In Van Dales woordenboek voor kinderen lezen we: “Je geweten is een soort stemmetje in jezelf. Je geweten zegt wat goed en fout is”.
Het geweten heeft alles te maken met ‘weten’, met kennis van zaken. Geweten kan veel zijn zoals een stuwkracht die perspectieven opent, gesloten deuren doet openen, tot avontuur inspireert. Het geweten leert ons ook grenzen te stellen: tot waar en niet verder?
Inderdaad, geweten bevat ‘weten’ en er is zeer veel dat men niet weet! Het luisteren naar het persoonlijk geweten blijft een uitdaging zeker in een cultuur waar veel kan en mag. Het geweten heeft wezenlijk te maken met de eigen binnenkant van de mens.
Situatie-ethiek
De context waarin mensen door het leven gaan bepalen veelal het gedrag en vormen alzo een bepaalde vorm van het individuele geweten. Dat noemen we de ‘situatie-ethiek’. Het universele grondbeginsel is echter dat men een ander niet mag aandoen wat men niet wil dat die ander jezelf aandoet. In elke situatie zal men steeds moeten afwegen wat in de concrete omstandigheden het best de waardigheid van de mens verzekert. In elk geval moeten christenen, en eigenlijk alle mensen, er alles aan doen om de vrede te handhaven.
Overtuiging en verantwoordelijkheid moeten in evenwicht en complementair zijn met elkaar. Gezindheidsethiek gaat uit van de ethische beginselen en het persoonlijke geweten. Verantwoordelijkheidsethiek heeft het primaat van het concreet haalbare algemene welzijn. Dit evenwicht moet leidraad zijn van politiek handelen.
Om politiek op het goede spoor te houden, zijn talrijke voorwaarden samen noodzakelijk: een vrije pers, een degelijk parlement, een goed functionerende rechtspraak, een welingelichte publieke opinie, en een aantal onafhankelijke waarnemers van het politieke gebeuren. Deze krachten kunnen datgene wat er verwoestend is aan de macht, krachtig intomen.
Gemeenschappelijk geweten
Een geweten kan niet individualistisch zijn. Wij beoefenen ons eigen geweten in samenspel met de bredere samenleving. Elk bewustzijn, ook uitgedrukt in een geweten, is ingebed in de sociale context van taal, symbolen, relaties en structuren. Het is gericht op de wereld, dus op de anderen. Wie de andere uitsluit vervalst zijn eigen geweten.
Geweten behoort tot het groeiproces van de mens en dat vergt begeleiding van jongsafaan. Ieder kind leert, moeizaam soms, zijn eigen verhaal schrijven en leert al doende onderscheid te maken tussen wat goed is en wat verkeerd is. Het geweten is dus nooit af, maar voortdurend in een bewegend gesprek met zichzelf en de anderen. Uiteindelijk is altijd een goed geïnformeerd en gerijpt persoonlijk geweten belangrijk.
Voor Paulus is de hoogste wet die van de vrijheid van de naastenliefde. En die liefde moet zich uitdrukken in concrete, praktische inzet. Geloof zonder de ‘werken’ is immers dood. Het is duidelijk dat een mens door het stellen van goede daden wordt gerechtvaardigd.
Steeds opnieuw staan er christenen op die vanuit het evangelie de volgende waarden in de aandacht blijven houden: eerlijkheid, steun voor zwakken en misdeelden, bereidheid tot opoffering, inzet voor vrede en rechtvaardigheid, vergevingsgezindheid, bescheiden omgaan met macht. Onze wereld zou er minder menselijk aan toe zijn als deze christelijke waarden niet meer ter sprake worden gebracht.
Een zeer belangrijke taak van het politieke apparaat is het bevorderen van het vrij groeiende sociale weefsel. Dit weefsel biedt mensen niet enkel geborgenheid, maar ook kansen tot zelfontplooiing. Door de eigen kracht ervan is het in staat de politiek te controleren en mee te oriënteren. Talloze politici hebben bovendien in dat verenigingsleven (sociale weefsel) hun eerste sporen verdiend.
De taak van een politiek leider is hoop te geven aan zijn volk. Politiek wordt niet alleen met het hoofd maar ook met het hart bedreven. Goede politiek vereist een complex en subtiel samenspel van helder inzicht, passionele toewijding aan een zaak en verantwoordelijkheid voor de gevolgen van wat men beslist en doet.
We hebben nood aan mondige burgers die elkaar helpen het wezenlijke van het bijkomstige te onderscheiden. Zo ontstaan ‘gewetenslaboratoria’ in een verwarde of onverschillige omgeving.
