlog tussen Irak en Iran, en ook de bewapeningswedloop tussen Oost en West. Het was een tijd dat we Vlaanderen doorkruisten: spreekbeurten geven en debatteren in parochiezalen, predicaties in kerken. “We gingen den boer op”. En als we niet konden spreken zouden we schrijven.
Vanaf 1 januari 1990 ben ik gaan werken bij Pax Christi International in Brussel – met kort daarvoor op 9 november 1989 de val van de Berlijnse Muur, een kantelmoment. Nog meer confrontaties en uitdagingen: de oorlog in voormalig Joegoslavië heeft ons toen flink bezig gehouden. Ook de genocide in Rwanda van 1994 is om nooit te vergeten, in het bijzonder wanneer leden van je eigen organisatie slachtoffer zijn bij het drama.
De hedendaagse uitdagingen maken mij meer moedeloos dan vroeger. Twee historische data uit de recente periode hebben er bij mij flink op ingehakt: 24 februari 2022 (oorlog Oekraïne/Rusland), en 7 oktober 2023 (oorlog Hamas/Israël). Dat dan gekoppeld met een ondermijning van het internationale (humanitaire) recht; een machteloze diplomatie; breuklijnen in het Westen (VSA versus EU); afbouw van ontwikkelingssamenwerking; opjagen van het oorlogsnarratief met o.m. sterke vermeerdering van de defensie-industrie; promoten van een oorlogscultuur met een angstcultuur als gevolg (nucleaire angst baart nooit vrede); én het uithollen van het middenveld weggezet als naïevelingen en dwaze idioten (Gutmensschen). We evolueren naar een andere wereldorde die nog niet gekend is. De menselijke waardigheid en mensenrechten staan op het spel.
Reeds meer dan 45 jaar, dus al van bij de opleiding, stel ik mij vragen rond geloof en samenleving. Meer bepaald de vragen betreffende rechtvaardigheid en vrede en welke rol een godsdienst, in ons geval de christelijke godsdienst, daarbij te vervullen heeft. Die bezorgdheid zullen de kerkgangers hier regelmatig te horen hebben gekregen bij de predicaties. Want Borgerhout is ook een globaal dorp geworden, waar mensen van verschillende culturen en godsdiensten trachten samen te leven.
Velen van ons zijn al in Ieper geweest. Zoals je weet wordt elke avond in Ieper de Last Post gespeeld aan de Menenpoort in Ieper. Je weet wel, het dagelijkse trompet huldebetoon aan de duizenden slachtoffers van oorlog en geweld. Een typisch Brits gebruik. Flanders Fields is het moderne Ieperse vredesmuseum, dat doet de mensheid herinneren aan de noodzaak tot vredesopbouw. Bij wapenstilstand staat de ganse wereld dan stil bij de grote wereldoorlogen van de voorbije eeuw. “Gelukkig die verdriet hebben: zij zullen getroost worden”, zegt Jezus in de Zaligsprekingen. Er is diepe droefheid in het hart van de mensheid. We worden meegesleurd in een spiraal van terrorisme, geweld en oorlog. Hoe komt het toch dat mensen elkaar steeds weer willen doden? Zit het kwaad zo diep in het hart van de mens? Geweld als antwoord op geweld kan nooit een duurzame oplossing brengen. Onze God is een God van verzoening en liefde. Jezus voegt eraan toe: “Gelukkig die vrede brengen”.
Jezus zegt ook: “Gelukkig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid en gelukkig die omwille van hun ijver voor rechtvaardigheid worden vervolgd”. Haast alle oorlogen vinden hun oorsprong in de onrechtvaardige situaties, zoals schrijnende armoede en ongelijke verdeling van de goederen. Aristoteles zei al zo’n 350 jaar voor Christus dat armoede de vader is van revolutie, armoede is de vader van criminaliteit. De zekerste weg om oorlog te vermijden is het bestrijden van de armoede in de wereld. Hier ligt nog een immense opgave.
Ons Christelijk geloof houdt ook een belofte in. God zal zijn volk troosten en het rijk van vrede zelf realiseren. Deze belofte is voor christenen de grootste motivatie om zich met alle middelen in te zetten voor de vrede. Ze werken immers mee aan het visioen dat God ons voorhoudt. God wil geen oorlog. God wil vrede, liefde en evenwaardigheid tussen mensen en volkeren. Het Christendom is de godsdienst van de liefde. Als priester wil ik die boodschap blijven verkondigen en in dat geloof van breken en delen en zorg voor de medemens blijven voorgaan.
Velen ervaren mij als een “rustige vastheid” om een bekend politicus te citeren. Rustige vastheid is het evenwicht tussen veranderingen en stabiliteit. Veranderingen (verbeteringen) zijn er nodig zowel binnen de kerk als in de samenleving. Stabiliteit verwijst voor mij naar duurzaamheid. Het klopt dat ik voor vele mensen een zekere rust uitstraal. Vastheid is niet hetzelfde als onbeweegbaar of conservatief. Vastheid betekent: ik kan op je rekenen, ik kan “vast” op je rekenen, je bent betrouwbaar, je neemt verantwoordelijkheid. Rustig en vast!
De Romeinse filosoof Cicero zei al meer dan 20 eeuwen geleden dat “onverschilligheid het begin is van kwaad of onrecht”. Velen in onze samenleving zijn niet onverschillig maar staan geëngageerd in het leven. Dat is goed. Maar nog veel meer zou veranderen en verbeteren als we meer en meer een reflex zouden hebben van boosheid, van kwaadheid, van een onvrede met datgene wat er bezig is, een heilige verontwaardiging. De gelatenheid overheerst onze gevoelens. Wij laten onrecht te veel gebeuren: armoede, geweld, oorlog. Onrechtvaardigheid is niet te verdragen. Er is momenteel onbeperkte inzet van militaire macht, zonder enige aandacht voor menselijkheid, moraliteit of legaliteit. Straffeloosheid én zelfs genocide wordt genormaliseerd! We moeten op regelmaat en ten gepaste tijd onze stem verheffen en opkomen voor de zwaksten in de samenleving.
Als kerk kunnen we de vrede niet brengen. Vrede is geen bezit. Vrede zit niet in een pakketje dat je zomaar kan afgeven. Eigenlijk kan de kerk en dus de christenen de vrede mee helpen maken, vrede stichten. Dat probeer ikzelf steeds op een profetische wijze te doen. Getuigenis afleggen. Getuigen van onrecht is getuigen van vredeswil. Ter plekke gaan en solidair zijn met slachtoffers van miserie, geweld en oorlog. Tegelijkertijd probeer ik mijn werk steeds pragmatisch aan te pakken. Dat dubbele: “profetisch” en “pragmatisch” zit geworteld in mijn rustige vastheid.
Als priester probeer ik de band te leggen tussen dienst aan God en dienst aan de mensen. Beiden horen samen en dienen geïntegreerd te worden. Mensen zijn geboren om mee de schepping van God elke dag opnieuw mee waar te maken, meestal in kleine dingen. Mensen behulpzaam zijn in het zoeken naar zingeving is een prioriteit. Dat vraagt ook voor mezelf om deze oefening regelmatig te maken. Een religieuze zingeving gaat naar het diepere of het transcendente, naar de dingen die de mens overschrijden. Immers, er zijn in het leven bepaalde fundamentele vragen waar de mens geen antwoord kent of kan geven. Je bent dan een zoekende mens die terecht kan in een bredere ruimte die we God noemen. Jezus Christus heeft ons die boodschap gegeven van ‘tijd en ruimte’. Het is leven als kinderen van God, een God die Liefde is. Mede aan de priester om die bevrijdende boodschap te vertalen naar de mens van vandaag en morgen.
In het leven van een priester is het belangrijk van te weten thuis te mogen komen bij familie, vrienden en kennissen. Een vaste stek hebben zoals hier in de parochie. Ik ben bijzonder dankbaar dat ik zowel bij de familie als bij goede vrienden terecht kan en dat al meer dan 50 jaar. Ook een celibatair priester moet zich in alle vertrouwen kunnen uitspreken en op verhaal komen. Godzijdank heb ik zo’n brede vriendenkring.

Foto: E.H. Paul Lansu
