Ons christelijk geloof doet ons kijken naar deze wereld met volle aandacht voor de samenleving waarin wij leven.
Een grondhouding hierbij is: kunnen we onderscheiden waar het in het leven op aankomt? Wat is belangrijk en wat minder? Wat geef ik betekenis? Wat komt er op mij af? Wat leeft in mij? Wat is daarin de weg van God? Hoe kan ik groeien in leven en liefde? Nadenken dus over wat er onder de “oppervlakteschermutselingen” van onze samenleving schuilgaat.
Ik kan niets anders doen dan me er steeds van bewust blijven dat liefde onvoorwaardelijk respect voor de vrijheid van de ander met zich meebrengt, dat juist dit het onderscheid uitmaakt tussen ware liefde en eigenliefde. Mensen hebben elkaar nodig om hun weg door het leven te vinden en te gaan.
Luisteren naar de stem van je geweten
Teksten van het Tweede Vaticaans Concilie omschrijven het geweten als “de meest verborgen kern en het heiligdom van de mens, waarin hij alleen is met God, wiens stem binnen in hem weerklinkt. In het geweten wordt op wonderbaarlijke wijze die wet bekend die tot vervulling komt in de liefde tot God en tot de naaste”. (Gaudium et Spes par.16).
Luisteren naar die stem is onderscheidend leven. Dan word je de weg van de liefde gewezen. Een ontwikkeld geweten ten dienste van de medemens, naastenliefde. Gewetensvorming.
“Geweten” verwijst naar een groeiend bewustzijn van de mensheid voor wat werkelijk goed is voor de mens en voor wat dat goede in gevaar brengt. Ons geweten is persoonlijk en collectief. Het is onze taak dit bewustzijn voortdurend verder te ontwikkelen, het mee te laten groeien met de ontwikkelingen die wij als mensen doormaken, met alle nieuwe vragen die dat met zich meebrengt.
Wezenlijk hiervoor is de ontmoeting en de dialoog, het samen zoeken, waarin het persoonlijk geweten kan groeien naar een collectief geweten en dat laatste het eerste kan vormen. We blijven voortdurend zoeken naar waarheid. Dat betekent een voortdurend leven, zoeken en werken als in een laboratorium van de dialoog.
Geweten als hoogste norm
Als leiders ons precies zeggen wat we moeten doen, dienen we ons geweten niet langer te volgen en hoeven we enkel te gehoorzamen. Hebben we uiteindelijk niet eens een eigen geweten nodig. Terwijl juist de vorming van het geweten als leidraad van ons leven een essentiële christelijke houding is. Wie enkel kritiekloos gehoorzaamt volgt de wet, de onrechtvaardige inbegrepen.
De individuele gelovige moet altijd vasthouden aan het primaat van het geweten. “Het geweten is de hoogste norm” (‘de hoogste rechter’) zei theoloog Thomas van Aquino (13de eeuw). Het individuele geweten van de soldaat bijvoorbeeld komt eerst. Het bevel aan een soldaat kan een serieus ethisch dilemma betekenen. Een geweten vraagt om voortdurende vorming. Gewetensvorming vanuit scholen, universiteiten en alle associaties van weldenkende burgers, inclusief de kerken, blijven nodig want zij hebben allen een morele taak die aanzienlijk verder gaat dan louter kennisoverdracht.
Geweten is: beslissingen nemen over wat mij te doen staat om te beantwoorden aan datgene wat God in deze omstandigheden van mij vraagt.
De mens moet in al zijn handelen trouw zijn geweten volgen. Dat betekent dat geen enkele mens gedwongen kan worden om tegen zijn geweten in te handelen, vooral niet in godsdienstige aangelegenheden. We zullen dus permanent ons geweten moeten blijven vormen. Mensen moeten altijd de vrijheid houden om te twijfelen, om er nog eens over na te denken, om andere meningen aan te horen of een nieuwe weg te zoeken.
Geweten en emoties
Een mens bestaat uit meer dan een koel, berekend brein. In het leven gaat het meer dan alleen om een gezond geweten. Een mens bezit ook emoties en daar heeft hij recht op. Dat wil niet zeggen dat je je erdoor moet laten beheersen. Je moet ze “verwerken”, maar om d at op een eerlijke manier te doen – wat lang duurt – moet je zo nederig zijn dat je ze in je bewustzijn laat doordringen en ze erkent.
Het onderdrukken van eigen gevoelens is niet zo zinvol of effectief als men vaak denkt. Je kunt niet ontsnappen aan de gevoelens van je eigen hart. Gewetensvorming kan niet zonder de uitgesproken verlangens en verwachtingen. Je verlangens blijven toetsen aan je geweten.
Gods wil krijgt gestalte in onze beslissingen. Het ontdekken van Gods wil voltrekt zich in onszelf, wanneer wij gaan ontdekken wat het meest liefdevolle en verantwoordelijke is wat ons te doen staat.
